Het Joodse vragertje

  UP-DATE'S -- Hier vindt U de recente wijzigingen, toevoegingen en actuele publicaties

 

 

 

 

 

Start
English
עברית
EspaŮol
Wie zijn wij?
Activiteiten
Shabbath in Susya
Thora
Tenach
Emuna
Mitswot
Het Joodse vragertje
Messias
Beth HaMikdash
Joods denken
Jodendom
Kabbalah
ISRAEL
Zionisme
Aliyah
Gebeden
Zmirot
Citaten
Links
Noachidisch
Lectuur

 

 

        

 

aangevuld  dd  14.06.2016

 

Natuurlijk is het belangrijker om ons als Jood en niet-Jood er met elkaar in te verdiepen in wat ons samenbindt en niet waarin we verschillen van inzicht.  Voor sommige mensen is het echter belangrijk om te begrijpen dat wij als Joodse volk, vanuit ons oogpunt, al vanuit een relatie met onze God hadden en hebben.   

Daarom belangrijk !!!: De inhoud van deze pagina4is geschreven door een Joodse persoon en is er enkel voor bestemd om aan de hand van zijn vragen uit te leggen waarom hij (als Jood met 'Joodse ogen') problemen heeft met het Christelijke Nieuwe Testament en/of bepaalde Christelijke dogma's. Deze vragen zijn er niet voor bestemd om iemand van zijn mening te overtuigen maar enkel om begrip te laten ontstaan en de verschillen aan God over te laten.  Door begrip ontstaat respect en waardering. In een gesprek met een (Orthodoxe) Jood kan hij je deze vragen stellen of deze mening opwerpen.

Verder naar beneden staat een een lijst met zogenoemde manco's in NT. De lijst is geschreven door een geboren Orthodoxe Jood nadat hij het Nieuwe Testament grondig had bestudeerd nadat een Christen hem een exemplaar had gegeven met het verzoek deze grondig te bestuderen en God om inzicht te vragen en er daarna een reactie op te geven. Je kan er over van mening verschillen. De persoon wil nadrukkelijk niet beweren dat Christenen geen integere relatie met God kunnen hebben. Het is slechts een opsomming van hoe hij het heeft gelezen en hoe hij zijn reactie verwoord heeft.  Je hoeft als niet-Jood volgens hem niet Joods te worden om goed en 'naar Gods wil' te leven.

 

 

 

>    In de Thora staat : "De vaders zullen niet om hun kinderen ter dood gebracht worden; ook zullen de kinderen niet om hun vaders ter dood gebracht worden; ieder zal om zijn eigen zonde ter dood gebracht worden." (Deut 24:16). Oftewel geen mens zal sterven voor andermans zonde. Dat wordt ook nog eens bevestigd in Ezechiel 18:20. Dus ook Jezus kan niet sterven voor iemand anders zijn zonden volgens de Thora en Tenach.

De voorwaarde dat Juzus moest sterven als genoegdoening voor de zonden van een ander is voor ons als Joden daarom moeilijk te geloven ?

 

 

 

 

en ook hierover:

 

 

1 >    Volgens de voorzeggingen van de profeten Jeremia (Hfst 31:33-36 en 32:37-41) en EzechiŽl (Hfst 36:26-28) heeft (in overeenstemming met Deuteronomium 30:2-8) het tijdperk van het Nieuwe Verbond de volgende kenmerken:

 

a) Dat het volk IsraŽl zich in zijn totaliteit bekeerd heeft tot God, door de Thora instructies geheel te onderhouden en

b) Dat het volk IsraŽl voorgoed (eeuwig) in het gehele land IsraŽl woont waar ze vanaf dat moment NOOIT meer uit verwijderd wordt. 

 

Als we nu in de tijd van het Nieuwe Verbond zouden leven (zoals beschreven staat in Luk. 22:20 en Hebr. 10:16), waarom zijn dan deze voorzegde kenmerken nog steeds (inmiddels al zo'n 2000 jaar !!!) niet zichtbaar?

 

Ezech. 36:26-28 "26  een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. 27  Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. 28  Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn." Jer.31:33-36 "33 Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israel sluiten zal na deze dagen, luidt het woord van de Eeuwige: Ik zal mijn Thora in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.34  Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Eeuwige: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord van de Eeuwige, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.35 Zo zegt de Eeuwige, die de zon overdag tot een licht geeft, die de maan en de sterren verordent tot een licht des nachts, die de zee opzweept, dat haar golven bruisen, wiens naam is Eeuwige der heerscharen: 36  Als deze verordeningen voor mijn ogen zullen wankelen, luidt het woord van de Eeuwige, dan zal ook het nageslacht van Israel ophouden al de dagen een volk te zijn voor mijn ogen". Jeremia 32:37-41" zie, Ik verzamel hen uit al de landen, waarheen Ik hen in mijn toorn en gramschap en grote verbolgenheid zal verdreven hebben, en Ik zal hen naar deze plaats terugbrengen en hen veilig doen wonen; zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn; Ik zal hun een hart en een weg geven, zodat zij Mij vrezen al de dagen, hun en hun kinderen na hen ten goede;  ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel" Deut 30:2-8 "En gij keert terug tot de Eeuwige, uw Gíd, en luistert naar zijn stem gelijk alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel, Dan zal de Eeuwige, uw Gíd, tot uw gevangenen terug keren en Zich over u erbarmen, en zal Hij u weer verzamelen uit al de volken, waarheen de Eeuwige, uw Gíd, u verstrooid heeft. Al waren uw verstootenen aan het einde des hemels, van daar zal de Eeuwige, uw Gíd, u verzamelen en van daar zal Hij u nemen. De Eeuwige, uw Gíd, zal u brengen in het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het in bezit nemen; Hij zal het u wťl doen gaan en u vermeerderen nog meer, dan uw vaderen. De Eeuwige, uw Gíd, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, om de Eeuwige, uw Gíd, te beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leven moogt." (Er wordt trouwens duidelijk gesproken over een Nieuw Verbond en niet over een Nieuwe Thora waar in het Christendom van wordt uitgegaan)

 

 

2 >   Hoe kan het zo zijn dat het Nieuwe Testament een totaal andere omschrijving geeft van het Nieuwe Verbond als het Oude Testament als het Nieuwe Verbond wordt voorzegd? In Luk. 22:20 Evenzo de beker, na de maaltijd, zeggende: "Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt." en in Matt. 26:28 "Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.". Het Nieuwe Verbond zou volgens deze teksten betekenen dat er vergeving is door het vergoten bloed van de Messias. Het Oude Testament geeft, zoals we hierboven reeds gezien hebben, echter aan dat het Nieuwe Verbond daarin bestaat dat het volk IsraŽl zich zal bekeren om weer volgens Gods instructies (de Thora) te leven, waarna God zijn beloften aan IsraŽl in vervulling kan en zal laten gaan.

 

 

3 >   In Jesaja 11:2 en 3 staat geschreven (in een correcte vertaling vanuit het Hebreeuws) dat de Messias een Godvrezend persoon zal zijn (....eerbied voor de Eeuwige (zal op hem rusten), hij ademt eerbied voor de Eeuwige). Als de Messias God zou zijn zou deze omschrijving onlogisch zijn; God die godvrezend is.

