Emuna

  UP-DATE'S -- Hier vindt U de recente wijzigingen, toevoegingen en actuele publicaties

 

 

 

 

 

Start
English
עברית
Español
Wie zijn wij?
Activiteiten
Shabbath in Susya
Thora
Tenach
Emuna
Mitswot
Het Joodse vragertje
Messias
Beth HaMikdash
Joods denken
Jodendom
Kabbalah
ISRAEL
Zionisme
Aliyah
Gebeden
Zmirot
Citaten
Links
Noachidisch
Lectuur

 

 

 

aangevuld 1 Tamuz 5771 (03.07.2011)

 

Geloof en Vertrouwen (Emuna en Bitachon) vanuit Joods perspectief

 

 

Emuna (spreek uit Emoena), betekend ‘geloof’ in God, en Bitachon, betekend ‘vertrouwen’ in God.

 

Wat wordt er bedoeld met Emuna en Bitachon vanuit het Joodse denken?  In het christendom, waar geloof de belangrijkste plaats in neemt in de religie houdt dat geloof in dat je gelooft dat de Messias de verlosser is, verlosser van je zonden. Deze betekenis is gebaseerd op wat uitleggingen in het Christelijke zogenoemde Nieuwe Testament. Gebaseerd op de Tenach (Oude Testament) en Joodse geschriften heeft het echter niet die betekenis en ook nooit gehad. Wat dan wel?

 

 

 

Emuna is het geloven in de Eeuwige, de Schepper en onderhouder van alles en het is de Eeuwige op Zijn Woord geloven. Geloven de dingen die HaShem in het verleden heeft gedaan. Erkennen dat Hij het was die het heeft gedaan. Erkennen en geloven dat Hij de éne en enige echte God is.

Bitachon is het vertrouwen dat ons heden en onze toekomst in Gods hand is, dat alles dus onder Zijn controle is en dat er geen macht is dan Hem. In Alles. Bitachon is gebaseerd op Emuna, het geloof in de Eeuwige zoals hiervoor beschreven. Het is geloven dat Hij een goede God is, die iedereen voorziet en dat Hij alle dingen doet ten goede en met alles een specifiek doel heeft. Iemand kan geloven zonder te vertrouwen op God, dus Emuna hebben zonder Bitachon. Het is echter onmogelijk Bitachon (in God) te hebben zonder Emuna.

 

Vanuit het Joods denken, zijn emuna en bitachon het fundament waar heel de Thora (en dus ook Tenach) op rust. Zo is dat beschreven in de Thora, de Tenach en in de Talmoed (Makot 23b-24a). Ze zijn dus ook het fundament van het Joodse denken en van het Joodse volk.  Het ‘Shma’, de belangrijkste ‘belijdenis’ van het Joodse volk is een tot uitdrukking brengen van het geloof en vertrouwen in HaShem. Shma Israel HaShem Elokenu, HaShem Echad. HaShem is onze God, HaShem is Één is een belijdenis dat je gelooft dat alleen HaShem God is en dat HaShem de enige macht is waarmee je rekening houdt en dat je gelooft dat alle dingen onder HaShems controle zijn en alle dingen dus uit Zijn hand komen. De Rambam noemt in zijn boek Sefer HaMitswot Emuna de eerste mitswe. De meeste andere Joodse wijzen zeggen zelfs dat emuna zoiets fundamenteels is dat je het geen ‘aparte’ mitswe kan noemen. Ze zeggen dat voor elke mitswe emuna nodig is, het geloof dat HaShem de Éne en Enige God is.

 

Het gaat eigenlijk nog verder. Er staat geschreven dat zonder Emuna het onmogelijk is de Eeuwige te kennen. In het boek Hosea 2:22 staat geschreven "Ik zal je aan Mij verbinden door geloof; en je zal de Eeuwige kennen". Daaruit kunnen we leren, zo zegt Rabbijn Nachman (uit Breslow), dat ‘De enige manier om God te kennen is door Emuna’. Dit was de manier zoals Avraham God kende. Avrahem kende God door Emuna en Bitachon. Het kennen wat er dan bedoeld wordt is niet het kennen van iemand op een wetenschappelijke manier door het bestuderen van iemand van uitgeschriften zonder noodzakelijkerwijs contact met hem of haar te hebben. Met betrekking tot het kennen van de Eeuwige, wordt er niet bedoeld het wetenschappelijk kennen van God door het bestuderen van de Thora, Talmud en de andere geschriften. Het kennen wat hier bedoeld wordt is het kennen als het kennen van een vriend door persoonlijk wederzijds contact.  

