Zionisme

  UP-DATE'S -- Hier vindt U de recente wijzigingen, toevoegingen en actuele publicaties

 

 

 

 

 

Start
English
עברית
EspaŮol
Wie zijn wij?
Activiteiten
Shabbath in Susya
Thora
Tenach
Emuna
Mitswot
Het Joodse vragertje
Messias
Beth HaMikdash
Joods denken
Jodendom
Kabbalah
ISRAEL
Zionisme
Aliyah
Gebeden
Zmirot
Citaten
Links
Noachidisch
Lectuur

 

 

Aangevuld per 4 juni 2011 / 14 Sivan 5772

 

 

Zionisme in het licht van de Thora

English article about Zionism

Rabbijn Avraham Yitschak HaKohen Kook Film over het leven van Rabbijn Kook en een essay van Rabbijn Ahron Daum over het leven en werk van Rabbijn Avraham Yitschak HaKohen Kook

 

 

 

Zionisme en de Mitswe van het wonen in het land IsraŽl

 

 

1. 'Seculierí zionisme

2. Religieus zionisme

3. Thora is uiten van liefde voor de Eeuwige

4. Volk IsraŽl door de Eeuwige als Zijn volk uitgekozen

5. Het land IsraŽl door de Eeuwige als woonplaats uitgekozen

6. Het land en het volk IsraŽl onlosmakelijk verbonden

7. Mitzwe om in het land IsraŽl te wonen

8. Alleen in IsraŽl het volk IsraŽl een heilige natie

9. Gods Naam ontheiligd als Israel buiten Israel is

10. Terug in IsraŽl is noodzakelijk voor komst Messias.

11. In Eretz IsraŽl kan het volk IsraŽl pas echt een licht voor de volken zijn

12. Eerste woorden van de Eeuwige tot de aartsvaders

13. Tikun voor het ongeloof van de tien verspieders

14. Terugkeer naar IsraŽl is het begin van het herstel

15. Thuis in het enige (veilige) thuis

16. Geloof en vertrouwen

 

 

 

 

Zionisme, een veel besproken term. Volgens velen een politieke term die op zich niets te maken heeft met een verlangen om G'd te dienen op de manier zoals hij dat vraagt.


Zinonisme. In van Daleís woorden boek wordt zionisme als volgt omschreven: Het streven om de Joden naar een eigen zelfstandige, nationale staat in Palestina terug te brengen. (de naam Palestina wordt wellicht (i.p.v. IsraŽl) gebruikt omdat tijdens de opkomst van het hedendaagse zionisme het land IsraŽl door de engelse mandaat machthebbers Palestina werd genoemd, een naam die door de Romeinen werd ingevoerd. Het is het verlangen van het Joodse volk om in Eretz IsraŽl te wonen.
Het hedendaagse zionisme kent twee verschillende stromingen, 'verschijnings' vormen: Het Ďseculiereí zionisme en het religieuze (Orthodox-Joodse) zionisme.

 

 

 

1. Het Ďseculiereí zionisme.

 

Het Ďseculiereí zionisme, met als grondlegger Theodor Herzl, begon zich rond 1896/1897 te ontwikkelen. Theodor Herzl was bij in 1895 de antisemitische berechting van de franse legerofficier Dreyfus in Frankrijk als journalist aanwezig. Naar aanleiding van deze gebeurtenis schreef Theodor Herzl zijn boek ĎDer Judenstaatí (1896) en realiseerde hij zich dat de enige veilige plaats voor het joodse volk een eigen thuisland is. Voor hemzelf hoefde dat in de eerste plaats niet eens Eretz IsraŽl te zijn. Het zou voor hem bijvoorbeeld ook een stuk land in Uganda kunnen zijn. Hij organiseerde hij het Eerste Zionistische Wereldcongres in Bazel (1897) om de ideeŽn van een thuisland te bespreken. In het boek 'Der Judenstaat' en op het congres uitte hij zijn overtuiging van de noodzaak van een veilig nationaal tehuis voor het Joodse volk vanwege de antisemitische houding van de westerse wereld.
Op het congres, waar direct een voorstel gedaan werd waar dat tehuis dan gevestigd zou moeten worden, kwam men uit praktische en historische motieven uit op het land IsraŽl als nationaal tehuis voor de Joden.

Men besloot het creŽren van dat Ďtehuisí in IsraŽl aan te pakken door als eerste de emigratie naar IsraŽl te bevorderen en verder door het aankopen van land in IsraŽl. Daarnaast door te werken aan organisatie en eenheid van alle Joden (in overeenstemming met de plaatselijke wetten) en te werken aan het Joodse bewustzijn. Tenslotte door contacten te leggen met overheden om tot zoín nationaal tehuis in IsraŽl te komen. Daar het grondmotief van dit moderne zionisme, puur het hebben van een veilig nationaal tehuis is (dit in tegenstelling tot het religieuze zionisme dat is ontstaan uit een verlangen om in het land IsraŽl te wonen als mitzwe), is voor het belang van het wonen in Eretz IsraŽl minder groot als bijvoorbeeld bij de religieuze zionisten. Als het de veiligheid van het volk op een bepaald moment ogenschijnlijk ten goede zou komen zou men bereid zijn (delen van) Eretz IsraŽl op te geven. Dat kwam wel tot uiting bij de ontruiming en deportatie van de Joodse dorpjes in de Gaza-strook.

Rabbijn Kook ziet het seculiere zionisme als een 'bewijs' dat in iedere Jood (seculier en religieus) een verbintenis is met het land IsraŽl. Het verlangen om in Eretz IsraŽl te wonen is iets wat bij een Jood hoort. Het verlangen komt van binnenuit. Rabbijn Kook ziet dit verlangen bij 'seculiere' Joden als het verder als een begin punt naar geestelijk herstel. Ezech. 37:21-23 "Zeg dan tot hen: Zo zegt Adonai de Eeuwige: zie, Ik haal de IsraŽlieten weg uit de volken naar wier gebied zij gegaan zijn; Ik zal hen van alle kanten bijeenverzamelen en hen naar hun land brengen. En Ik zal hen tot een volk maken in het land, op de bergen IsraŽls, en een koning zal over hen allen koning zijn; niet langer zullen zij twee volken zijn en niet langer verdeeld in twee koninkrijken. Niet langer zullen zij zich verontreinigen met hun afgoden, hun gruwelen en al hun overtredingen, maar Ik zal hen verlossen van alle afvalligheid waarmee zij gezondigd hebben, en hen reinigen, zodat zij Mij tot een volk zullen zijn en Ik hun tot een God zal zijn." Eerst worden ze teruggebracht naar het land. Daarna teruggebracht naar het onderhouden van G'ds instructies, de Thora. Ook Rabbijn Yisachar Shlomo Teichtal zegt in zijn boek Eim Habanim Semeichah hetzelfde als commentaar op Deut. 30:5-6 "De Eeuwige, uw Gíd, zal u brengen in het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het in bezit nemen; Hij zal het u wťl doen gaan en u vermeerderen nog meer, dan uw vaderen en de Eeuwige, uw Gíd, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, om de Eeuwige, uw Gíd, te beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leven moogt." Hij zegt verder dat zolang we in een vreemd land zijn de geest van zuiverheid en puurheid niet kan komen. Dit vanwege de 'onreine status' van 'vreemd' land. Verder haalt hij hierbij de Talmud aan Mo'ed Kattan 25a waar staat dat de 'Shechinah' niet buiten het land aanwezig is. Hieruitvolgend kunnen we dus concluderen dat de geest van zuiverheid en puurheid die van boven komt niet op ons kan rusten (komen) buiten Eretz Israel.
 


 

HaRav Avraham Yitzhak HaCohen Kook

 

 

 

 

 

 

 

2. Het religieuze (Orthodox-Joodse) zionisme.

 

Het religieuze (Orthodox-Joodse) zionisme leefde ook rond het begin van de 20e eeuw op, of leefde eigenlijk weer op. Het is nooit helemaal weg geweest. Altijd (sinds de intocht van het volk onder aanvoering van Jehoshua) zijn er Joden in Eretz IsraŽl geweest. Ook door de eeuwen van de verstrooiing heen waren er Joden die zich weer in Eretz IsraŽl gingen vestigen of onderweg gingen naar Eretz IsraŽl. In 1141 vertrok de bekende Yehuda HaLevi (net zoals de koning van de Chazaren uit het in zijn geschreven boek 'De Chazaren') naar IsraŽl. De Ramban, dat is de bekende Rabbijn Nachmanides (Moshe Ben Nachman) vestigde zich al in de 13e eeuw in IsraŽl (nadat hij uit Spanje was verdreven) omdat hij het voor een Jood, gebaseerd op Num. 33:53, als een mitzwe (goede daad) zag om in het land IsraŽl te gaan wonen. Verder was er Moshe Chaim Lutsato die in 1747 naar Eretz IsraŽl trok om zich daar te vestigen.
Het hedendaagse religieuze zionisme vond zijn opgang onder invloed van de eerste opperrabbijn van het hedendaagse IsraŽl, HaRav Avraham Yitzhak HaCohen Kook.
Hij werd geboren in 1865 in Griva, Rusland. In 1904 verhuisde hij naar IsraŽl aanvankelijk als Rabbijn van Jaffa en later als opperrabbijn van IsraŽl. Tussen haakjes: Deze HaRav Avraham Yitzhak HaCohen Kook moedigde zijn leerlingen aan om de Eeuwige te dienen uit liefde voor Hem en niet (meer, zoals dat voorheen vaak gebeurde) uit vrees (uit angst voor straf) zo leerde Rav Ishai Tzur.
De eigenlijke grondlegger van het hedendaagse religieuze zionisme was de Gaon van Vilna die al 80 jaar voor Herzlís oproep zijn leerlingen instrueerde om in Eretz IsraŽl te gaan wonen.