 

 

4 >  Een christelijke overtuiging is het dat een mens de Thora niet kan houden (en dat daarom de Thora nu niet meer gehouden hoeft te worden)........Waarom zegt God dan in de Thora dat het niet moeilijk is de Thora te onderhouden? Deut. 30:11-16 Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet iets bovennatuurlijks voor u noch te ver verwijderd. Het is niet in de hemel, dat gij zoudt zeggen: ĒWie zal voor ons ten hemel opklimmen en het voor ons nemen, om het ons te doen horen, dat wij het volbrengen?Ē Ook is het niet aan de overzijde der zee, dat gij zeggen zoudt: ďWie zal  voor ons naar de overzijde der zee overtrekken en het voor ons nemen, om het ons te doen horen, dat wij het volbrengen?Ē Maar zeer nabij u is dit woord; in uw mond en in uw hart is het, om het te volbrengen. Zie ik leg u heden voor: het leven en het goede, den dood en het kwade. Daar ik u heden gebied, den Eeuwige, uwen God, te beminnen, door in Zijne wegen te gaan en Zijne geboden, wetten en rechtsvoorschriften in acht te nemen; opdat gij moogt leven en u vermeerderen, en de Eeuwige, uw God, u zegene in het land, waarheen gij komt om het in bezit te nemen.

 

 

5 >   Als Jezus de Messias zou zijn en (gezaghebbend) God zou zijn waarom luisteren dan het over overgrote deel zijn volgelingen niet naar wat hij zegt?. Hij zegt namelijk dat de Thora niet is afgeschaft (Matt 5:17-19 'Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen.' De meeste Christenen zeggen dat dat wel zo is en houden zich niet aan de Thora. (De Christenen die nu zeggen dat de Thora nog wel van kracht is houden zich er in de praktijk trouwens ook niet aan, of ze reizen van de ene naar de andere plaats op de Shabbat en/of ontsteken vuur op Shabbat en/of overtreden met gemak een of meerdere van de 613 geboden in de Thora).

Verder zegt hij tegen zijn volgelingen dat zij moeten onderhouden wat de farizeeŽn en schriftgeleerden hun leren (de rabbijnen van het orthodoxe Jodendom van die tijd). Mat 23:1-3a " Toen sprak Jezus tot de scharen en tot zijn discipelen, zeggende: De schriftgeleerden en de FarizeeŽn hebben zich gezet op de stoel van Mozes.  Alles dan, wat zij u ook zeggen, doet dat en onderhoudt dat" Niemand van de volgelingen van Jezus (de Christenen) volgt heden ten dage deze instructie op. Hoe kan dat als Jezus Goddelijk gezag zou hebben en hij (volgens de Christenen) gehoorzaamd zou moeten worden?

 

 

6 >    Waarom zegt Gíd tegen KaÔn dat hij over de zonden moet heersen als dat zonder behoud door Jezus' dood niet mogelijk zou zijn? Gen 4:7 "Moogt gij het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen."

 

 

7 >    In Gen. 3:16-19 staat ďTot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen. 17 En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, 18 en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; 19 in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.?" Dit als 'straf' op de zonden. Als Jezus dan de straf en vloek van de zonden gedragen en weggenomen heeft waarom baren de meeste vrouwen (ook de christelijke) dan onveranderd kinderen met pijn? Waarom moet een mens dan nog steeds werkend zijn brood verdienen? en waarom sterven de mensen dan nog? Verder is ook niet te zien dat het geloof in Jezus op zich tot vrede, heelheid en gezondheid in de christelijke wereld heeft geleid. In tegendeel tot verdeeldheid (kijk naar de vele splitsingen in kerken), haat en zelfs vele vele oorlogen (dan neem ik de vele pogroms daar nog niet bij). Ook in de kerken die genezing door Jezus proclameren is er slechts blijvende genezing in zo'n 3 % van de gevallen, een percentage wat ook elders wordt gezien. Hoe komt het dat, als Jezus' dood voor heelheid van de gelovigen zou zorgen, dit niet overal zichtbaar is en zelfs niet bij de vurige gelovigen volgelingen van Jezus?

 

 

8 >    Volgens het Oude Testament is en blijft de mens zelf (ook Adam) verantwoordelijk voor al zijn zonden, niet iemands nakomelingen of een ander. Zo werd dat ook voor de toekomstige tijd geprofeteerd in Ezech. 18 en 33 (11  Zeg tot hen: zo waar Ik leef, luidt het woord van Adonai de Eeuwige, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen. Want waarom zoudt gij sterven, huis IsraŽls? 12  Gij nu, mensenkind, zeg tot uw volksgenoten: Zijn gerechtigheid zal de rechtvaardige niet redden, wanneer hij tot overtreding komt; en door zijn goddeloosheid zal de goddeloze niet ten val komen, wanneer hij zich van zijn goddeloosheid bekeert. En wanneer hij zondigt, zal de rechtvaardige door zijn gerechtigheid niet kunnen leven. 13  Wanneer Ik tot de rechtvaardige zeg, dat hij zeker leven zal, maar hij vertrouwt op zijn gerechtigheid en doet onrecht, dan zal met geen van zijn gerechte daden rekening gehouden worden, maar om het onrecht dat hij deed, zal hij sterven. 14  En wanneer Ik tot de goddeloze zeg: Gij zult zeker sterven, maar hij bekeert zich van zijn zonde en handelt naar recht en gerechtigheid. 15  De goddeloze geeft een pand terug, vergoedt het geroofde, wandelt naar de inzettingen die doen leven, zodat hij geen onrecht meer bedrijft. Hij zal zeker leven, hij zal niet sterven. 16  Geen van de zonden die hij bedreven heeft, zal hem meer worden toegerekend; hij heeft naar recht en gerechtigheid gehandeld, hij zal zeker leven.).... Hoe kan dan een theologie ontstaan dat ieder mens (zonder geloof in Jezus) zou moeten boeten voor de zonde van Adam?

 

 

9 >    In Ps. 19:7 staat "De Thora van de Eeuwige is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis van de Eeuwige is gewis, den slechten wijsheid gevende. De bevelen van de Eeuwige zijn recht, verblijdende het hart; het gebod van de Eeuwige is zuiver, verlichtende de ogen.". In Deut 29:29 staat "maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd, opdat wij al de woorden dezer wet (Thora) volbrengen." Er staat dat Thora volmaakt is, gewis is (stand zal houden) en dat hij voor Eeuwig is (dat staat ook op diverse andere plaatsen (bijv. Ps 119, wat een loflied is op de Thora). Hoe kan de HebreeŽnbrief schrijver (8:13) dan de conclusie trekken op basis van Jer. 31 dat de Thora de verdwijning nabij is? In Deut. 30, Jer. 31 en Ezech 36 staat immers dat de Thora juist weer onderhouden zal worden (en ook Mal. 4 geeft zo duidelijk het belang voor de toekomst ervan weer). Het feit dat de Thora nog steeds als gezaghebbend door het Joodse volk is op zich al een duidelijk bewijs dat de betreffende tekst nie klopt.

 

 

10 >    In de Thora en de profetieŽn staat dat God mensenoffers haat. Hij zegt dat het voor Hem een gruwel is. (Lev. 81:21."En gij zult geen van uw kinderen overgeven, om het aan de Moloch te wijden, opdat gij de naam van uw God niet ontwijdt. Ik ben de Eeuwige". Deut. 12:31 "Niet alzo zult gij de Eeuwige, uw God, dienen; want al wat de Eeuwige een gruwel is, wat Hij haat, doen zij voor hun goden; zelfs hun zonen en hun dochters verbranden zij voor hun goden met vuur." De 18:10, Ezech 16:20 "dat gij de zonen en dochters die gij Mij gebaard hadt, genomen en ten offer gebracht hebt, hun tot spijze.". Ook de geschiedenis met de geloofsbeproeving van Avraham laat zien dat God geen mensenoffer vraagt. Hoe kan dan de theorie ontstaan dat God het offer van Jezus vraagt ter verzoening van zonden? Zie ook punt 3.