 

Rabbijn Nachman schrijft n.a.v. Makkot 24a, wat verwijst naar Habakuk 2:4, dat alle voorschriften van de Thora gebaseerd zijn op een principe: De Rechtvaardige zal leven door zijn Emuna. Ook Rabbijn Meir Kahane schrijft in zijn boek 'The Jewish Idea' hetzefde. Met de woorden in Habakuk 2:4 verwijst de profeet Habakuk naar de woorden in Genesis 15:6, de woorden die de Eeuwige tot Avram sprak “En hij geloofde in de Eeuwige, en Hij rekende het hem toe als deugd (gerechtigheid).” Avram (later Avraham) is de stamvader van het volk Israel. Door zijn verdienste zal de Eeuwige zijn beloften waarmaken om het volk Israel tot hun God te zijn het land Israel als eeuwige erfenis te geven aan het volk Israël.

 

De grondregel van de Thora, zoals dat al op de pagina Joods Denken wordt genoemd, staat verwoord in Psalm 16:8 "Steeds houd ik de Eeuwige voor ogen". Zonder het hebben van Emuna is het onmogelijk de Eeuwige ‘steeds voor ogen te houden’.

Emuna (geloof) en Bitachon (vertrouwen) worden opgebouwd aan de hand van wezenlijke, feitelijke ervaringen waarin de mens aantoonbaar ziet en ervaart dat God goed en betrouwbaar is. Het zijn geen ongrijpbaar begrippen gebaseerd op ongrijpbare gedachten of feiten die niet aantoonbaar zijn maar ontegenzeggelijke feiten. Om een voorbeeld te geven. God zegt tegen het volk Israel: ‘Ik ben jullie God die jullie uit Egypte heeft gehaald’ als Hij vraagt dat ze in Hem zullen geloven en Hem te gehoorzamen (Deut. 11:1-25) en niet Ik ben de God die de hemel en aarde heeft gemaakt. Dat is voor het Joodse volk op dat moment iets ongrijpbaars terwijl het uitleiden uit Egypte iets is wat ze zelf hebben ondervonden. Dat is een duidelijk referentiekader voor hen. Juist om die reden wordt ieder jaar Pesach gevierd. Uitgebreid wordt er stil gestaan bij de feitelijke dingen die God voor ons volk gedaan heeft. De dingen waardoor Hij heeft laten zien dat Hij alleen God is en niemand of niets anders. Als God hen verweet (in de woestijn) dat ze geen vertrouwen in Hem hadden was dat nadat ze vele tekenen en bewijzen hadden gezien dat God te vertrouwen was en dat Hij goed voor hen zorgde.  Num 14:11  “En de Eeuwige zeide tot Mozes: Hoelang zal dit volk Mij versmaden, en hoelang zullen zij niet op Mij vertrouwen bij al de tekenen die Ik in zijn midden gedaan heb?” Tussen haakjes, door het gebrek aan vertrouwen bij deze 10 leiders van het volk konden ze de schoonheid van het land niet zien. Bij Avraham al werd zijn geloof aan de hand van opgedane ervaringen opgebouwd. Als God Avraham testte in z’n geloof was dat op een moment dat Avraham al had gezien dat God in een vorige gelegenheid betrouwbaar was gebleken. Ook David die in zijn psalmen oproept om op HaShem te vertrouwen had persoonlijk de ervaring dat HaShem hem had geholpen waarin HaShem had laten zijn dat hij op Hem kon vertrouwen. Emuna ontstaat door opgedane ervaringen. Dingen die je ziet, dingen die je kan waarnemen.