HaRav Avraham Yitzhak HaCohen Kook en

HaRav Tzvi Yehuda HaCohen Kook
 

Het religieuze zionisme ontwikkelde zich ook verder door toedoen van onder anderen zijn zoon HaRav Tzvi Yehuda HaCohen Kook. Het verlangen van deze groep, om in Eretz IsraŽl te wonen en te leven, kwam en komt niet in de eerste plaats voort uit het verlangen naar een eigen thuis voor het Joodse volk maar kwam juist voort uit hun liefde voor de Eeuwige, de God van IsraŽl, en daaruit voortvloeiend hun diepe verlangen om de Thora te onderhouden op een zo goed mogelijke manier. Het komt voort uit de wil om HaShem gehoorzaam te zijn en de wil om te leven volgens G'ds instructies beschreven in de Thora.

 

 

 

 

 

 

3. Thora om liefde voor de Eeuwige tot uiting te brengen.

 

De Thora heeft de Eeuwige, zo legt Rav. Baruch Harnik, rabbijn van de Mizrachi synagoge in Antwerpen uit, aan Zijn volk gegeven zodat ze hun liefde voor Hem tot uiting kunnen brengen. In een relatie is het zo dat, als de een zijn liefde aan de ander wil uiten, hij/zij aan de ander vraagt wat zij/hij fijn vindt. In de relatie van de Eeuwige met Zijn volk geeft de Eeuwige aan wat Hij fijn vindt. Hij geeft aan hoe Zijn volk hun liefde voor Hem kan uiten: Door de instructies van de Thora te onderhouden. Ieder die Zijn liefde voor de Eeuwige wil uiten kan dat doen door de Thora te onderhouden. De volken worden daarvan niet buitengesloten, zo leert Rav Avi Rowe. Degenen die hun liefde voor de Eeuwige willen uiten, door middel van het onderhouden van de Thora, worden door het volk van de Eeuwige omarmd.

Het principe van liefde uiten voor de Eeuwige door het onderhouden van de Thora instructies, is universeel. In Prediker 12:13 staat ďVan al het gehoorde is het slotwoord: Vrees God en onderhoud zijn geboden, want dit geldt voor alle mensenĒ.
 Mens is gemaakt door G'd met de uiteindelijke bedoeling voor G'd, volgens de regels van G'd (de Thora) te leven. Ook een 'goy' (iemand vanuit Ďde volkení) kan zijn liefde voor de Eeuwige uiten door de Thora instructies te gaan onderhouden. In Jes. 56:2-8 staat het duidelijk: ďWelzalig de sterveling die dit doet, en het mensenkind dat daaraan vasthoudt; die acht geeft op de sabbat, zodat hij hem niet ontheiligt, en acht geeft op zijn hand, zodat zij niets kwaads doet. Laat dan de vreemdeling die zich bij de Eeuwige aansloot, niet zeggen: De Eeuwige zal mij zeker afzonderen van zijn volk; ÖEn de vreemdelingen die zich bij de Eeuwige aansloten om Hem te dienen, en om de naam van de Eeuwige lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn, allen die de sabbat onderhouden, zodat zij hem niet ontheiligen, en die vasthouden aan mijn verbond: hen zal Ik brengen naar mijn heilige berg en Ik zal hun vreugde bereiden in mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op mijn altaar, want mijn huis zal een bedehuis heten voor alle volken. Het woord van Adonai de Eeuwige, die de verdrevenen van IsraŽl bijeenbrengt, luidt: Ik zal daartoe nog meerderen bijeenbrengen, dan er reeds toegebracht zijnĒ. Hier kunnen we duidelijk uit leren dat ook de volken hun liefde voor de Eeuwige kunnen uiten door de Thora instructies te onderhouden en bij IsraŽl aan te sluiten. Ze worden dan ťťn met het volk van de Eeuwige.

 

 

 

 

4. Het volk IsraŽl door de Eeuwige voor zichzelf uitgekozen.

 

In de Thora staat dat de Eeuwige Zijn verbond met Avraham heeft gesloten Gen 17:7-11 ďIk zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft het ganse land Kanašn, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn. Voorts zeide God tot Avraham: En wat u aangaat, gij zult mijn verbond houden, gij en uw nageslacht, in hun geslachten. Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde; gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u.Ē. Avraham werd gekozen. Hij koos ervoor het heidendom uit te stappen om de Ene God te dienen. Rav. Eli Sadan leert: Avraham was in staat een natie te bouwen die deze richting zou gaan en zo de wereld zou beÔnvloeden. De wereld beÔnvloeden kan je alleen als volk, door als volk de instructies van de Eeuwige te onderhouden.
Het verbond met Avraham komt tot uiting door het volk IsraŽl (als volk (clal)) het land IsraŽl als woonplaats te geven zo staat in de Thora.

Uit dit gedeelte uit Gen. 17 kunnen we leren, zo schrijft Rabbijn David Samson die Rabbijn Tzvi Yehuda HaCohen Kook refereert, dat de Eeuwige het volk IsraŽl als volk voor zichzelf heeft uitgekozen. Het volk IsraŽl heeft een bijzondere relatie met de Eeuwige. Dat de Eeuwige het volk IsraŽl voor Zichzelf heeft uitgekozen staat ook beschreven in de volgende tekstgedeelten uit de Tenach; in Psalm 135:4 ďwant de Eeuwige heeft Jakob voor Zichzelf verkoren, IsraŽl tot zijn bezitĒ, Ps 33:12: ďWelzalig het volk, welks God de Eeuwige is, de natie, die Hij Zich ten erfdeel koos.Ē, Deut 7:6-9 ďWant gij zijt een volk, dat de Eeuwige, uw God, heilig is; u heeft de Eeuwige, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn. Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de Eeuwige Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken. Maar, omdat de Eeuwige u liefhad en de eed hield, die Hij uw vaderen gezworen had, heeft de Eeuwige u met een sterke hand uitgeleid en u verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao, de koning van Egypte, opdat gij zoudt weten, dat de Eeuwige, uw God, de enige God is, de trouwe God, die het verbond en de goedertierenheid houdt jegens wie Hem liefhebben en zijn geboden onderhouden, tot in duizend geslachten;Ē, 1 Sam. 12:22 ďWant de Eeuwige zal zijn volk niet verstoten, om der wille van zijn grote naam. De Eeuwige heeft immers verkozen u tot zijn volk te makenĒ, Jesaja 41:8 ďMaar gij, IsraŽl, mijn knecht, Jakob, die Ik verkoren heb, nakroost van mijn vriend AbrahamĒ en Deut 32:9 ďWant het deel van de Eeuwige is zijn volk, Jakob het Hem toegemeten erfdeel.Ē. En dan nog Jes 51:16 "Ik heb mijn woorden in uw mond gelegd en met de schaduw mijner hand heb Ik u bedekt, Ik, die de hemel uitspan en de aarde grondvest en tot Sion zeg: Gij zijt mijn volk."

Het volk IsraŽl is uitgekozen om de Naam van de Eeuwige op aarde bekend te maken. In Jes. 43:21 staat het als volgt ďHet volk dat Ik Mij geformeerd heb, zal mijn lof verkondigenĒ. Het volk IsraŽl heeft de taak de Naam van de Eeuwige op aarde bekend te maken en uit te dragen vanuit hun woonplaats Eretz IsraŽl.
Dit leren we vanuit de tekst: Ps 50:2 "Uit Sion, de volkomen schoonheid, verschijnt G'd in lichtglans.". Sion wordt de plaats van HaShem genoemd waar de heerlijkheid van Hem vanuit zal gaan.

 

 

 

 

 

5. Het land IsraŽl door de Eeuwige voor zichzelf als woonplaats uitgekozen.

 

Het land IsraŽl heeft de Eeuwige tot woonplaats voor zichzelf uitgekozen. Exodus 15:17 ďGij brengt hen en plant hen op de berg die uw erfdeel is; de plaats die Gij, Eeuwige, tot uw woning gemaakt hebt; het heiligdom, Eeuwige, door uw hand gesticht.Ē en Ps. 132:13, 14 ďWant de Eeuwige heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd: Dit is mijn rustplaats voor eeuwig, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerdĒ.