 

 

11 >    Als de Thora zegt dat de Tempel, als deze op de berg Zion gebouwd zou zijn, de enige plaats is waar offers gebracht zouden mogen worden en dat alles wat buiten deze plaats geofferd werd, door God niet als correct offer werd gezien, hoe kan het christendom dan beweren dat God de dood van Jezus, die op Golgotha plaatsvond, als offer zou zien. Deut 12:1-14; 14 "maar op de plaats die de Eeuwige in het gebied van een uwer stammen verkiezen zal, daar zult gij uw brandoffers brengen, en daar zult gij doen alles wat ik u gebied". Verder moest van de offerdieren alleen een aantal specifiek genoemde ledematen/delen van het dier op het altaar verbrand worden. Dan zou het alleen als offer gerekend worden. Ook om die reden kan de dood van Jezus nooit als offer voor God beschouwd worden.

 

 

12 >    Een christelijke overtuiging is het, dat de Tempel niet herbouwd wordt of in ieder geval het niet noodzakelijk is dat de Tempel herbouwd zal worden met daarbij de terugkerende offeranden. Waarom staat er dan in Jer. 33:17-21 "17 Want zo zegt de Eeuwige: Nimmer zal het David ontbreken aan een man, die op de troon van het huis IsraŽls gezeten is; 18 en de levitische priesters zal het nimmer ontbreken voor mijn aangezicht aan een man die brandoffers offert, spijsoffers ontsteekt en slachtoffers brengt al de dagen. 19 Het woord van de Eeuwige kwam tot Jeremia: 20 Zo zegt de Eeuwige: Indien gij mijn verbond aangaande de dag en de nacht kunt verbreken, zodat er geen dag en nacht meer zou zijn op hun tijd, 21 dan zal ook mijn verbond met mijn knecht David verbroken worden, dat hij geen zoon meer hebben zal, die koning is op zijn troon, en met de Levieten, de priesters, mijn dienaren" en in Mal. 3:4 "4 Dan zal het offer van Juda en van Jeruzalem de Eeuwige aangenaam zijn als in de dagen van ouds en als in vroegere jaren." en in Ezech. 45:17-25: "17 Maar op de vorst rust de plicht van de brandoffers, het spijsoffer en het plengoffer, op de feesten, de nieuwemaansdagen en de sabbatten, op al de hoogtijden van het huis IsraŽls. Hij zal het zondoffer en het spijsoffer, het brandoffer en de vredeoffers brengen, om verzoening te doen voor het gehele huis IsraŽls. 18 Zo zegt Adonai de Eeuwige: In de eerste maand, op de eerste der maand, zult gij een gave jonge stier nemen en daarmede het heiligdom ontzondigen. 19 De priester zal daartoe iets van het bloed van het zondoffer nemen en dat strijken aan de post van het huis, aan de vier hoeken van de omloop van het altaar en aan de post van de poort van de binnenste voorhof. 20 Evenzo zult gij doen op de zevende van de maand ter wille van hen die onopzettelijk en onwetend zondigen; en gij zult verzoening doen voor het huis. 21 In de eerste maand, op de veertiende dag der maand, zult gij het Pascha vieren; gedurende het feest van zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden. 22 Op die dag zal de vorst voor zichzelf en voor al het volk des lands een stier als zondoffer bereiden. 23 En gedurende de zeven dagen van het feest zal hij zeven dagen lang dagelijks als brandoffer voor de Eeuwige zeven stieren en zeven rammen bereiden, alle gaaf, en als zondoffer dagelijks een geitenbok; 24 als spijsoffer zal hij een efa bij elke stier en een efa bij elke ram bereiden en een hin olie bij elke efa. 25 Ook in de zevende maand, op de vijftiende dag der maand, op het feest, zal hij het bereiden; zeven dagen lang desgelijks, zowel het zondoffer als het brandoffer, het spijsoffer zowel als de olie. (tussen haakjes: de Vorst die in vers 22 wordt genoemd is volgens Ezech 37:25 de Messias ben David). En waarom staat er dan in Ps. 119:160 dat de Thora instructies voor eeuwig gelden "160 Heel uw woord is de waarheid, al uw rechtvaardige verordeningen zijn voor eeuwig" en in Ezech 36:27 dat de inzettingen en verordeningen van de Eeuwige (dus ook de verordeningen en inzettingen voor de offeranden) weer gehouden zullen worden; "Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt."?.

 

 

13 >    Volgens de meeste christenen hoeft, o.a. op basis van Hebr. 8:13, de Thora niet meer onderhouden te worden. Waarom staat er dan in Mal. 3:19-24 (4:1-6) ďWant zie, de dag komt, brandend als een oven! Dan zullen alle overmoedigen en allen die goddeloosheid bedrijven, zijn als stoppels, en de dag die komt, zal hen in brand steken (zegt de Eeuwige  der heerscharen) welke hun wortel noch tak zal overlaten. Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal. Gij zult de goddelozen vertreden, want tot stof zullen zij zijn onder uw voetzolen op de dag die Ik bereiden zal, zegt de Eeuwige der heerscharen. Gedenkt de wet van Mozes, mijn knecht, die Ik hem op Horeb geboden heb voor gans IsraŽl, inzettingen en verordeningenĒ. De dag die hier wordt beschreven is duidelijk nog niet gekomen en de Eeuwige roept op om de Thora te onderhouden.

 

 

14 >    Volgens veel christenen is God genadiger geworden. In het NT openbaart God zich als een God van liefde (die het houden van de Thora niet meer belangrijk vindt) terwijl Hij onder het OT zich openbaart als een toornig God die Zijn kinderen een opdracht geeft die ze niet kunnen (en eigenlijk nooit zouden kunnen) volbrengen. (Tussen haakjes: De opdracht om de Thora te onderhouden zou er volgens hun alleen maar voor bedoeld zijn om aan te tonen dat ze die instructies niet kunnen houden.) Hoe kan het dan zijn dat God zich aan zijn volk in het OT juist in het geven van de Thora bekend maakt met de volgende woorden "6 De Eeuwige ging aan hem voorbij en riep: de Eeuwige, de Eeuwige, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, 7 die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft" Ook staat er in het OT dat de Eeuwige niet verandert Mal 3:6 "Voorwaar, Ik, de Eeuwige, ben niet veranderd."

Juist in het geven van de Thora, bewijst God zich volgens de Thora dat Hij een genadig God is. Dat hij instructies geeft om in Zijn aanwezigheid te komen. Door te ontkennen dat deze instructies de mens in Gods nabijheid brengen, is christendom juist een oorzaak donkerheid onder zijn volgelingen geworden. Vele oorlogen zijn er het indirecte resultaat ervan. Het christendom heeft in de afgelopen 2000 jaar geen vrede kunnen brengen. De boodschap varieerde van veroordeling en afwijzing tot haat en moord. Hoe kan dat?

 

 

15 >    Er wordt wel gezegd in christelijke kring dat de waarheid van het christendom wordt bewezen door de vruchten die het heeft (vele bekeerlingen, ervaringen en wonderen (die trouwens bijv. ook in de New Age beweging worden gezien)). Er wordt dan gedoeld  op de vele positieve dingen die het christendom heeft bewerkt t.o.v. het Jodendom. Het Jodendom zou geen goede boodschap hebben verkondigd. Hoe moet dan in dat kader 2000 jaar Jodenvervolging en Thoraverwaarlozing door het christendom worden gezien? Volgens de Tenach is en blijft IsraŽl als de oogappel van God (Zach.2:8b  "want wie u aanraakt, raakt zijn oogappel aan") En wat de Thora betreft; Volgens diverse teksten geldt die voor Eeuwig? Let wel aanhangers van het christendom hebben in de geschiedenis het Joodse volk meer vervolgd en gedood dan aanhangers van de Islam.Ook hebben de aanhangers van het Christendom meer oorlogen gestreden en veroorzaakt dan andere groepen.