 

 

 

Waarom werd Avram uitgekozen om stamvader te zijn van Gods ‘uitverkoren’ volk

 

Wat was de verdienste van Avraham. Wat maakte hem tot stamvader van het volk Israël als uitverkoren volk van de Eeuwige. Wat was het dat de Eeuwige Hem uitkoos om door hem en zijn nakomelingen Zijn Naam bekend te laten maken over heel de aarde? Het was niet de acceptatie van de instructies in de Thora. Die had hij niet uit de Hemel gekregen zoals het volk Israël bij de berg Sinaï. Dat was het dus niet wat hem tot stamvader maakte, Evenmin trouwens Yitschak en Ya’akov en al de zonen van Ya’akov. Wat was het dan wel. Het was omdat dat hij Emuna had in de Eeuwige. Nadrukkelijk wordt het vermeld in Genesis 15:6 dat de Eeuwige zijn geloof hem toerekende als deugd, als rechtvaardige daad. Rashi zegt bij dit vers ‘De Heilige, geloofd zij hij, rekende het Avram aan als verdienste en als deugd wegens het vertrouwen dat hij in Hem had gesteld’. Hij had geloof in God en God rekende het hem toe als een deugd zo staat er. Chazal (dat is een verzamelwoord voor de Joodse wijzen) zegt dat Avram’s geloof zo groot was dat hij geloofde dat God Zijn belofte zou vervullen zelfs al zou hij het niet verdienen. Hij geloofde dat God het zou vervullen als een ‘daad van genade en liefdadigheid’. Avram’s verdienste was dus zijn Emoena. Zijn Emoena maakte hem de stamvader van het volk Israel Isa 41:8  Maar gij, Israel, mijn knecht, Ya’akov , die Ik verkoren heb, nakroost van mijn vriend Avraham, Het volk Israël is daarmee een volk dat in zijn relatie met God leeft door geloof..

 

Nadat Avram tot de ‘ontdekking’ was gekomen dat de Eeuwige de enige echte God was, begon hij Zijn Naam bekend te maken in Zijn omgeving, begon hij zijn geloof in de Eeuwige uit te dragen. Op vele manieren deed hij dat. Een ervan is, zo zegt de Midrash, dat hij iedereen die langskwam uitnodigde om bij hem te komen eten. Hij had openingen in zijn tent naar vier kanten opdat hij geen voorbijganger zou missen. Als zijn gasten dan hadden gegeten zei hij: Dank de Eeuwige want alles komt van Hem. Als zijn gasten dat dan niet deden liet hij ze betalen voor het eten. Als ze de Eeuwige erkenden als gever niet.

 

Als we het verhaal van Avram (en later Avraham) in de Thora lezen valt de nadruk op zijn Emuna. Avram’s Emuna werd tot tienmaal toe getest, zo schrijft de Midrash (de overlevering). Eenmaal werd hij getest zo schrijft Rabbijn Hiyya in de Midrash toen Nimrod hem in een vurige oven wilde gooien als hij niet zijn afgod aanbad. Avraham deed dat niet omdat hij in de Eeuwige als enige en ware God geloofde. Hij wist niet of hij er levend weer uit zou komen. Hij bleef in de Eeuwige geloven ongeacht wat de consequenties zouden zijn. Dit vertrouwen op God maakte het dat hij ongeschonden uit de vurige oven kwam. De Midrash vertelt dat hij niet ook maar iets door het vuur werd aangetast. De Midrash vertelt hierbij verder dat zijn broer, toen hij dit wonder zag, vroeg om hem ook in de oven gegooid te worden. Hij ging er vanuit dat God ook hem eruit zou redden. Hij verbrandde echter wel. Hij geloofde namelijk allen in God voor een goede uitkomst. Avram geloofde in God ongeacht de uitkomst hiervan.

 

De laatste keer werd het getest met ‘de Akeida’, de binding van zijn enig geboren zoon Itschak door wie, zo had de Eeuwige beloofd een groot nageslacht zou krijgen. Ondanks het feit dat de Eeuwige hem toen opdroeg zijn zoon aan hem te gaan (slachten en) offeren op een altaar op de berg Moriah, bleef hij in de Eeuwige geloven, dat Hij door deze zoon een groot nageslacht zou krijgen. Terwijl bleef hij ook de Eeuwige gehoorzaam om uit te gaan voeren wat de Eeuwige hem vroeg te gaan doen (wat er logischerwijs in uit zou monden dat zijn zoon het leven zou verliezen). Tegen zijn knechten zegt hij, toen hij de berg opging in gehoorzaamheid aan Gods opdracht, dat hij met zijn zoon weer terug zal komen, gelovend dat God hem eventueel uit de dood zou opwekken. God had hem namelijk door deze zoon nakomelingen beloofd.