Rabbijn Baruch Harnik legt een van de belangen, van het wonen in Eretz IsraŽl van het Joodse volk, als volgt uit: IsraŽl zijn de ogen van de wereld. De Eeuwige wil zijn geliefde in de ogen kijken in Zijn woonplaats. Dat is Eretz IsraŽl. Hij vervolgde verder: Als je van iemand houdt ga je niet veraf van iemand wonen. De Eeuwige heeft IsraŽl als woonplaats gekozen. Zijn geliefde gaat graag bij Hem wonen.
De Eeuwige geeft aan hoe iemand zijn/haar liefde voor Hem uit: Door het opvolgen van Zijn geboden, het onderhouden van de Thora. Daarin staat ook dat de Eeuwige het land IsraŽl voor het volk IsraŽl heeft bestemd.

Vanuit IsraŽl onderwijst de Eeuwige, door IsraŽl heen, de volken. Zo zal het uiteindelijk fysiek gebeuren: Mich. 4:1,2 ďEn het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis van de Eeuwige vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, en vele natiŽn zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg van de Eeuwige, naar het huis van de Gíd Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de Eeuwige uit Jeruzalem.Ē en ook Jes. 2:2,3 ďEn het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis van de Eeuwige vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen en vele natiŽn zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg van de Eeuwige, naar het huis van de Gíd Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen.Ē. De volken zullen naar Jeruzalem komen om Thora onderwijs te krijgen
.

 

 

 

 

 

 

 

6. Het land IsraŽl en het volk IsraŽl zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

 

Het land IsraŽl en het volk IsraŽl zijn, volgens de Thora onlosmakelijk met elkaar verbonden. HaShem heeft het land aan hun gegeven. Ezech. 28:25 ďAls Ik het huis IsraŽls bijeenverzamel uit de natiŽn, in wier land zij verstrooid zijn, dan zal Ik Mij ten aanschouwen van de volken aan hen als Heilige betonen, en zij zullen wonen in hun land, dat Ik aan mijn knecht Yaíakov gegeven hebĒ. De Thora is de ziel van IsraŽl zo leert Rabbijn Kook. De leven gevende woorden van de Eeuwige worden er in aan ons geopenbaard, het gaat over in elk aspect van ons leven, Thorazaken, geestelijke zaken en alledaagse, materiŽle dingen. In de Thora staan bepaalde instructies die alleen maar in IsraŽl worden opgevolgd. Ook daarom hoort het volk in het land IsraŽl thuis. Los daarvan zijn alle geboden er eigenlijk voor bestemd om in Eretz IsraŽl uitgevoerd te worden. Het is een mitswe (goede daad) op zich om juist in IsraŽl de Thora te onderhouden. Dat staat in Deut. 6:1 ďDit nu is het gebod, dit zijn de inzettingen en verordeningen, die de Eeuwige, uw God, bevolen heeft u te leren om die na te komen in het land, waarheen gij zult trekken om het in bezit te nemenĒ. Het wonen in IsraŽl om daar volgens de instructies van de Thora te leven is zelf een instructie uit de Thora. Het is dus een logisch gevolg dat als het volk IsraŽl hun liefde voor de Eeuwige willen tonen in alles wat ze doen, dat ze in het land IsraŽl gaan wonen. De essentie van de Thora-instructies is dat ze in IsraŽl gehouden worden.

Je kan het ook nog op een andere manier bekijken: Elk volk heeft zijn eigen land. Zo heeft het volk van de Eeuwige ook een eigen land, dat is het land IsraŽl, zo leert Rabbijn Kook. God wil Zijn volk graag in Zijn land hebben. Hij wil dat ze daar bij Hem wonen.

IsraŽl als volk komt alleen tot compleetheid, tot heelheid in IsraŽl. Daar ligt hun bestemming om hun taak uit te voeren; De Naam van de Eeuwige bekend te maken. 2 Kon. 5:15 "Daarop keerde hij terug tot de man Gods, hijzelf met zijn gehele gevolg; en bij hem gekomen, ging hij voor hem staan en zeide: Zie, nu weet ik, dat er op de gehele aarde geen God is behalve in IsraŽl."

Het terug brengen van het volk IsraŽl naar het land IsraŽl is iets waar de Eeuwige met 'heel Zijn hart en ziel' mee betrokken is. Jer. 32:37-41 "zie, Ik verzamel hen uit al de landen, waarheen Ik hen in mijn toorn en gramschap en grote verbolgenheid zal verdreven hebben, en Ik zal hen naar deze plaats terugbrengen en hen veilig doen wonen; zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn; Ik zal hun een hart en een weg geven, zodat zij Mij vrezen al de dagen, hun en hun kinderen na hen ten goede; ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel."

Het land IsraŽl is het eigen land van het volk waar ze weer thuis horen. Want de Eeuwige zal Zich over Ya'akov ontfermen en nog zal Hij IsraŽl verkiezen en ze op hun eigen bodem doen wonen; dan zal de vreemdeling zich bij hen aansluiten en men zal zich voegen bij het huis van Ya'akov... (Jes.14:1
)

 

Rabbijn Binyamin Walfish uit Jeruzalem leert het dat belang van het in bezit nemen van het erfdeel in het land IsraŽl gezien kan worden in de geschiedenis van de dochters van Tzelofchad (Nummeri 27:1-11). Zij realiseerden zich het namelijk belang  van het hebben van een erfdeel in IsraŽl. Ze wisten dat de erfgenaam (van het land IsraŽl) de erfenis moet accepteren en er verantwoording voor moet dragen. Daarom kwamen ze naar Mozes om hun deel op te vragen. Zo hoort het Joodse volk ook nu, zo leert rabbijn Walfish, de  verantwoording te nemen en te dragen voor Eretz IsraŽl, het erfdeel wat hun is toebedeeld.

 

 

 

 

7. Mitzwe (goede daad/opdracht) is om in het land IsraŽl te wonen.

 

In de Thora, staat dat het een Mitzwe (goede daad/opdracht) is om in het land IsraŽl te wonen. Het volk van de Eeuwige (IsraŽl) kan dus hun liefde voor de Eeuwige laten zien door in IsraŽl te (gaan) wonen. In Deut. 4:22 staat de opdracht ďmaar gij zult die overtrekken en dat goede land in bezit nemenĒ. Ook in Num 33:53 wordt er zo over gesproken: ďGij zult het land in bezit nemen en daarin wonen, want aan u heb Ik het land gegeven om het in bezit te nemen.Ē. De Ramban zegt aan de hand van deze tekst dat het een Mitswe is om in het land Israel te wonen. HaShem heeft het land, zo staat er, (ook nu) aan het volk IsraŽl gegeven met als opdracht het in bezit te nemen. De Eeuwige heeft het gegeven. Het in bezit nemen is een verantwoordelijkheid die het Joodse volk heeft. Zo staat het ook in Deut. 3:18 De Eeuwige uw God, heeft u dit land gegeven om het in bezit te nemen" en Deut 1:8."Zie, Ik heb dat land tot uw beschikking gesteld; trekt er binnen en neemt bezit van het land, waarvan de Eeuwige aan uw vaderen, Avraham, Itschak en Ya'akov gezworen heeft, dat Hij het hun en hun nakroost geven zou.". Dus als iemand de Thora wil houden, zo kunnen we uit beiden gedeelten leren, hoort daar een gaan vestigen in Eretz IsraŽl bij. De Joodse wijzen die het grote belang van het wonen van een Jood in het land IsraŽl, en het verbod om het land te verlaten, benadrukken baseren zich met name op Num 33:53. In de Talmoed Ketubot 110b is het verder uitgewerkt.

In Deut. 4:5-40 geeft MoshŤ aan dat alle geboden er voor bestemd zijn om ze in het land IsraŽl uit te voeren. Zionisme is daar vanuit gezien dus een Thora principe. HaRav Tzvi Yehuda HaCohen Kook zegt: Het huidige IsraŽl is verre van perfect maar zeker een stap een de richting van de volledige verlossing. In de Talmud, Ketubot 110b staat het volgende over het wonen van een IsraŽliet buiten Eretz IsraŽl: ďOnze rabbijnen leerden (Tosefta, Avodah Zahrah, 5:2): Ieder zou altijd in het land IsraŽl moeten wonen, zelfs eerder in een stad in IsraŽl, waar de meeste inwoners afgoden dienaars zijn dan in een stad buiten IsraŽl waar de meeste inwoners IsraŽlieten zijn, want van ieder die in het land IsraŽl leeft wordt verondersteld dat hij een God heeft maar van ieder die buiten IsraŽl leeft wordt verondersteld dat hij geen God heeft; want er staat geschreven (in Lev. 25:38) ďIk ben de Eeuwige, uw God, die u uit het land Egypte heb geleid, om u het land Kanašn te geven, opdat Ik u tot een God zou zijn.Ē. Dit leert ons, zo zegt Rabbijn Kook, dat iemand die buiten IsraŽl leeft wordt gezien als iemand die, als het ware, afgoden aanbidt. Het leert verder dat het gebod om in IsraŽl te wonen van even groot belang is als alle andere geboden uit de Thora bij elkaar. Rabbijn Yehuda HaLevy schrijft hetzefde in de 'Kuzari' naar aanleiding van 1 Sam. 26:19b "omdat ze mij uit Gods eigen land verdrijven en zeggen dat ik maar andere goden moet gaan dienen". Rabbijn Avi Berman van de OU schrijft in Torah Tidbits, parashat Vayeitzei het als volgt: De Ramban zegt "Op Aliyah komen is niet zomaar een mitswe, het is de manier waarop een 'G-dloos' persoon G-d voor zichzelf verkrijgt".