 

 

16 >    Een christelijke uitspraak over het Oude Testament is dat er in die tijd geen vergeving/verzoening zonder bloedstorting mogelijk was (zie ook Hebr. 8:22). Waarom lees je dan in het Oude Testament  (Leviticus 4-6) dat alleen bij een aantal specifieke (vooral onopzettelijke) zonden bloed het zoenmiddel was. Daarbij kon ook nog eens het offer met bloed voor de armlastigen vervangen worden door een meeloffer waarbij geen bloed van pas kwam. O.a. in Ezech.18, 33,  Ps. 32, Hos. 14:2, Deut. 30, en de geschiedenis van Jona lees ik dat vergeving geschied / geschieden zal op grond van belijdenis van zonden en bekering. Ezech. 33:14-16 "14 En wanneer Ik tot de goddeloze zeg: Gij zult zeker sterven, maar hij bekeert zich van zijn zonde en handelt naar recht en gerechtigheid. 15 De goddeloze geeft een pand terug, vergoedt het geroofde, wandelt naar de inzettingen die doen leven, zodat hij geen onrecht meer bedrijft. Hij zal zeker leven, hij zal niet sterven. 16 Geen van de zonden die hij bedreven heeft, zal hem meer worden toegerekend; hij heeft naar recht en gerechtigheid gehandeld, hij zal zeker leven." Hos. 14:1-4 "1 Bekeer u, IsraŽl, tot de Eeuwige, uw God, want door uw ongerechtigheid zijt gij gestruikeld. 2 Komt met woorden van schuldbelijdenis, bekeert u tot de Eeuwige, zegt tot Hem: Vergeef de ongerechtigheid geheel en al, en wees genadig; wij bieden als offerstieren de belijdenis onzer lippen. 3 Assur zal ons niet verlossen, op paarden zullen wij niet rijden. En wij zullen niet meer zeggen tot het werk onzer handen: Onze God! Want van U verkrijgt de wees barmhartigheid. 4 Ik zal hun afkerigheid genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want mijn toorn keert zich van hen af." Ps 32:5 "Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid verheelde ik niet; ik zeide: Ik zal de Eeuwige mijn overtredingen belijden, en Gij vergaaft de schuld mijner zonden", Deut.30:2-6: "En gij keert terug tot de Eeuwige, uw Gíd, en luistert naar zijn stem gelijk alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel, Dan zal de Eeuwige, uw Gíd, tot uw gevangenen terug keren en Zich over u erbarmen, en zal Hij u weer verzamelen uit al de volken, waarheen de Eeuwige, uw Gíd, u verstrooid heeft. Al waren uw verstootenen aan het einde des hemels, van daar zal de Eeuwige, uw Gíd, u verzamelen en van daar zal Hij u nemen. De Eeuwige, uw Gíd, zal u brengen in het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het in bezit nemen; Hij zal het u wťl doen gaan en u vermeerderen nog meer, dan uw vaderen. De Eeuwige, uw Gíd, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, om de Eeuwige, uw Gíd, te beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leven moogt".

 

 

17 >    De hele Tenach spreekt over het grote belang van de terugkeer van het Joodse volk en het belang van het wonen van het Joodse volk in Eretz IsraŽl met een staatkundige inrichting als in de tijd van David en Salomo maar dan perfect. Compleet met tempel en tempeldienst. Mal. 3:4 4 "Dan zal het offer van Juda en van Jeruzalem de Eeuwige aangenaam zijn als in de dagen van ouds en als in vroegere jaren". en Jeremia 33: "17 Want zo zegt de Eeuwige: Nimmer zal het David ontbreken aan een man, die op de troon van het huis Israels gezeten is; 18 en de levitische priesters zal het nimmer ontbreken voor mijn aangezicht aan een man die brandoffers offert, spijsoffers ontsteekt en slachtoffers brengt al de dagen. 19 Het woord van de Eeuwige kwam tot Jeremia: 20 Zo zegt de Eeuwige: Indien gij mijn verbond aangaande de dag en de nacht kunt verbreken, zodat er geen dag en nacht meer zou zijn op hun tijd, 21 dan zal ook mijn verbond met mijn knecht David verbroken worden, dat hij geen zoon meer hebben zal, die koning is op zijn troon, en met de Levieten, de priesters, mijn dienaren. 22 Zoals het heer des hemels niet geteld en het zand der zee niet gemeten kan worden, zo talrijk zal Ik maken het nageslacht van mijn knecht David, en de Levieten, die Mij dienen."

Dit is in compleet andere realiteit dan wat wordt beweerd in de christelijke theologie die in zijn geheel en over grote meerderheid er vanuit gaat dat alle teksten van herstel en terugkeer naar het land IsraŽl als geestelijk moeten worden gezien. Hoe kan dat? (eigenlijk best raar dat de oordelen wel letterlijk voor IsraŽl zouden zijn maar de beloften ineens voor de kerk ) De hele boodschap van het christelijke Nieuwe Testament is hier van af gebogen en heeft de profetieŽn ontkracht als zijnde dat het niet meer van belang is of aan de orde dat de Tempel er weer zal zijn en dat het Joodse volk weer terug in het land IsraŽl zal komen. En dit terwijl er in Jer. 32 staat dat het terugbrengen van het volk IsraŽl naar het land IsraŽl iets is wat de Eeuwige met heel zijn hart en ziel doet "40 ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; 41 Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel."en waar Hij de heiliging van Zijn Naam aan verbonden heeft. Ezech. 36 "23 Ik zal mijn grote naam die onder de volken ontheiligd is, die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de Eeuwige ben, luidt het woord van Adonai de Eeuwige, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u als Heilige zal betonen.24 Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land;"

 

 

18 >    Heel duidelijk staat er in de eeuwig geldende instructies van de Thora en ook verder in de Tenach dat God aan IsraŽl een speciale plaats heeft gegeven voor altijd middels / naar aanleiding het verbond met Abraham Het is onveranderlijk. (Gen 17:7  Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn..1 Sam. 12:22 Want de Eeuwige zal zijn volk niet verstoten, om der wille van zijn grote naam. de Eeuwige heeft immers verkozen u tot zijn volk te maken, Psalm 105:6 gij nakroost van Avraham, zijn knecht, gij kinderen van Yaíakov, zijn uitverkorenen. Hosea 2:2020 Ik zal u Mij tot bruid werven door trouw; en gij zult de Eeuwige kennen.

Zo hebben Israel als land Jeruzalem als plaats en de Tempelberg (de berg Sion) als locatie ook een speciale plaats. Zacharia 16, 17 Daarom, zo zegt de Eeuwige: Ik keer in erbarming tot Jeruzalem weder; mijn huis zal daarin gebouwd worden, luidt het woord van de Eeuwige der heerscharen en het meetsnoer zal over Jeruzalem gespannen worden. Predik verder: Zo zegt de Eeuwige der heerscharen: Wederom zullen mijn steden overvloeien van het goede; nog zal de Eeuwige Sion troosten, Jeruzalem nog verkiezen. Psalm 132:13-18 Want de Eeuwige heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd: Dit is mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd. Jes. 62:11 Want de HERE doet het horen tot het einde der aarde: Zegt tot de dochter Sions: zie, uw heil komt; zie, zijn loon is bij Hem en zijn vergelding gaat voor Hem uit. En men zal hen noemen: 12 Het heilige Volk, De Verlosten van de Eeuwige; en gij zult genoemd worden: Begeerde, Niet verlaten Stad.)