 

Zijn geloof in God maakte hem gehoorzaam aan God. Zijn geloof was de reden dat de Eeuwige het volk Israel uitkoos als volk in Zijn dienst. Het volk aan wie de Thora werd toevertrouwd. Het volk Israel kreeg, toen ze uit Egypte waren bevrijd, diverse ‘geloofsbeproevingen’ waarbij God liet zien dat Hij te vertrouwen is, dat Hij (voor hen) de betrouwbare God is in wie ze konden geloven. Toen waren ze pas klaar om de Thora te ontvangen. Als de Eeuwige de Thora geeft begint Hij dan ook met de woorden “Ik ben de Eeuwige die u uit Egypte hebt uitgeleid” de Eeuwige heeft hen uit Egypte bevrijd. Ze hebben reden om Emuna te in de Eeuwige. Isa 43:10  Gij zijt, luidt het woord van de Eeuwige, mijn getuigen, en mijn knecht, die Ik verkoren heb, opdat gij het weet en in Mij gelooft en inziet, dat Ik dezelfde ben; voor Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn.

 

 

Avraham kende de instructies van de Eeuwige door zijn geloof

 

Avraham kende door zijn Emuna in God, zo zegt Chazal, de instructies van God van binnen uit. Zijn binnenste, zijn ingewanden ‘leerden en onderwezen’ hem de instructies van God. Door zijn Emuna kende Avraham de instructies van de Thora van de Eeuwige en hield hij zich er aan. Op dat moment was  de Thora nog niet op Sinaï gegeven. In Genesis 26:5 staat het: ‘omdat Avraham naar Mij geluisterd en mijn dienst in acht genomen heeft: mijn geboden, mijn inzettingen en mijn wetten’. Avraham hield zich aan de Thora die hij kende door zijn Emuna.

 

In Psalm 125 staat ‘Wie op de Eeuwige vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor altoos blijft’. Waarom staat er dat degenen die op de Eeuwige vertrouwen als de berg Sion zijn? Rav Vidal HaTzarfat zegt hierover. Net zoals Gods Geest altijd op de berg Sion rust en er nooit van vandaan gaat, zo blijft de Geest van God  altijd op degene die op Hem vertrouwen. Door Gods Geest krijgen we de kennis van de Eeuwige. De wijsheid, het inzicht om Zijn geboden. Zo was het met Avram en zo zal het uiteindelijk weer ten volle zijn in de periode van het ‘Nieuwe Verbond’ zoals dat wordt beschreven in Jer 31:31-34: ‘31 Zie, de dagen komen, luidt het woord van de Eeuwige, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. 32  Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord van de Eeuwige. 33  Maar dit is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord van de Eeuwige: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. 34  Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de Eeuwige: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord van de Eeuwige, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.’ Ten tijde van het Nieuwe Verbond zal het geloof in de Eeuwige weer zo krachtig zijn dat de instructies weer van binnenuit zullen komen en dat het volk Israel net als Avraham op die manier zich aan de Thora zal houden.

 

Geloof en vertrouwen gaan vooraf aan het eigenlijke kennen en uitvoeren van Gods geboden in de Thora. Zonder geloof in God geen echte ontvangst en aanname van de geboden van God. Ter eenvoudige illustratie: Als de Thora in de synagoge uit de Ark word gehaald zeggen we (de meeste nusachs Ashkenaz Sefardisch en Sefard) een gedeelte uit de Zohar, Vayakel 369a waarin staat ‘Niet in enig mens stel ik mijn vertrouwen, niet in enige engel vertrouw ik, alleen  op de God van hemel die de God van waarheid is. ….In Hem geloof ik…’. Daarna  komt de Thora pas  tevoorschijn en wordt er pas uit de Thora gelezen.

 

Eigenlijk staat het ook in de Thora. Voor alle andere geboden staat er “Ik ben de Eeuwige die u uit Egypte hebt uitgeleid. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Daarmee wordt bedoeld; heb geloof en vertrouwen in Mij alleen. Daarna komen de andere instructies aan bod.