Rabbijn Meir Yechiel van Ostrovtza zegt, zo schrijft Rabbijn Moshe D. Lichtman in zijn boek Eretz Yisrael in the Parashah, over Genesis 12:1 "De Eeuwige nu zei tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal": Deze woorden bevatten de eerste Mitswe die ooit aan een Jood is gegeven. Nog voor enig ander gebod aan het volk Israel werd gegeven, gaf de
Eeuwige het gebod om in het land IsraŽl te gaan wonen.

 

Het leven in IsraŽl op zich is een mitzwe, zo leren de Joodse wijzen. Elk moment van het wonen in IsraŽl is een mitzwe. In dit kader staat er in de Talmud (Ketubot 111A) dat iedere persoon die 4 cubit (el) (+/- 2 meter) in het land IsraŽl (als zijn woonplaats) loopt, deel krijgt aan de toekomstige wereld. De wijzen leggen dit uit aan de hand van Jes. 42:5 "Die adem geeft aan het volk, dat er woont, En levensgeest aan die er wandelen."

Maimonides leerde, zo legt Rav Zvi Yehuda HaCohen Kook bij monde van Rabbijn David Samson uit, dat het niet alleen een Mitzwe is om als Jood in IsraŽl te wonen (staat in het commentaar op Sefer Hamitzvot Mitzvat Asse 4) maar dat het een Mitzwe is waarop heel de Thora is gebaseerd. De hele Thora is bedoeld om in Eretz IsraŽl gehouden te worden. Rabbi Elchanan Lewis zegt dat het niet alleen een mitswe is om er in te wonen maar ook om voor het land te vechten.

In Ps 37:3 staat het volgende: "Vertrouw op de Eeuwige en doe het goede, bewoon het land en leef er veilig." Wat is, volgens de Midrash, het goede wat hier bedoelt wordt, zo schrijft Rabbijn Chaim Avihau Schwartz. Dat is: ĎHet wonen in het land IsraŽlí; sticht een nederzetting in het land IsraŽl, zaai en plant.

Rabbijn Kahane noemt het, gebaseerd op Deut 11:31b en 32 (en gij zult het in bezit nemen en daarin wonen; dan zult gij naarstig onderhouden al de inzettingen en de verordeningen, die ik u heden voorhoud) voor een Jood een plicht om in Eretz IsraŽl te wonen. Zodra de mogelijkheid zich voordoet om in het land IsraŽl te gaan wonen, nadat het volk in ballingschap is gegaan (net zoals ten tijde van koning Kores van PerziŽ), zou het volk in zijn geheel weer terug horen te komen. Net als nu bleef er toen ook een gedeelte achter omdat ze zich al teveel hadden gesetteld in de galut (verstrooiing).
Nee de opdracht om het land in bezit te nemen geldt niet alleen voor de tijd van Jozua. Het is juist het Christendom en het christelijk denken wat beweert dat (bepaalde) Thora instructies nu niet meer geldig zijn. Al de Thora instructies gelden echter allen voor altijd
. Ja ook die van wonen in Eretz Israel. De Eeuwige is niet verandert. De Thora is ook niet gewijzigd.

 

Rabbijn Daniel Mann van het Eretz Hemdat Instituut schrijft: 'Volgens bijna alle hedendaagse meningen is het in de huidige tijd een mitswe om te wonen in het land Israel (Yeshivat Eretz Yisrael).' Wel wordt er volgens alleen nog gediscussieerd of dat het een gebod uit de Thora (Ramban, Aanvullingen bij Sefer HaMitzwot, Asei 4) is of dat het een rabbijnse instelling betreft'.

 

Avraham Fried vertelde eens het volgende verhaal wat hij gehoord had op een Bar Mitzwa viering. Een baby kameel vraagt aan zijn moeder 'Hoe komt het toch dat wij van die bulten op onze rug hebben'. 'Wel' antwoordt zijn moeder 'dat heeft HaShem zo gegeven zodat we in het hete klimaat van de woestijn daar voedsel in op kunnen slaan'. Oh zegt de baby kameel en vraagt verder, 'maar waarom hebben wij van die aparte poten?'. 'Wel antwoordt zijn moeder weer 'dat heeft Hashem ons gegeven zodat wij in het zand van de woestijn beter kunnen lopen'. .'Maar waarom hebben we dan van die borstels boven onze ogen?' vraagt hij door. En z'n moeder antwoord: 'Dat heeft HaShem ons gegeven voor als het waait in de woestijn. Zo worden dan onze ogen beschermt'. 'Maar' zo vraagt de baby kameel dan ten slotte 'wat doen wij dan hier in de New Yorkse Bronx Zoo?' U begrijpt de moraal al. Het Joodse volk heeft de Thora gekregen om die in IsraŽl te onderhouden. Hun plaats is in IsraŽl en niet in de 'galut (verstrooiing). Dus wat doet ze nog in de galut als de poort van de galut open is?

 

Nee we moeten niet wachten met het uitvoeren van deze mitswe totdat de Messias er is. Sommige instructies, verbonden met de Tempeldienst kunnen niet uitgevoerd worden maar alle anderen kunnen en zouden zonder afwachten uitgevoerd moeten worden. Ook de mitswe van het wonen in het land. Die is zeker niet van minder belang als andere mitswes die met grote precisie worden uitgevoerd. De Messias is trouwens geen doel op zich. Hij is een Ďinstrumentí om het volk IsraŽl in het land IsraŽl tot Thora gehoorzaamheid te brengen. Een koning die het volk in het onderhouden van de Thora-instructies. Dat wil dus niet zeggen dat er op zijn Ďtekení gewacht moet worden om naar Eretz IsraŽl te gaan. Het doel van de verlossing is dat het volk IsraŽl zich weer in IsraŽl aan de Thora-instructies houdt. Vanwege het niet-onderhouden van die instructies is het volk de Ďgalutí in gezonden om uiteindelijk weer in IsraŽl te komen wonen om daar weer de Thora te gaan onderhouden.
De staat IsraŽl is verre van perfect met zijn niet-religeuze regering die weinig boodschap heeft aan de Thora. Als echter nu alle Orthodoxe Joden nu naar IsraŽl zouden komen om er te wonen, zou de meerderheid van de bevolking Orthodox-Joods zijn en zou er een Orthodox-Joodse regering in IsraŽl kunnen zijn. Door het gaan wonen in Eretz IsraŽl van een vrome Jood maakt hij dat stukje waar hij woont en de mitswes uitvoert 'heiliger'.

 

In Jeremia 31:21 staat "keer terug, jonkvrouw Israels, keer terug naar uw steden hier!". In de Tenach staan de profetische woorden van de Neviiem die niet alleen betrekking hadden op die tijd. We kunnen uit dit gedeelte leren dat ieder zelf het initiatief dient te nemen. Na de zeventig jaar die bepaald waren voor de Babilonische ballingschap wordt er geen periode genoemd. Zodra de gevangenis van de ballingschap opengaat diet de gevangene zelf de vrijheid in te stappen. Het gold voor toen ten tijde van de ballingschap in Babel, toen een groot gedeelte niet terugkeerde en niet terug wilde keren uit de ballingschap naar Eretz Israel. Toen wilder er een groot gedeelte niet terug omdat ze een geriefelijk leven hadden opgebouwd in Babel. Het geldt ook voor nu in deze tijd.

 

Verder staat er in dit gedeelte dat de Matriarch Rachel op de terugkeer van haar kinderen wacht. Jer 31:15-17 "Zo zegt HaShem: Hoor, te Rama klinkt een klacht, bitter geween: Rachel weent om haar kinderen, zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat er geen meer is.  Zo zegt HaShem: Weerhoud uw stem van wenen, uw ogen van tranen; want er is loon voor uw arbeid, luidt het woord van HaShem, zij zullen terugkeren uit het land van de vijand. Ja, er is hoop voor uw toekomst, luidt het woord van HaShem, de kinderen zullen naar hun gebied terugkeren." Hoe dan ook de mitswe, vermeld in Deut 11:31b en 32 is duidelijk:"en gij zult het in bezit nemen en daarin wonen; dan zult gij naarstig onderhouden al de inzettingen en de verordeningen, die ik u heden voorhoud"

 

 

 

 

 

 

 

8. Alleen in IsraŽl kan het volk IsraŽl een heilige natie zijn.

 

Alleen in IsraŽl kan het volk IsraŽl een heilige natie zijn. Een heilige natie betekend immers dat het een natie is die zich aan de Thora houdt. In Deut. 4:22 staat de opdracht om in Eretz IsraŽl te wonen ďmaar gij zult die overtrekken en dat goede land in bezit nemenĒ Daarnaast staan er in de Thora instructies die alleen in Eretz IsraŽl kunnen worden uitgevoerd. Dus als het volk geheel volgens de instructies van de Eeuwige wil leven kunnen ze dat alleen in IsraŽl doen.