Paulus' woorden (in de brief Efeze 2:14) gaan hier regelrecht tegenin. Hij zegt dat ieder nu gelijk is. Hij zegt dat IsraŽl die speciale plaats niet meer heeft en dat de volgelingen van Jezus' deze plaats nu hebben.

Verder spreekt hij met soortgelijke woorden over de Tempel 1 Cor 3:16 en 17 waarmee de herbouw van de fysieke Tempel in Jeruzalem mee afgedaan wordt.

Hoe komt het dat zeer zeer velen die woorden van Paulus hebben aangenomen voor waarheid terwijl ze tegen de eeuwige Torah instructies van God zelf ingaan?

Velen zeggen tegenwoordig dat Paulus het zo niet bedoeld heeft maar de praktijk van 2000 jaar christendom leert dat het wel zo is opgevat. De christenen zijn de afgelopen 2000 jaar de grootste vervolgers van de Joden geweest zonder ook maar stil te staan bij de speciale plaats die het volk IsraŽl heeft. Verder heeft men het land IsraŽl en de plaats Jeruzalem voor zichzelf willen opeisen zonder die plaats aan IsraŽl te willen geven. En ook nu nog is maar een kleine minderheid van het christendom overtuigd van IsraŽls speciale plaats en de speciale band tussen het land IsraŽl, de stad Jeruzalem en het volk IsraŽl.

 

 

19 >    Gods liefde komt tot uiting in het geven van de instructies van de Thora. Ps 119:39b "want uw verordeningen zijn goed". Ps 119:18 Ontdek mijn ogen, opdat ik aanschouwe de wonderen uit uw wet. De Thora is goed (voor de mens) voor eeuwig.Ps 19:7 De wet van de Eeuwige is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis van de Eeuwige is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige. Pr 3:2 'want lengte van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen'. Pr 3:18 'Een boom des levens is zij voor wie haar aangrijpen, wie haar vasthouden, zijn gelukkig te prijzen';

Het christendom doet er afbreuk aan. Door vast te houden aan de overtuiging dat de zonden bij voorbaat al verzoend zijn door Jezus' dood wordt er afbreuk gedaan aan de waarde van de eeuwige instructies van de Thora die God uit liefde aan IsraŽl heeft gegeven. Ook door de zogenaamd 'thoragetrouwe messiasbelijdende joden' wordt er duidelijk minder zorgvuldig om gegaan met het onderhouden van de Thora. Volgens de christelijke theologie kan de mens de wet immers toch niet houden (volgens de Thora juist wel. Deut 30:11  Want dit gebod, dat ik u heden opleg, is niet te moeilijk voor u en het is niet ver weg.)

Daarnaast er is nog altijd een redmiddel voor als je zondigt. Het is dus eigenlijk minder erg als je zondigt) De 32:46 zeide hij tot hen: Neemt al de woorden ter harte, waarmee ik u heden vermaan, opdat gij daarmee uw kinderen zult opdragen al de woorden dezer wet nauwgezet te onderhouden. 47 Want dit is voor u geen ledig woord, maar dit is uw leven: door dit woord zult gij lang wonen in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit zult nemen. De 30:20 door de Eeuwige, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want dat is uw leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan de Eeuwige uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou.
In de praktijk van het christendom wordt of de Thora helemaal niet gehouden of niet geheel. Hoe kan dat hebben ontstaan? Hoe kan het zijn dat het christendom de Thora als juk en niet als uiting van Gods liefde bestempelen?

 

 

20 >    Volgens de Tenach is goed, heilig leven (in het verleden heden en toekomst) een leven naar de richtlijnen van de Thora. Lev. 20:7.8 "Heiligt u dan, en weest heilig, want Ik ben de Eeuwige, uw God.8 Zo zult gij mijn inzettingen nauwgezet in acht nemen; Ik ben de Eeuwige, die u heilig." Micha 6:8 "Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de Eeuwige van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.", Jes. 56:1 "Zo zegt de Eeuwige: Onderhoudt het recht en doet gerechtigheid, want mijn heil staat gereed om te komen en mijn gerechtigheid om zich te openbaren.2 Welzalig de sterveling die dit doet, en het mensenkind dat daaraan vasthoudt; die acht geeft op de sabbat, zodat hij hem niet ontheiligt, en acht geeft op zijn hand, zodat zij niets kwaads doet."

Wat goed doen is, is duidelijk verwoord in de Thora (die voor eeuwig van kracht is). Volgens het Christendom heeft goeddoen niets met de Thora te maken. Het liefhebben van God is vertaald in het trouw met de kerk meelevend zijn en goed zijn voor de naaste. De instructies van hoe de liefde tot God tot uiting te brengen zijn afgedaan en ontkracht. Zie wat Paulus schreef in zijn brief aan de Galaten 3:"24 De wet is dus een tuchtmeester voor ons geweest tot Christus, opdat wij uit geloof gerechtvaardigd zouden worden. 25 Nu echter het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder de tuchtmeester."

Dit gaat ook weer tegen het Oude Testament in. Hoe kan dat? Nergens in het Oude Testament staat dat de Thora afgedankt zou worden. In tegendeel. Zie Ezech 36 en Jer 31 (zie boven)

 

 

21 >    Volgens de Thora is het besnijdenisteken/verbond een eeuwige instelling dat als teken dient voor het volk van God, Gods uitverkorenen Gen 17 "10 Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde; 11 gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u. 12 Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw huis geboren is, als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van uw nageslacht is. 13 Wie in uw huis geboren is en wie door u voor geld gekocht is, moet voorzeker besneden worden; zo zal mijn verbond in uw vlees zijn tot een eeuwig verbond.".

Wie geeft Paulus dan de autoriteit om dat ongedaan te maken, te ontkrachten? (in oa Gal. hst 5 (geheel) en 6:15 "15 Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is." en Ef. 2:12-19 "12 dat gij te dien tijde zonder Christus waart, uitgesloten van het burgerrecht IsraŽls en vreemd aan de verbonden der belofte, zonder hoop en zonder God in de wereld. 13 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. 14 Want Hij is onze vrede, die de twee een heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, 15 doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot een nieuwe mens te scheppen, 16 en de twee, tot een lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. 17 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; 18 want door Hem hebben wij beiden in een Geest de toegang tot de Vader. 19 Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods," (Dit hele gedeelte is trouwens in lijnrechte tegenspraak met de Thora en de profetieŽn)

Ook het mikwe (reinigingsbad) door onderdompeling is zo'n teken. Wie geeft de christelijke kerk (het grootste deel ervan) de autoriteit om dat ongedaan te maken of aan te passen?