 

Koning David leert ons het volgende in Ps 37: ‘3 Vertrouw (heb bitachon) op de Eeuwige en doe het goede, woon in het land en betracht getrouwheid; 4 verlustig u in de Eeuwige; dan zal Hij u geven de wensen van uw hart. 5  Wentel uw weg op de Eeuwige en vertrouw op Hem, en Hij zal het maken; 6 en Hij zal uw gerechtigheid doen opgaan als het licht, en uw recht als de middag…

Uit Davids woorden kunnen we leren het vertrouwen, geloof hebben in de Eeuwige voorafgaat aan het doen van het goede. We kunnen er uit leren dat door vertrouwen in de Eeuwige de beloften gerealiseerd worden. ‘Vertrouw op de Eeuwige en Hij zal het maken.  Wat we hier kunnen leren is dat door het geloof een toename is in rechtvaardigheid daar we vers 5 en 6 zo kunnen lezen “Vertrouw op Hem…. en Hij zal uw rechtvaardigheid doen opgaan.

Er staat verder ’7 Wees stil voor de Eeuwige en verwacht Hem; wees niet afgunstig op wie zijn weg voorspoedig maakt, op de man die boze plannen smeedt. 8  Sta af van toorn en laat de grimmigheid varen, wees niet afgunstig; dat sticht louter kwaad. 9  Want boosdoeners worden uitgeroeid, maar wie de Eeuwige verwachten, zij zullen het land beërven: 10  Immers nog een wijle, en de goddeloze is niet meer; als gij let op zijn plaats, dan is hij niet meer; 11 maar de ontmoedigen beërven het land en verlustigen zich in grote vrede. ……’.  Wat we hier kunnen leren is dat door geloof in de Eeuwige zullen en kunnen we in het land Israël wonen en zullen we vrede hebben. Natuurlijk is het geloof in God onlosmakelijk gekoppeld aan het opvolgen van de Thora instructies maar duidelijk is dat het alleen opvolgen van de Thora instructies zonder het hebben van Emuna niet voldoende is. Even tussendoor. Rabbijn Nachman legt uit aan de hand van vers 10 wat hij betrekt op het goddeloze in een mens dat je als Godvrezend persoon je zelf altijd moet bezien als rechtvaardige. Er staat immers: ‘Immers nog een wijle, en het goddeloze is er niet meer; als gij let op zijn plaats, dan is het niet meer’. Door geloof in de Eeuwige verdwijnt het.

Dan schrijft koning David verder ‘29 De rechtvaardigen beërven het land en wonen daarin voor immer. 30  De mond van de rechtvaardige gewaagt van wijsheid, zijn tong spreekt het recht; 31 de wet van zijn God is in zijn hart, zijn schreden wankelen niet.’ ……

Aansluitend op het vorige en op het geloof van Avraham kunnen we uit dit gedeelte leren dat door Emuna, door geloof de wet, de Thora van de Eeuwige in het hart van de Godvrezende persoon is.

 

In Spreuken 3:5-6 staat “Vertrouw op de Eeuwige met uw hele hart, en vertrouw op uw verstand niet. Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken.”. Hieruit kunnen we leren dat als wij Emuna hebben in de Eeuwige hij ons persoonlijk en heel specifiek leert hoe we dingen moeten doen.

 

 

Onderhouden van Thora en Emuna/Bitachon horen bij elkaar en staan niet tegenover elkaar zoals het Christendom beweert:


In Ps 112 staat: 1 Halleluja. Welzalig de man, die de Eeuwige vreest, die van harte lust heeft in zijn geboden.2 Zijn nakroost zal machtig zijn op aarde, het geslacht der oprechten zal gezegend worden; 3 overvloed en rijkdom zijn in zijn huis, zijn gerechtigheid houdt voor immer stand. 4 Voor de oprechten gaat het Licht in de duisternis op, genadig en barmhartig en rechtvaardig. 5 Voorspoedig is de man die zich ontfermt en uitleent, die zijn zaken recht behartigt; 6 want hij zal nimmer wankelen, tot eeuwige gedachtenis zal de rechtvaardige zijn. 7 Voor een kwaad gerucht zal hij niet vrezen, zijn hart is gerust, vol vertrouwen op de Eeuwige; 8 zijn hart is standvastig, hij vreest niet, terwijl hij met vreugde op zijn vijanden ziet. 9 Hij deelt uit, hij geeft aan de armen, zijn gerechtigheid houdt voor immer stand, zijn hoorn verheft zich in ere. 10 De goddeloze ziet het en ergert zich, hij knarst met de tanden en wordt verteerd; de begeerte der goddelozen gaat teniet.