 

Rabbijn Baruch Harnik leert: Met het onderhouden van de Thora worden het spirituele en het materiŽle met elkaar verbonden. Materiele dingen worden door het onderhouden van de Thora verheven tot iets geestelijks. MateriŽle activiteiten tot geestelijke activiteiten. Zo wordt het land IsraŽl heilig. Bijvoorbeeld door de Eeuwige te zegenen als je een appel eet "Baruch Atta HaShem Elokeinu Melech Ha olam boree pri ha Ets, Gezegend bent U Eeuwige onze God, koning van het heelal die de vruchten van de boom heeft geschapen" verhef je het eten van deze appel van iets gewoons tot iets geestelijks. Je erkent de Eeuwige als gever van die appel. Je dankt hem daarvoor. Zo maak je heel bewust het gewone tot iets verhevens. Als je die zegen niet spreekt, zo leert Rav. Harnik, is het als het ware dat je iets van God steelt. Zo wordt het leven als Jood op zich verheven als hij/zij in Eretz Israel gaat wonen omdat hij/zij daarmee een mitswe vervult waarmee het Ďmaterieleí tot iets spiritueels wordt verheven.

De Joodse wijzen leren dat de Mitswot die uitgevoerd worden in Eretz IsraŽl van grotere Ďwaardeí zijn als de Mitzwot die uitgevoerd worden buiten Eretz IsraŽl. Er is geen Thora als de Thora van Eretz IsraŽl, zo leren zij. Dat wil zeggen dat het uitvoeren van de Thora in IsraŽl het hoogste niveau is van het uitvoeren van de Thora. De wijzen vertellen verder (Bereshit Rabbah 16:7. Sifre, Ekev, 1): De Thora is exclusief in Eretz IsraŽl. Daarmee brengen ze ook tot uitdrukking dat het doen van de geboden in IsraŽl een grotere waarde heeft dan het doen van de geboden buiten IsraŽl. Dat dat zo functioneert kun je bijvoorbeeld ook zien aan de viering van de feestdagen die in Lev. 23 worden genoemd. Buiten IsraŽl zijn er voor de feestdagen als de eerste en laatste dag van Pesach, Shavuot, eerste en laatste dag van Succoth iedere keer twee shabbatsdagen Ďnodigí om die een shabbatsdag te vieren. In IsraŽl is dat niet nodig. De Chafetz Chaim stelde, zo refereert Rabbijn Samson, Rabbijn Kook, dat de waarde van een mitzwe (Thora instructie) (bijvoorbeeld het leggen van de Tefillin), die uitgevoerd wordt in IsraŽl twintig keer groter is dan het uitvoeren van dezelfde mitzwe buiten IsraŽl. Hij vindt zelfs dat je op basis van Ps. 137:4 buiten IsraŽl eigenlijk niet zou kunnen zingen. Ps. 137:4 "Hoe zouden wij een lied van de Eeuwige zingen op vreemde grond?"

In IsraŽl is de aanwezigheid van de Eeuwige, de Shechina, natuurlijk. De Goddelijke voorziening is er 'van nature' zo legt Rabbijn Samson uit aan de hand van wat Rabbijn Tzvi Yehuda leerde over Deut. 11:12 "een land, waarvoor de Eeuwige, uw God, zorgt; bestendig zijn de ogen van de Eeuwige, uw God, daarop gericht, van het begin des jaars tot het einde.". Daarom is daar de aanwezigheid van de Eeuwige meer als op andere plaatsen.

De ĎGaon van Vilnaí zegt dat een persoon is pas compleet als hij (of zij) het land IsraŽl komt. Hij leert dat naar aanleiding van Gen 33:18 ďYaíakov kwam op zijn tocht uit Paddan-aram in shalom aan bij de stad Sichem, in het land KanaanĒ. 'In shalom' of 'behouden' heeft hier de betekenis van 'compleet'. Deze tekst kan je zo lezen dat Yaíakov compleet werd toen hij in het land IsraŽl aankwam. Een nakomeling van Yaíakov kan alleen in Eretz IsraŽl tot compleetheid komen.

De lucht in Eretz IsraŽl is zuiver en geeft wijsheid zo leert, Rabbijn Tzvi Yehuda HaCohen Kook zo zegt Rabbijn Samson. De lucht buiten IsraŽl is daarentegen niet zuiver. Halachisch gezien heeft de verstrooiing voor een Jood een zelfde status van onreinheid als een graf. Dit staat in de Talmud. Shabbath 14b waar Yosi ben Yoezer, van Tradar, en Yosi ben Yochanon van Jeruzalem worden geciteerd. Zie ook de tekst Ezech. 37:12-14 "Daarom profeteer en zeg tot hen: Zo zegt Adonai de Eeuwige: zie, Ik open uw graven en zal u uit uw graven doen opkomen, o mijn volk, en u brengen naar het land Israels. En gij zult weten, dat Ik de Eeuwige ben, wanneer Ik uw graven open en u uit uw graven doe opkomen, o mijn volk. Ik zal mijn Geest in u geven, zodat gij herleeft en Ik zal u doen wonen in uw land; en gij zult weten, dat Ik, de Eeuwige, het gesproken en gedaan heb, luidt het woord van de Eeuwige."

 

In Jesaja 52:11 staat "Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar; raakt het onreine niet aan, gaat weg uit haar midden, reinigt u, gij die de vaten van de Eeuwige draagt." Rabbijn  Shmuel Yerushalmi zegt over deze tekst Yalkut Me'am Lo'ez, the book of Yeshayahu:  Vertrek snel, Joods volk, verlaat je ballingschap, ga weg van de verontreinigende naties. Reinig jezelf van de heidense cultuur en waarden want jullie 'vaten' zijn Gods onderwijzingen en gebeden. Reinig je harten van alle vreemde invloed op je geloof als je jezelf voorbereid om God te naderen.

Het is een oproep om zodra het mag om de 'galut', de ballingschap te verlaten en weer in Eretz Israel te gaan wonen omdat de landen van de balingschap onrine plaatsen zijn voor het Joodse volk.

Het belang van het wonen in IsraŽl komt ook naar voren in de Talmoed, Brachot 41 b. Daar staat een discussie tussen Rabbijn Hamnuna en Rabbijn Chisdah die met elkaar aan tafel zaten toen er granaatappels en dadels werden geserveerd. Rabbijn Hamnuna sprak als eerste een zegen uit over de dadels in plaats van de granaatappels (ondanks het feit dat de dadels in de tekst Deut.8:8 als zevende wordt genoemd en granaat appel vijfde."Want de Eeuwige, uw God, brengt u in een goed land, een land van beken, bronnen en wateren, die in de dalen en op de bergen ontspringen; een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgebomen en granaatappelen; een land van olierijke olijfbomen en dadels"). Rabbi Chisdah vraagt hem daarop waarom hij dat zo doet. Dan legt Rabbijn Hamnuna uit dat dadels dichter bij het woord land (IsraŽl) (als 2e) staat dan granaatappels dat als vijfde vanaf het woord land wordt genoemd. Daarom, zo legt Rabbijn Hamnuna uit zijn dadels van 'grotere waarde' als granaatappels. Rav. Kook legt aan de hand hiervan uit dat een Jood in het land (of met een grotere liefde voor het land) IsraŽl van grotere geestelijke waarde of verdienste is als een Jood met minder liefde voor Eretz IsraŽl of die zelfs buiten Eretz IsraŽl woont..

IsraŽl is het land waar je pas echt spiritueel kunt leven. Lev.18:5 "Ja, gij zult mijn inzettingen en mijn verordeningen in acht nemen; de mens die ze doet, zal daardoor leven: Ik ben de Eeuwige.". Dat geldt dus ook voor Num 33:53 ďGij zult het land in bezit nemen en daarin wonen, want aan u heb Ik het land gegeven om het in bezit te nemen.Ē. Verder staat er in Psalm 116:9 " Ik zal wandelen voor het aangezicht van de Eeuwige in de landen der levenden". Rabbijn Kook schrijft "Het land der levenden, dat is Eretz IsraŽl". Zie ook Ps 27:13 "O, als ik niet had geloofd de goedheid van de Eeuwige te zullen zien in het land der levenden". Verder staat er in Ezech. 26:20b "...maar Ik zal glans geven het land der levenden". Alleen in IsraŽl is spiritueel leven in volheid mogelijk.