 

 

22 >    In Hosea 14:2 wordt gesproken over het aanbieden van 'de belijdenis der lippen' in plaats van offerstieren als sleutel tot vergeving. (Ho 14:2 Komt met woorden van schuldbelijdenis, bekeert u tot de Eeuwige, zegt tot Hem: Vergeef de ongerechtigheid geheel en al, en wees genadig; wij bieden als offerstieren de belijdenis onzer lippen.3 Assur zal ons niet verlossen, op paarden zullen wij niet rijden. En wij zullen niet meer zeggen tot het werk onzer handen: Onze God! Want van U verkrijgt de wees barmhartigheid. 4 Ik zal hun afkerigheid genezen, Ik zal hen vrijwillig liefhebben, want mijn toorn keert zich van hen af. 5 Ik zal zijn als de dauw voor Israel, hij zal bloeien als een lelie, en zijn wortelen uitstrekken als de Libanon. 6 Zijn loten zullen uitlopen; zijn pracht zal zijn als die van een olijfboom en zijn geur als die van de Libanon.) Nergens wordt er gesproken over het feit dat een mensenoffer de stierenoffers zou gaan/kunnen vervangen. Ook niet in Jes. 53 (zie de desbetreffende pagina). Hoe kan men beweren dat de christelijke theologieŽn over het vervangend offer van Jezus op de Tenach zijn gebaseerd? (Deze theologieŽn vinden juist hun oorsprong in de heidense Mithras vereringscultuur).

 

 

23 >    In Deut. 30:1-10 en in 1 Kon. 8:46-53 spreken resp. Moshe en koning Shlomo over de toekomst van het volk IsraŽl waarin zij zich van God af zou keren maar ook over te toekomst waarin het volledige herstel plaats gaat vinden.

 

Waarom spreken Moshe en Shlomo, als zij het hebben over de (komende) 'terugkeer naar God' niet over het geloof in de Messias als (enige) redmiddel en als weg tot behoud maar over het terugkeren in het onderhouden van de Thora instructies?  Het Nieuwe Testament beweert toch dat het niet meer nodig is de Thora te onderhouden en dat het geloof in Jezus als Messias het enige vereiste tot behoud is voor 'Jood en Griek'?

 

Deut 30:1-10 "Wanneer dan al deze dingen over u komen, de zegen en de vloek, die ik u voorgehouden heb, en gij dit ter harte neemt te midden van al de volken, naar wier gebied de Eeuwige, uw God, u verdreven heeft, En gij keert terug tot de Eeuwige, uw Gíd, en luistert naar zijn stem gelijk alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel, Dan zal de Eeuwige, uw Gíd, tot uw gevangenen terug keren en Zich over u erbarmen, en zal Hij u weer verzamelen uit al de volken, waarheen de Eeuwige, uw Gíd, u verstrooid heeft. Al waren uw verstootenen aan het einde des hemels, van daar zal de Eeuwige, uw Gíd, u verzamelen en van daar zal Hij u nemen. De Eeuwige, uw Gíd, zal u brengen in het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het in bezit nemen; Hij zal het u wťl doen gaan en u vermeerderen nog meer, dan uw vaderen. De Eeuwige, uw Gíd, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, om de Eeuwige, uw Gíd, te beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leven moogt. En de Eeuwige, uw Gíd, zal al deze vervloekings-eeden doen komen op uw vijanden en uw haters, die u vervolgd hebben. Gij echter zult weer luisteren naar de stem van de Eeuwige en zult volbrengen al zijn geboden, die ik u heden gebied. De Eeuwige, uw Gíd, zal u den meerdere doen worden in al het werk uwer handen, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee, in de vrucht van uw bodem ten goede, want de Eeuwige zal weer over u verheugen, u ten goede, gelijk Hij Zich over uw vaderen verheugde, Wanneer gij namelijk naar de stem van de Eeuwige, uw Gíd, luisteren zult om Zijn geboden en Zijn wetten in acht te nemen, welke in dit boek der leer geschreven zijn; indien gij u tot de Eeuwige, uw Gíd, terugkeren zult met geheel uw hart en met geheel uw ziel. "

 

1 Kon. 8:46-53 "Wanneer zij tegen U zondigen (er is immers geen mens die niet zondigt) en Gij op hen toornig wordt en hen overlevert aan een vijand, zodat men hen als gevangenen wegvoert naar het land van de vijand, ver of nabij, wanneer zij het dan ter harte nemen in het land waarheen zij weggevoerd zijn, zich bekeren, en tot U smeken in het land van wie hen weggevoerd hebben en zeggen: wij hebben gezondigd, ongerechtigheid bedreven en goddeloos gehandeld, wanneer zij zich dan tot U bekeren met hun gehele hart en hun gehele ziel in het land hunner vijanden die hen weggevoerd hebben, en wanneer zij tot U bidden in de richting van het land dat Gij hun vaderen gegeven hebt, van de stad die Gij verkoren hebt, en van dit huis dat ik voor uw naam gebouwd heb, hoor dan in de hemel, de vaste plaats uwer woning, naar hun gebed en naar hun smeking en verschaf hun recht. Vergeef uw volk hetgeen waarin zij tegen U gezondigd hebben, en al hun overtredingen die zij tegen U begaan hebben, en geef hun barmhartigheid bij degenen die hen weggevoerd hebben, zodat zij zich over hen erbarmen, want zij zijn uw volk en uw erfdeel dat Gij uit Egypte hebt geleid, midden uit de ijzeroven. Laten dan uw ogen geopend zijn voor de smeking van uw knecht en voor de smeking van uw volk IsraŽl, en hoor naar hen, zo dikwijls zij tot U roepen, want Gij hebt hen U ten erfdeel afgezonderd uit alle volken der aarde, zoals Gij gesproken hebt door de dienst van uw knecht Mozes, toen Gij onze vaderen uit Egypte hebt geleid, HaShem de Eeuwige."

 

 

24 >    In Jer. 23:5-8 staat "Zie, de dagen komen, luidt het woord van de Eeuwige, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. In zijn dagen zal Juda behouden worden en IsraŽl veilig wonen; en dit is zijn naam, waarmede men hem zal noemen: de Eeuwige is onze gerechtigheid. Daarom zie, de dagen komen, luidt het woord van de Eeuwige, dat men niet meer zal zeggen: Zo waar de Eeuwige leeft, die de IsraŽlieten uit het land Egypte heeft doen optrekken, maar veeleer: Zo waar de Eeuwige leeft, die het nageslacht van het huis IsraŽls heeft doen optrekken en die het heeft doen komen uit het Noorderland en uit al de landen waarheen Hij hen verdreven had; en zij zullen op hun eigen grond wonen.". Als Jezus de beloofde Messias zou zijn waarom zijn deze woorden dan niet ten tijde van de dagen dat hij verwekt is in vervulling gegaan?

 

 