Uit deze psalm kunnen we leren dat Emuna en doen van Mitswes geen tegenovergestelde dingen zijn maar bij elkaar horen. Door (in) HaShem te geloven en op Hem te vertrouwen doe je als vanzelfsprekend de dingen die Hij voorschrijft dat ze goed zijn om te doen.

 

 

Emuna en ‘histadloet’

‘Histadloet’ is de inspanning die je doet om tot resultaat te komen. Daar waar je in gelooft en er vertrouwen in hebt dat de die dingen goed zijn en in Gods wil doe je je uiterste best om die dingen uit te voeren. Emuna en Bitachon sluiten eigen inspanning niet uit. Ze verstreken de inspanning die je voor de dingen doet.

 

 

Zonder Emuna en Bitachon is er geen goed godvrezend leven mogelijk, met geloof is het leven goed

 

Over het gevaar van het ontbreken van geloof brengt Rabbijn Tzvi Yehuda, bij monde van Rabbijn David Samson, de situatie van het volk Israël in herinnering, toen de twaalf verspieders terug kwamen en het volk het slechte bericht van de tien verspieders geloofden en het land Israël niet durfden in te gaan in plaats dat zij in geloof, vetrouwend op de beloften van de Eeuwige het land binnen zouden trekken. De tien verspieders waren leiders van het volk en genoten hoog aanzien. Zij waren deskundigen op het gebied van de Thora. Ondanks de kennis deze ze hadden van de Thora, vertrouwden ze niet op wat HaShem beloofd had.

De neiging om opnieuw in deze zonde te vallen bestaat nog steeds in het volk zo leert hij en zelfs grote 'Talmidei Chachamim' kunnen hierdoor beïnvloedt worden. Ook in de wereld van Thora heeft ieder nog steeds een vrije keus en ieder kan daarom ook in die fout vallen maar kan er ook voor kiezen om te handelen in geloof.

 

Rabbijn Nachman zegt ‘Iemand met geloof leeft echt en zijn dagen zijn altijd gevuld met het goede. Als dingen goed gaan is het zeker goed. Maar als zo iemand moeilijkheden heeft is het ook goed want zo iemand weet dat God hem genadig zal zijn en de uitkomst goed zal maken. Daar alles van God komt  zijn de omstandigheden zeker ten goede. Met geloof is het leven goed en fijn.

 

In Jeremia 17:7-8 staat ‘Gezegend is de man die op de Eeuwige vertrouwt, wiens betrouwen op de Eeuwige is; hij toch zal zijn als een boom, aan het water geplant, die zijn wortels tot aan een beek uitslaat, en het niet merkt, als er hitte komt, maar welks loof groen blijft, die in een jaar van droogte geen zorg heeft en niet nalaat vrucht te dragen

 

Isa 50:10  Wie onder u vreest de Eeuwige, wie hoort naar de stem van zijn knecht? Wanneer hij in diepe duisternis wandelt, van licht beroofd, vertrouwe hij op de naam van de Eeuwige en steune op zijn God.

 

Spreuken 28:20 "Een man met geloof is overvloedig in zegeningen"

 

 

Afgoderij

Afgoderij is aan iets anders dan aan HaShem alleen reddende kracht toekennen. Als er geen geloof en vertrouwen in HaShem is wordt dat vacuüm opgevuld door het toekennen van macht, kracht etc. aan andere dingen, hetzij in de vorm van angst en bijgeloof hetzij in het geloof in de macht van (bepaalde) mensen of menselijke krachten. Het ‘Shma Isael’ hoort een uiting van Emuna en Bitachon te zijn. De dag beginnen we en sluiten we af met deze belijdenis. De essentie van deze belijdenis is dat wij met hart en ziel uitspreken dat we HaShem als enige macht erkennen en daarmee dat alles uit Zijn hand voortkomt, goede maar ook voor ons ogenschijnlijk minder goede dingen. We geloven dat alles voor ons uiteindelijk ten goede is.

 

 

Zonder Emuna kwetsbaar

Daar waar Emuna en Bitachon ontbreken wordt je als persoon en volk kwetsbaar. Nechama Leibowits illustreert dat aan de hand van de geschiedenis die te vinden is in Num 21:1. Daar wordt verteld over de aanval van koning van Arad op het volk Israel nadat ze door gebrek aan geloof en vertrouwen het land Israel niet ingingen en konden gaan. Nechama Leibovitz legt uit dat deze geschiedenis duidelijk in verbinding staat met de voorgaande geschiedenis.