Rav Tzvi Yehuda leert dat Rav Avraham Azulai (die in Hebron leefde en stierf in 5404 (1644)) leerde een persoon die in IsraŽl komt wonen de eerste nacht dat hij er verblijft een andere ziel krijgt. Nadat iemand de lucht van IsraŽl heeft ingeademd en geabsorbeerd wordt hij getransformeerd zo legt hij uit. Rav. Tzvi Yehuda leert dat op basis van EzechiŽl 36:24-29 ("Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land; Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn. Ik zal u van al uw onreinheden verlossen, Ik zal het koren roepen en het vermeerderen, en geen hongersnood over u brengen.") een Jood tot zijn volle kracht en geestelijke hernieuwing komt door de transformerende kracht van het land IsraŽl. Het is een heilig land. Het is het enige land en de berg Tsion is de enige plaats ter wereld waar de Tempel gebouwd mag worden en de offerdienst plaats mag vinden. Het is de enige plaats waar de shechina va
n Gíd weer in de Tempel plaats zal nemen.

Rabbijn Tzvi Yehuda HaCohen Kook leert, zo zegt Rav. Samson, aan de hand van Sifre Ekev 11:18 en Rashi en Ramban over Deut. 11:18, dat het onderhouden van de Thora in de verstrooiing (buiten IsraŽl) eigenlijk alleen als hoofddoel heeft dat het volk IsraŽl de Thora niet vergeet voor als ze weer terug in het land IsraŽl zijn. Deut: 11:11-13,16a, 17b-18 "Maar het land, waarheen gij trekt om het in bezit te nemen, is een land van bergen en dalen, dat water drinkt van de regen des hemels; een land, waarvoor de Eeuwige, uw God, zorgt; bestendig zijn de ogen van de Eeuwige, uw God, daarop gericht, van het begin des jaars tot het einde. Indien gij nu aandachtig luistert naar de geboden, die ik u heden opleg, zodat gij de Eeuwige, uw God, liefhebt en Hem dient met uw ganse hart en uw ganse ziel,Ö. Neemt u ervoor in acht, dat uw hart zich niet laat verlokken, zodat gij afwijkt, andere goden dient en u voor hen nederbuigtÖ.en gij weldra te gronde gaat in het goede land, dat de Eeuwige u geeft. En gij zult deze mijn woorden in uw hart en in uw ziel leggen; gij zult ze tot een teken op uw hand binden en zij zullen een voorhoofdsband tussen uw ogen zijn."

In de verstrooiing is het gezamelijke karakter van het volk (clal) vervaagd en is het individuele karakter in het onderhouden van de Thora benadrukt. Rabbijn David Samson schrijft dat rabbijn Yehuda HaCohen Kook juist uitlegde dat de Thora de focus legt op dienen van de Eeuwige als geheel van het volk, als gehele natie (clal). Niet als individuele Jood.

Over het einde van de verstrooiing zegt Rashi en de Talmud (Sanhedrin 98A): Als het land IsraŽl zijn vruchten weer in overvloed geeft, is het einde van de verstrooiing daar. Dat kunnen we leren uit de tekst EzechiŽl 36:8 ďMaar gij, bergen van IsraŽl, zult uw takken voortbrengen en uw vruchten dragen voor mijn volk IsraŽl, want nabij is zijn komstĒ. Dat is iets wat we nu zien gebeuren. Toen de terugkeer nog niet zo in gang gezet was, was het land woest en leeg. Mark Twain zei over het land, toen hij het bezocht had dat het een dor land was. Hij was bijvoorbeeld op zijn tocht van Jeruzalem naar Schem bijna geen Ďgroení tegen gekomen. Dat is nu duidelijk anders. Het inzamelen van degenen die verstrooid zijn naar IsraŽl is een voorbeeld van de hogere dienst van het volk. Het bouwen van een florerende Joodse samenleving in IsraŽl oogst niet alleen respect in de wereld maar het getuigt ook van de waarheid van de Thora en de profeten die de hergeboorte van het land IsraŽl vertelden zo leert Rabbijn Tzvi Yehuda HaCohen Kook. Het hoeft niet door een bijzonder wonder op ťťn dag te gebeuren. Het kan ook geleidelijk
.
 

Het doel van het strikt onderhouden van de Thora is dat het volk IsraŽl ze in het land IsraŽl komt en voor altijd zal zijn om ze daar (en niet buiten Eretz Israel) te onderhouden. Deut. 8:1 "Heel het gebod, dat ik u heden opleg , zult gij naarstig onderhouden, opdat gij moogt leven en talrijk worden en het land binnengaan en in bezit nemen, dat de Eeuwige uw vaderen onder ede beloofd heeft".

 

 

 

 

 

 

 

9. Zolang het volk Israel in de verstrooing buiten Israel is wordt de Naam van de Eeuwige ontheiligd

 

Het leven van volk IsraŽl in de verstrooiing is een profanatie van de Naam van de Eeuwige. HaRav David Samson haalt HaRav Tzvi Yehuda HaCohen Kook aan en leert dat de verstrooiing op zich, de ergste ontheiliging van de Naam van de Eeuwige is die er is. Hij zegt dat gebaseerd op Ezech. 36:20 "En bij alle volken waar zij kwamen, ontheiligden zij mijn heilige naam, doordat men van hen zeide: Dezen zijn het volk van de Eeuwige, maar toch moesten zij weg uit zijn land." Rashi zegt over EzechiŽl 36:20 dat de ballingschap van het volk IsraŽl een enorme ontheiliging van de Naam van de Eeuwige veroorzaakt omdat het daardoor lijkt alsof God niet sterk genoeg was om zijn belofte aan Zijn volk te houden. Het leert ons nu dat zolang het volk IsraŽl buiten het land IsraŽl woont de Naam van de Eeuwige ontheiligd wordt. Daarom alleen al zou iedere IsraŽliet weer terug naar IsraŽl moeten gaan vanaf het moment dat hij er weer mocht wonen. Volgens de Thora is het een mitswe om de Naam van de Eeuwige te heiligen (Lev. 22:32) en een verbod om deze te ontheiligen. Uit dit gedeelte in EzechiŽl 36 leren we dat het verblijf van het Joodse volk in de verstrooing de grootste ontheiliging van de Naam van HaShem is. Als een Israeliet terugkeert naar het land IsraŽl wordt daarmee de naam van de Eeuwige geheiligd.

De ballingschap is een vloek en het is een straf. Een plaats van straf. In een plaats van straf blijf je normaal gesproken niet zitten als je er weer vandaan mag gaan. Rav Nechemia Krakover zegt: "Je kunt het vergelijken met een leerling op school die voor straf de klas wordt uit gestuurd. Het is niet normaal en goed voor de leerling als hij weg blijft op het moment dat hij weer de klas in mag." De 'status' van ballingschap (m.b.t. reinheid) wordt ook wel met de 'status' een graf vergeleken. Ezech 37: 12, 13 "Daarom profeteer en zeg tot hen: Zo zegt Adonai de Eeuwige: zie, Ik open uw graven en zal u uit uw graven doen opkomen, o mijn volk, en u brengen naar het land IsraŽls. En gij zult weten, dat Ik de Eeuwige ben, wanneer Ik uw graven open en u uit uw graven doe opkomen, o mijn volk". Het is onnatuurlijk om in een graf te blijven als je niet meer verplicht of gedwongen wordt er te blijven". Het grondgebied buiten Eretz IsraŽl is voor een Jood Ďonreine bodemí zo staat er in Amos 7:17. Het in ballingschap gaan is een vloek en het is nooit bedoeld dat het een plaats zou zijn of zou worden om vrijwillig te verblijven. De ballingschap werd veroorzaakt door een afkeer van Gíd. Terugkeer naar Gíd en terugkeer naar het land horen onlosmakelijk bij elkaar.

De Eeuwige heeft de deuren van de gevangenis geopend de poorten van het graf losgemaakt en de Joden mogen weer de vrijheid in, mogen weer wonen in Eretz IsraŽl. Nu hebben zij de verantwoordelijkheid om in Eretz IsraŽl te gaan wonen. Jer. 46:27 "Vrees gij dan niet, mijn knecht Jakob, en wees niet verschrikt, o IsraŽl, want zie, Ik verlos u uit verre streken, uw nakomelingen uit het land hunner gevangenschap; Jakob zal terugkeren en rustig en veilig zijn, door niemand opgeschrikt.". De Eeuwige heeft de gevangenis opengemaakt zodat het volk IsraŽl weer huiswaarts kan keren. Jer 30:10b "Ik verlos u uit verre streken, uw nakroost uit het land hunner gevangenschap; Jakob zal terugkeren en rustig en veilig zijn, door niemand opgeschrikt."