25 >   In de Tenach (Oude Testament) staat dat je in Gods aanwezigheid komt (en dat er heelheid, vergeving en genezing is) door te luisteren naar God, door het onderhouden van Gods geboden, de Thora. Lev. 26: "3 Indien gij in mijn inzettingen wandelt en mijn geboden nauwgezet in acht neemt, 4 dan zal Ik u te rechter tijd uw regens geven, zodat het land zijn opbrengst geeft en het geboomte des velds zijn vrucht draagt; 5 de dorstijd zal bij u duren tot de wijnoogst, en de wijnoogst tot de zaaitijd; gij zult uw brood eten tot verzadiging en veilig in uw land wonen. 6 En Ik zal vrede in het land geven, zodat gij nederliggen zult, zonder dat iemand u opschrikt; Ik zal de wilde dieren uit het land uitroeien, en het zwaard zal uw land niet teisteren. 7 En gij zult uw vijanden vervolgen, en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen. 8 Vijf van u zullen honderd achtervolgen, en honderd van u zullen tienduizend achtervolgen, en uw vijanden zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen. 9 En Ik zal Mij tot u wenden, u vruchtbaar doen zijn en u talrijk maken, en Ik zal mijn verbond met u bevestigen. 10 En gij zult het overjarige, dat overgebleven is, eten, en het overjarige zult gij voor het nieuwe moeten wegdoen. 11 En Ik zal mijn tabernakel in uw midden zetten, en Ik zal geen afkeer van u hebben, 12 maar Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn."
Le 18:5 'Ja, gij zult mijn inzettingen en mijn verordeningen in acht nemen; de mens die ze doet, zal daardoor leven: Ik ben de Eeuwige'. Ps 19:7 '7 De wet van de Eeuwige (de Thora) is volmaakt, zij hersteld de ziel; de getuigenis van de Eeuwige is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige.'. Deut 6:2 opdat gij de Eeuwige, uw God, vreest door al zijn inzettingen en geboden te onderhouden, die ik u opleg, gij en uw zoon en uw kleinzoon, al de dagen van uw leven, en opdat gij lang leven moogt' Deut. 6:24 De Eeuwige gebood ons al deze inzettingen te onderhouden en de Eeuwige, onze God, te vrezen, opdat het ons altijd wel zou gaan en Hij ons in het leven zou behouden, zoals dit heden het geval is'. De 30:20 door de Eeuwige, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want dat is uw leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan de Eeuwige uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou.", De 32:47 "Want dit is voor u geen ledig woord, maar dit is uw leven: door dit woord zult gij lang wonen in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit zult nemen." Spr 3:2 'want lengte van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen'. Spr 3:18 'Een boom des levens is zij voor wie haar aangrijpen, wie haar vasthouden, zijn gelukkig te prijzen';  Eze 20:11 'Ik gaf hun mijn inzettingen en maakte hun mijn verordeningen bekend; de mens die ze opvolgt, zal daardoor leven'.

 

Verder staat er in deze gedeelten duidelijk dat deze instructies voor eeuwig gelden. Ook koning David zegt het duidelijk in Ps 119: 152 "Van oudsher weet ik uit uw getuigenissen, dat Gij ze voor eeuwig hebt vastgesteld....:160 Heel uw woord is de waarheid, al uw rechtvaardige verordeningen zijn voor eeuwig. Ps 89:34 mijn verbond zal Ik niet ontwijden, noch veranderen wat over mijn lippen gekomen is". Ps 111:7b-9a: ...betrouwbaar zijn al zijn bevelen, vastgesteld voor immer en altoos, volbracht in waarheid en oprechtheid. Hij heeft aan zijn volk verlossing gezonden, Hij heeft zijn verbond voor eeuwig verordend.

 

Ook nu kom een mens dus in Gods aanwezigheid door gehoorzaamheid aan God, het onderhouden van Gods geboden (de Thora). Mich 6:8 "8 Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de Eeuwige van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God." Door te stellen dat je nu in Gods aanwezigheid komt door (alleen) het geloof in Jezus als de Messias is gebaseerd op deze (door God eeuwig gegeven instructies) een afleiden van de waarheid. De Nieuw Testamentische boodschap "Galatenbrief 2:16 wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof in Christus Jezus" en Romeinenbrief 10:4 "Want Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft." is in tegenspraak met de eeuwige boodschap van de Thora/Tenach. Ook met het geheel van alle profetieŽn die voor de komende toekomst gelden. Herstel is er weer voor IsraŽl als ze weer leven volgens de Thora. Ezech. 37:24b "Zij zullen naar mijn verordeningen wandelen en naarstig mijn inzettingen onderhouden.".

 

Hoe kan het zijn dat heel veel mensen het zo maar aannemen dat Gods woorden (van betekenis) zijn veranderd? Hoe kan het zijn dat velen daar niet over na durven te denken of in durven te zien terwijl juist het erkennen van Gods waarheid tot wereldomvattend herstel zou kunnen leiden. (lees ook eens verder de teksten over het Nieuwe Verbond).

 

Het stellen dat de Thora voor de mens niet (meer) van belang is om in Gods volle aanwezigheid te komen of te leven is een afhouden van de waarheid. Jes.2:2 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis van de Eeuwige vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen 3 en vele natien zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg van de Eeuwige, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de Eeuwige uit Jeruzalem. Door te beweren dat iemand in Gods aanwezigheid komt door het geloof in de evangeliŽn in plaats van door het gehoorzaamheid aan God worden gelovigen juist in donkerheid in plaats van licht gebracht.

 

 

26 >   Een groeiend aantal (bijbel)gelovigen realiseert zich dat de instructies van de Thora nog steeds bindend c.q. geldend zijn (zoals dat natuurlijk staat in o.a. Deut. 4:40 (Onderhoud dan zijn inzettingen en zijn geboden, die ik u heden opleg, opdat het u en uw kinderen na u wel ga en opdat gij lang leeft in het land, dat de Eeuwige, uw God, u geven zal voor altijd.)) In die eeuwige Thora staat op diverse plaatsen ĎZo zal de priester over hem verzoening doen voor zijn zonde, en het zal hem vergeven worden.Ď of Ďzo zal hij verzoening doen ÖÖ en het zal rein zijní (o.a. Lev. 4:20, 4:26, 4:31, 4:35, 5:10, 5:13, 5:16, 5:18, 12:7, 12:8, 14:53 en 16:16). Verder worden offers door Gíd als offers aangemerkt als ze op de daarvoor bestemde plaats geofferd worden (o.a. Deut 12:1-14): In de Tempel op het altaar. Er wordt niet gesproken over een andere manier van verzoening aanbrengen of een andere manier van offeren in deze eeuwig geldende instructies.

Hoe kan er dan daarnaast een theologie ontstaan/bestaan waarbij een mens moet sterven ter verzoening van een andermans zonden en dat er alleen door het sterven van die persoon verzoening mogelijk is?

Zie ook o.a. Ezech. 18: 20 De ziel die zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf. 21 Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van alle zonden die hij begaan heeft, al mijn inzettingen onderhoudt en naar recht en gerechtigheid handelt, dan zal hij voorzeker leven; hij zal niet sterven. 22 Geen van de overtredingen die hij begaan heeft, zal hem worden toegerekend; om de gerechtigheid die hij betracht heeft, zal hij leven.

 

 

27 >   Volgens de Christelijke theologie is Jezus God omdat hij Gods zoon genoemd zou zijn. In Ex 4 staat dat het hele Joodse volk de zoon van God is (22 Dan zult gij tot Farao zeggen: Zo zegt de Eeuwige: Israel is mijn eerstgeboren zoon). Zou dit dan ook betekenen dat elke IsraŽliet God is?????

 

 

28 >    Volgens de Christelijke theologie kan God alleen echt van een mens houden als de Ďschuld verzoendí is door een vereist offer, Hoe kan het dan zijn dat God DaniŽl, na de verwoesting van de eerste Tempel en voor de herbouw van de tweede tempel (zonder offer) ďzeer bemindĒ noemt?  Dan. 9:23

 

 

29 >    Hoe komt het dat Jezus, als hij de beloofde Messias zou zijn, geen van de duidelijke profetieŽn over de Messias in het Oude Testament heeft vervuld?

 

 

30 >    Waarom zou je in Jezus als beloofde Messias moeten geloven (als voorwaarde voor je 'behoud') als hij geen van de duidelijke voorzeggingen over de Messias die in de Tenach (Oude Testament) staan (en waaraan we de Messias kunnen herkennen) heeft vervuld?

 

 

31 >    In Hosea 11:9 staat "Want God ben ik, en geen mens,". In Ps 146:3 en 4 staat "3 Vertrouw niet op ....een sterveling bij wie geen redding is" en in Hosea 13:4 staat "Maar ik, de HEER, ben je God al sinds Egypte, en met andere goden mag je je niet inlaten; buiten mij is er niemand die je redt." Hoe kan, als je deze teksten leest, een theorie ontstaan dat God mens zou zijn die door het sterven van Zijn mens-zijn verlossing zou moeten brengen?. Er staat namelijk: God is geen mens. Er is geen verlosser dan God alleen en Sterfelijke mensen kunnen geen verlossing brengen.