 

 

 

Profetie en Emuna

Profetie is verbonden met emuna en bitachon. Door emuna is er connectie met HaShem waardoor Hij zijn instructies kan geven net als bij Avraham Avinue. Er staat geschreven. “De rechtvaardige zal leven door zijn Emuna”. Die connectie is nodig voor het ontvangen van profetie. Profeten zijn nodig voor de uiteindelijke verlossing. Onder andere zal de echte Messiach door een profeet aangewezen en gezalfd worden. Emuna en bitachon zijn ontbeerlijke elementen voor de komende verlossing.

 

 

 

Emuna en Bitachon zijn de sleutels voor de komende verlossing

 

Onder anderen Rabbijn Eliyahu E. Dessler en Rabbijn Meir Kahane schrijven dat geloof en vertrouwen de sleutels zijn voor de komende verlossing. Net zoals het volk Israel uit Egypte werd verlost door geloof en vertrouwen (het slachten van een lam was de geloofstest) zo zullen geloof en vertrouwen ook de sleutels zijn voor de uiteindelijke verlossing. Rabbijn Eliyahu E. Dessler schrijft in zijn boek Michtav Me’Eliyahu: Verlossing komt voort uit Geloof. Als beloning voor zijn geloof verkreeg Avraham Avinu een deel in deze wereld en in de komende…. Israel werd verlost uit Egypte vanwege hun geloof… Zo was het ook met Moshe: “zijn handen waren geloof”… en als zodanig zullen de verstrooiden de verlossing waardig zijn alleen door geloof…

Emuna en Bitachon waren de sleutels bij de verlossing uit Egypte; Ex 4:31 “Het volk nu geloofde, en toen zij hoorden, dat de Eeuwige op de Israëlieten acht geslagen en hun ellende gezien had, knielden zij en bogen zich neder”. Het volk had geloof (emuna) in HaShem. Toen zette de verlossing zich in gang. Voordat ze vertrokken uit Egypte werden de Israëlieten getest op hun vertrouwen op HaShem. De 10e dag van de maan Nissan moesten zij een lam in huis nemen wat ze op de 14e dag moesten slachten. Hiermee lieten ze zien dat ze geen macht toekenden aan de goden van de Egyptenaren en dat ze HaShem vertrouwden (bitachon) dat hij hen zou beschermen tegen de woedende Egyptenaren. Toen hun vertrouwen beproefd was kon de verlossing, de uittocht daadwerkelijk plaatsvinden. Op dezelfde manier zal de komende verlossing ook plaatsvinden zo schrijft dus Rabbijn Dessler.

Chazal (verzamelwoord voor ‘de Joodse wijzen” schrijft: In de dagen voor Messiach, voor de uiteindelijke verlossing zal onze grootste test, een test van geloof en vertrouwen zijn.

Rabbijn DovBer, de ‘Maggid’ van Mezeritch schrijft dat het Joodse volk net voor de komst van Messiach hun grootste test van geloof en vertrouwen zal ondergaan. Degenen die zullen vasthouden aan hun geloof in God en de profeten zullen daarmee de uiteindelijke volledige verlossing ‘binnenhalen’.

Rabbijn Nachman van Breslow zei dat voor de komst van Messiach velen getest zullen worden op hun geloof. Degene, die de test zal doorstaan en zal vast zal houden aan zijn geloof en vertrouwen in HaShem zal al het goede dat door de profeten en wijzen voorzegd is meemaken

 

 

Ps 31:24 “Hebt HaShem lief, getrouwen van HaShem! want HaShem beschermt degene die Hem vertrouwen

 

 

 

 

 

 

 

Bronnen:

 

*  Tenach

*  Michtav M’Eliyahu (Strive for the Truth!), geschreven door Rabbijn Eliyahu E. Dessler

*  Or Harayon, The Jewish Idea, geschreven door Rabbijn Meir Kahane

*  Garden of Emuna, geschreven door Rabbijn Shalom Arush

*  Torat Eretz Yisrael, The Teachings of HaRav Tzvi Yehuda HaCohen Kook, geschreven door HaRav David Samson

* Hoe verkrijgt men Emoena (Geloof)? Door Rabbijn Shimshon Dovid Pincus

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Start ] [ Inhoud ]

Voor vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
webmaster@shalom-center.org
Laatst bijgewerkt: 13 augustus 2013