Net zoals het volk IsraŽl door het uitvoeren van de andere geboden (zoals Brit Mila of Kashrut instructies) de schepping vervolmaakt zo behoord het volk IsraŽl dat ook de doen met de opdracht om in het land IsraŽl te gaan wonen. Zelfs al zou de meerderheid van de bevolking op dat moment afgodendienaars zijn. Zie Ketubot 110b: ďOnze rabbijnen leerden (Tosefta, Avodah Zahrah, 5:2): Ieder zou altijd in het land IsraŽl moeten wonen, zelfs eerder in een stad in IsraŽl, waar de meeste inwoners afgoden dienaars zijn dan in een stad buiten IsraŽl waar de meeste inwoners IsraŽlieten zijn.Ē. Dit schrijft ook Rabbijn Jehuda Halevi in de Kuzari.. Dat niet-religieuze Zionisten de staat IsraŽl hebben gesticht is gelet op dit gedeelte geen reden om daardoor uit IsraŽl weg te blijven. De opdracht om naar Eretz IsraŽl te gaan werd aan de patriarchen gegeven voordat ze ook maar een andere instructie kregen toevertrouwd. Toen was er nog minder dan een staat die door niet-religieuze Zionisten was gesticht

 

Chazal (de Joodse wijzen) zegt, zo schrijft Rav. Teichtal in zijn boek Ein Habanin Smeicha dat de tweede verlossing bestemd was eeuwigdurend te zijn maar dat zonden dit 'herhinderde'(Sanhedrin 98b). De Maharsha legt uit dat de zonden die hier bedoeld worden is dat de Joden niet allemaal terugkeerden naar Eretz Israel.
 

 

 

 

 

10. Terug in IsraŽl is noodzakelijk voor komst Messias.

 

Een (grote) meerderheid van het volk IsraŽl zal weer terug in IsraŽl moeten zijn wil de Messias kunnen komen. Het is namelijk zo dat de profetie weer terug in het land zal zijn als de Messias komt, zo legt Rabbijn Aryeh Kaplan uit. Er staat namelijk in Mal. 3:23 (4:5) "Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag van de Eeuwige komt". Elia is een profeet die profeteert. Profetie kan alleen plaatsvinden (of evt ontstaan in) Eretz IsraŽl temidden van het daar wonende volk IsraŽl. Er staat namelijk in Deut. 18:15 "Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de Eeuwige, uw God, u verwekken; naar hem zult gij luisteren.". Een profeet kan er alleen zijn temidden van het volk IsraŽl in IsraŽl. (EzechiŽl kon profeteren in Babel omdat het profeteren al begon toen hij nog in Eretz IsraŽl was). Elia is profeet en kan dus alleen functioneren als het volk IsraŽl weer terug in het land is. Een profeet moet er trouwens zijn voordat de Messias komt. Hij zal koning zijn, in de lijn van David en zal dus ook door een profeet gezalfd moeten gaan worden. Ook de Vilna Gaon leerde zijn volgelingen dat de Messias zal komen nadat de meerderheid  van de Joden in de diaspora naar Israel gaat. Iedere Jood versnelt met het maken van Aliyah, de komst van de Messias zo leerde hij.

Niet afwachten tot de Messias er is en dan het volk naar het land IsraŽl brengt. Net als met de andere geboden behoort het gebod van te gaan wonen in het land IsraŽl, zonder vertraging uitgevoerd te worden. Door het uitvoeren van de geboden wordt de schepping vervolmaakt.
Het uitvoeren is een opdracht dat zonder vertraging te doen. Dat begint bij de besnijdenis. Op de 8e dag moet het kind besneden worden. Ook met dit stukje vervolmaking van de schepping moet niet gewacht worden tot de Messias er is. Zoals iedere Jood de schepping vervolmaakt door zijn zoon te besnijden zo doet hij dat ook door in IsraŽl te gaan wonen. De Jood is een partner van G'd door de wereld te vervolmaken volgens de instructie van Zijn Schepper. Dat doet hij in de eerste plaats door het in IsraŽl uitvoeren van alle geboden die hem zijn opgedragen.

 

 

 

 

HaRav Yisachar Shlomo Teichtal zt"l

 

 

11. In Eretz IsraŽl kan het volk IsraŽl pas echt een licht voor de volken zijn.

 

Pas in Eretz IsraŽl kan het volk IsraŽl echt een licht voor de natiŽn zijn. Jes. 2:3 'Want uit Sion zal de wet uitgaan'. IsraŽl is de enige plaats op aarde waar het volk IsraŽl haar taak kan vervullen om het Koninkrijk van G'd naar deze wereld te brengen door middel van het verspreiden van het licht van de Thora zo leert Rav Avraham Yitzak HaCohen Kook. De verstrooiing is een straf en een missie voor het volk zelf met als doelstelling teshoeva. Niet een missie om de andere volkeren te onderwijzen. Deut 30:2,3 "En gij keert terug tot de Eeuwige, uw Gíd, en luistert naar zijn stem gelijk alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel, Dan zal de Eeuwige, uw Gíd, tot uw gevangenen terug keren en Zich over u erbarmen, en zal Hij u weer verzamelen uit al de volken, waarheen de Eeuwige, uw Gíd, u verstrooid heeft"

Jes. 60:1-5 'Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de Eeuwige gaat over u op. Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiŽn, maar over u zal de Eeuwige opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang. Hef uw ogen op en zie rondom: zij allen verzamelen zich, komen tot u; uw zonen komen van verre en uw dochters worden op de heup aangedragen. Dan zult gij het zien en stralen van vreugde; uw hart zal zich ontroerd verruimen, want tot u zal de rijkdom der zee zich wenden, het vermogen der volken zal tot u komen.' en verder t/m 63:19.

Zie dan weer ook de tekst: Ps 50:2 "Uit Sion, de volkomen schoonheid, verschijnt G'd in lichtglans."

In de verzen Gen. 12:1-3 staat ď De Eeuwige nu zeide tot Avram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.Ē. Rav Kook zegt dat we hieruit kunnen leren dat alleen in IsraŽl het volk IsraŽl tot een zegen van de wereld kan zijn, een spirituele zegen. Alleen als het volk IsraŽl optrekt en in het land IsraŽl gaat wonen zal deze zegen tot uitdrukking komen.

Om een licht te zijn voor de volken is ook weer de Tempel nodig. De Tempel zal herbouwt worden op de Tempelberg. Dat is een taak en opdracht die het Joodse volk wacht. Ex 25:8 ďEn zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonenĒ. Rabbijn Teichtal refereert in zijn boek Ein Habanin Semeichah naar de Jeruzalemse Talmoed  (Yoma 1:1 [4b])"Iedere generatie die niet getuige is van de herbouw van de Tempel wordt beschouwd alsof zij de Tempel vernietigde " om het belang van de terugkeer om de herbouw van de Tempel mogelijk te maken. Als het volk IsraŽl weer in Eretz IsraŽl volgens de Thora leeft en als dus ook de Tempel weer gebouwd is zal het licht van de Eeuwige zich over de aarde verspreiden. De volken zullen naar Jeruzalem komen om te leren.

 


Deut. 30:9b-10 "want de Eeuwige zal weer over u verheugen, u ten goede, gelijk Hij Zich over uw vaderen verheugde, Wanneer gij namelijk naar de stem van de Eeuwige, uw Gíd, luisteren zult om Zijn geboden en Zijn wetten in acht te nemen, welke in dit boek der leer geschreven zijn; indien gij u tot de Eeuwige, uw Gíd, terugkeren zult met geheel uw hart en met geheel uw ziel"
Jes. 2:2-5"En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis van de Eeuwige vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen en vele natiŽn zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg van de Eeuwige, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en het woord van de Eeuwige uit Jeruzalem. En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiŽn. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren. Huis van Jakob, komt, laten wij wandelen in het licht van de  Eeuwige."

 

 

 

 

 

 

12. Eerste woorden van de Eeuwige tot de aartsvaders.

 

Rav Eli Sadan legt het belang van het wonen in IsraŽl uit aan de hand van de eerste woorden die de Eeuwige tot ieder van de aartsvaders sprak. Het belang dat de Eeuwige er aan hecht wordt daarmee duidelijk. De eerste opdracht die G'd aan de aartsvaders gaf was om te gaan wonen in Eretz IsraŽl.

De eerste opdracht die de Eeuwige aan Avraham Avinu gaf was: ďGa uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zalĒ (Gen. 12:1). Tussen haakjes Avram kon pas een zegen voor anderen zijn toen hij in het land IsraŽl ging wonen. Er moest eerst een scheiding met het oude komen om later een zegen voor het oude te kunnen zijn.
Avraham, was tussen haakjes, als nakomeling van Noachs zoon Shem, de rechtmatige bezitter van het land. Noach had dit land namelijk aan de nakomelingen van Shem toebedeeld. De Kanaanieten, nakomelingen van Cham, hadden het onrechtmatig bezet.

De eerste opdracht die de Eeuwige aan Itschak gaf was ďTrek niet naar Egypte, woon in het land, dat Ik u zeggen zal, vertoef in dit land als een vreemdeling, dan zal Ik met u zijn en u zegenen, want u en uw nageslacht zal Ik al die landen geven, en Ik zal de eed gestand doen, die Ik uw vader Abraham gezworen hebĒ (Gen. 26:2,3)

De eerste woorden die de Eeuwige tot Yaíakov sprak waren ďIk ben de Eeuwige, de God van uw vader Abraham en de God van Isaak; het land, waarop gij ligt, zal Ik aan u en aan uw nageslacht geven. En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, oosten, noorden en zuiden, en met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegdĒ(Gen. 28:13-15).