 

 

32 >    In Jesaja 14:1 staat: "Maar over Jakob zal de Eeuwige zich ontfermen, weer wordt IsraŽl uitverkoren. Hij zal hen in vrede laten wonen op hun eigen grond. Vreemdelingen zullen zich bij hen aansluiten en zich voegen bij het volk van Jakob." en in Zach 8:23 staat " En dit zegt de Eeuwige van de hemelse machten: Als die tijd is gekomen, zullen tien mannen uit volken met verschillende talen een Joodse man bij de slip van zijn mantel grijpen met de woorden: ďWij willen ons bij u aansluiten, want we hebben gehoord dat God bij u is.Ēí Ezech 37:19 " zeg dan: ďDit zegt God, de Eeuwige: Ik neem het stuk hout van Jozef-dat van EfraÔm dus-en van de stammen van IsraŽl die met hem verbonden zijn, en ik leg dat tegen het stuk hout van Juda aan. Ik maak er ťťn stuk hout van, in mijn hand zullen ze ťťn worden.Ē

Volgens de profeten zullen de niet Joden om God te dienen zich bij het fysieke volk Israel aansluiten. Hoe kan een theorie aanvaard worden waar dit aansluiten bij het fysieke volk Israel (wat nooit verdwenen is geweest) niet meer van belang is?

 

 

33 >    In Jesaja 56:3,6 en 7 staat dat een niet Jood een deel van het volk van God te worden door zich fysiek bij Israel aansluiten (wat onder andere bestaat in het gaan vieren van de Shabbath en verder de gehele Thora instructies op zich te nemen. "De vreemdeling die zich met de Eeuwige heeft verbonden, laat hij niet zeggen: ĎDe Eeuwige zondert mij zeker af van zijn volk.í ....En de vreemdeling die zich met de Eeuwige heeft verbonden om hem te dienen en zijn naam lief te hebben, om dienaar van de Eeuwige te zijn- ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt, ieder die vasthoudt aan mijn verbond-, hem breng ik naar mijn heilige berg, hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed; zijn offers zijn welkom op mijn altaar. Mijn tempel zal heten ĎHuis van gebed voor alle volkení." Deze profetie is nog steeds van kracht.

Hoe kan een geloofsovertuiging aanvaard worden (zoals dat staat in de 'Efeze brief' 2:11-13) waarin wordt geleerd dat je nu enkel door het geloof in een Messias onderdeel wordt van het fysieke volk Israel wat ook nog in de praktijk niet zo is.

 

 

34 >    In Jesaja 59:21 staat: "Dit verbond sluit ik met hen-zegt de Eeuwige: Mijn geest, die op jou rust, en de woorden die Ik je in de mond heb gelegd, zullen uit jouw mond niet wijken, noch uit de mond van je kinderen, noch uit de mond van je kindskinderen, van nu tot in eeuwigheid-zegt de Eeuwige" Hier  staat geschreven dat de woorden en openbaringen van God voor altijd via het Joodse volk zouden en zullen lopen.  Hoe kan er een nieuwe 'openbaring' (die niet met de inhoud van Thora en profeten overeenkomt) grip krijgen die niet via het Joodse erkend maar via een 'nieuwe groep'  is als God zegt dat hij voor altijd Zijn woorden aan het Joodse volk heeft toevertrouwd? Vanaf de begintijd van het Christendom en de christelijke overtuigingen zijn deze nooit een onderdeel geweest van het geheel van openbaringen (zoals Thora en profetische geschriften) die aan het Joodse volk zijn toevertrouwd en/of door enig officieel erkende Joodse (rechts)instelling  erkend is geweest. De Christelijke theologieŽn zijn nooit door het Joodse volk 'officieel' als gezaghebbend aanvaard zoals de Thora en de Profetische geschriften dat wel zijn.

 

 

35 >    In Deuternomium 4:2 staat "Gij zult aan wat ik u gebied, niet toedoen en daarvan niet afdoen, opdat gij de geboden van de Eeuwige, uw God, onderhoudt, die ik u opleg". Hoe kan er een gebod worden geaccepteerd dat je moet geloven in de vervangende dood van de Messias als voorwaarde voor toegang tot God en van behoud en redding? Ook het sanhedrin (de rechters) heeft dit nooit bepaald.

 

 

36 >    Nergens in de Tenach (het Oude Testament) werd voorzegd dat er op een (bepaald) moment in de toekomst behoudenis verkregen zal worden door het geloof in de Messias. Lees bijvoorbeeld Jes 55:7 wat een tekst is die over de toekomst (ook van vandaag) gaat "De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen; en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. ". Ook bestaat er in de Thora en Tenach geen gebod dat iemand moet (gaan) geloven in een bepaalde persoon als zijnde de Messias. Daarom geloven wij als Joden dat het niet nodig is om zoiets te geloven.

Hoe komt het (als dat (het geloof in de Christelijke Messias) nu zoín essentieel punt zou moeten zijn) dat er daar geen melding / voorzegging van in de Tenach (het Oude Testament) te vinden is en God zegt dat er niets aan de geboden van de Torah toegevoegd mogen worden?

 

 

37 >    In de Tenach (het Oude Testament) staat Ps 19:7 '7 De wet van de Eeuwige (de Thora) is volmaakt, zij hersteld de ziel; de getuigenis van de Eeuwige is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige.' Hoe kan Paulus dan schrijven dat de Thora een bediening van de dood is ? 2 Cor 3:7 "de bediening van de dood, met letters op stenen gegraveerd"

 

 

38 >    Wat is de toegevoegde waarde om in Jezus te geloven als weg tot 'het leven' als deze weg er al was? Ezech 18:21 en Ezech 33:14,15 En wanneer Ik tot de goddeloze zeg: Gij zult zeker sterven, maar hij bekeert zich van zijn zonde en handelt naar recht en gerechtigheid Ė de goddeloze geeft een pand terug, vergoedt het geroofde, wandelt naar de inzettingen die doen leven, zodat hij geen onrecht meer bedrijft Ė hij zal zeker leven, hij zal niet sterven.

 

 

39 >    In de Tenach (het Oude Testament) wordt gesproken over hoe na het afkeren van het volk IsraŽl met als gevolg de verstrooing, de naam van God weer door Israel geheiligd zal worden (EzechiŽl 36). Er staat geschreven dat de naam van God weer geheiligd zal worden doordat het volk terug zal zijn in het land IsraŽl (i.t.t. wat christenen geloven namelijk dat het Joodse volk in Jezus als Messias zouden gaan geloven). Ezech 36;23,24 "Ik zal mijn grote naam die onder de volken ontheiligd is, die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de Eeuwige ben wanneer ik mij te hunnen aanschouwen in uw midden als den Heilige doe kennen. Ik zal u uit de volkeren doen optrekken en u verzamelen uit alle landen, en u in uw land terugbrengen".

Hoe komt het dat (als het geloof in de Christelijke Messias het essentiele punt is) daar hier geen melding van wordt gemaakt in zo'n tekst die daar dan zeker over zou moeten spreken?

 

 

 

-0-0-0-0-0-0-0-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                 

 

Start ] Think about this ] Joods? ] [ Inhoud ]

Voor vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
webmaster@shalom-center.org
Laatst bijgewerkt: 13 augustus 2013