De eerste woorden die de Eeuwige tot Moshť sprak waren; ďIk heb terdege gezien de ellende van mijn volk, dat in Egypte is, en hun gejammer over hun drijvers gehoord, ja, Ik ken hun smarten. Daarom ben Ik nedergedaald om hen uit de macht der Egyptenaren te redden en uit dit land te voeren naar een goed en wijd land, een land vloeiende van melk en honig, naar de woonplaats van de Kanašnieten, Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en JebusietenĒ (Ex.3:7, 8)

De eerste woorden die God tot Jozua sprak waren ďMijn knecht Mozes is gestorven; welnu, maak u gereed, trek over de Jordaan hier, gij en dit gehele volk, naar het land, dat Ik hun, de IsraŽlieten, geven zalĒ Jozua 1:2.

Als eerste opdracht gaf de Eeuwige aan de Aartsvaders de taak om naar IsraŽl te gaan c.q. in IsraŽl te blijven c.q. naar IsraŽl terug te komen. Rav. Eli Sadan zegt dat dit ons leert dat het van groot belang is om als Zijn volk in IsraŽl te gaan wonen. Zo wordt het volk niet beÔnvloed door de omgeving (waar ze uit kwamen). Pas dan kan het volk tot een zegen voor de wereld zijn. Als het doel duidelijk is, is het niet zo moeilijk om die stap te zetten. Bij Avraham was het niet duidelijk en toch zette hij die stap

 

 

 

 

13. Tikun voor het ongeloof van de tien verspieders

 

In Parashat Shela Lecha (Num 13:1-15:41) lezen we de geschiedenis van de verspieders die het land IsraŽl ingingen om te zien wat voor land het was. Num 13:17-20 "17 Mozes dan zond hen uit om het land Kanaan te verspieden en zeide tot hen: Trekt hier het Zuiderland in en trekt op naar het bergland, 18 en ziet, hoe het land is, en of het volk dat erin woont, sterk is of zwak, klein of talrijk; 19 en of het land, waarin het woont, goed is of slecht, hoe de steden zijn, waarin het woont, of het in legerplaatsen woont dan wel in vestingen, 20 en of het land vet is of schraal, of er bomen op staan of niet".  Toen ze terug kwamen spraken 10 van de 12 verspieders samen slecht over het land en geloofden HaShem niet dat Hij hun het land daadwerkelijk zou geven en die machtige volken voor hen uit zou drijven. "Ook verspreidden zij onder de Israelieten een kwaad gerucht omtrent het land dat zij verspied hadden, door te zeggen: Het land dat wij zijn doorgetrokken om het te verspieden, is een land dat zijn inwoners verslindt, en alle mensen die wij daar zagen, waren mannen van grote lengte." Door ongeloof konden ze niet het land IsraŽl binnen gaan. "Geen van de mannen die mijn heerlijkheid gezien hebben, en de tekenen die Ik in Egypte en in de woestijn gedaan heb, en die Mij nu reeds tienmaal verzocht en naar mijn stem niet geluisterd hebben, 23 zal het land zien, dat Ik onder ede aan hun vaderen beloofd heb! Ja, niemand van hen, die Mij versmaad hebben, zal het zien". De Joodse overlevering vertelt dat deze gebeurtenis plaatsvond op de 9e Av. Dat is dezelfde datum als de verwoesting van beide tempels. Deze gebeurtenis van het niet optrekken naar het land IsraŽl heeft dus een direct verband met de vernietiging van de Beth HaMikdash. Chazal zegt dat de Shechina nooit helemaal terug heb kunnen keren op de 2e Beth HaMikdash vanwege het niet terugkeren van een groot gedeelte van de Joden nadat koning Koresh de toestemming gaf om terug te keren en de Tempel te herbouwen

 

Als Tikun voor deze geschiedenis doet sindsdien elke vrome Jood zijn uiterste best om zijn, ochtend-, middag- en avond gebeden uit te spreken in een minyan, een groep van 10 mannen. Tien mannen die nu bij elkaar komen om goede dingen uit te spreken. De beste tikun die een vrome Jood echter kan doen voor deze gebeurtenis in de woestijn is het met zijn gezin in geloof optrekken naar het land IsraŽl nu HaShem de poorten weer heeft geopend om in vertrouwen op HaShem in het land te gaan wonen en het land op te gaan bouwen. Dat is dť tikun voor het niet op durven trekken het land IsraŽl toen op dat moment.

 


 

 

14. Terugkeer naar IsraŽl is het begin van het herstel

 

Terugkeer naar IsraŽl is het begin van het herstel. Het is een wezenlijk onderdeel van het Ďteshuvaí, het bekeringsproces. Voor een Jood is zijn Ďteshuvaí pas compleet als hij ook weer naar Eretz IsraŽl terug keert. In Deut 30:2-8 staat  ďen wanneer gij u dan tot de Eeuwige, uw God, bekeert en naar zijn stem luistert overeenkomstig alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel, dan zal de Eeuwige, uw God, in uw lot een keer brengen en Zich over u erbarmen; Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken, naar wier gebied de Eeuwige, uw God, u verstrooid heeft. Al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, de Eeuwige, uw God, zal u vandaar bijeenbrengen en vandaar halen; de Eeuwige, uw God, zal u brengen naar het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het bezitten en Hij zal u weldoen en u talrijker maken dan uw vaderen. En de Eeuwige, uw God, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, zodat gij de Eeuwige, uw God, liefhebt met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leeft. De Eeuwige, uw God, zal al deze vervloekingen op uw vijanden en uw haters leggen, die u vervolgd hebben. Gij zult weer naar de stem van de Eeuwige luisteren en al zijn geboden volbrengen, die ik u heden oplegĒ. Zonder terugkeer naar het land is de Ďteshuvaí niet compleet. Net zoals de terugkeer naar Gíd een Ďdaad uit vrije wil en vanuit Ďeigen inspanning is, zo is dat ook met de terugkeer naar het land. Dat staat los van het gegeven dat HaShem de situatie zo zal creŽren dat uiteindelijk het hele Joodse volk terug zal keren naar Gíd en naar het land. Het bekeringsproces kan met een terugkeer naar het onderhouden van de Thora instructies beginnen. Het kan aan de andere kant juist ook met de terugkeer naar IsraŽl beginnen zonder dat het al gevoed wordt door de overtuiging dat men er Gíd gehoorzaam mee is. Iedere Jood heeft een als het ware Ďingeschapení verbinding met het land IsraŽl. In Ezech 36:20-28 staat ďEn bij alle volken waar zij kwamen, ontheiligden zij mijn heilige naam, doordat men van hen zeide: Dezen zijn het volk van de Eeuwige, maar toch moesten zij weg uit zijn land. Dit deed Mij leed om mijn heilige naam, die het huis IsraŽls ontheiligd had onder de volken in wier gebied zij gekomen waren. Daarom, zeg tot het huis IsraŽls: Zo zegt HaShem de Eeuwige: niet om uwentwil doe Ik het, o huis IsraŽls, maar om mijn heilige naam, die gij ontheiligd hebt onder de volken in wier gebied gij gekomen zijt. Ik zal mijn grote naam die onder de volken ontheiligd is, die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de Eeuwige ben, luidt het woord van HaShem de Eeuwige, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan als Heilige zal betonen. Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeenvergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land;  Ik zal rein water over u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn. Dit gedeelte in EzechiŽl leert ons dat de fysieke terugkeer vooraf kan gaan aan een geestelijk herstel. Daar waar HaShem de gevangenisdeuren van de Ďgalutí openzet is het aan het volk om de gevangenis uit te gaan.

 

 

 

 

15. Thuis in het enige veilige thuis

Het volk IsraŽl hoort thuis in IsraŽl. Daar is hun bestemming en dat is de bestemming van het land. De ĎAdmore van Ostrovtzaí leert: ďElke Jood hoort te zeggen, als men vraagt waar hij of zij vandaan komt: Ik kom van Eretz IsraŽlĒ want elke Jood behoort met alles in zich aan Eretz IsraŽl toe. Yoseph zei, toen hij als slaaf in Egypte was: Ik ben gestolen van het land van de HebreeŽrs. Hij gaf aan dat hij in Eretz IsraŽl thuishoorde. Daarom werd hij in IsraŽl begraven. Toen men over Mozes zeiĒ Een Egyptische man heeft ons geredĒ ontkende het niet. Daarom werd hij niet in Eretz IsraŽl begraven. Door de belofte van God kan iedere Jood zeggen dat hij/zij van Eretz IsraŽl komt. Iedere Jood zo, vertelt de Admore verder die door Rabbijn Samson wordt aangehaald, behoort in zijn diepste wezen thuis in Eretz IsraŽl. Het is dan ook logisch dat ook veel seculiere Joden zijn die een verlangen hebben om in Eretz IsraŽl te wonen. Veel seculiere Joden die eens in IsraŽl op bezoek zijn geweest ervaren er van binnenuit hun thuis te ontdekken. Dit is ook een van de motivaties van het Birthright programma om Joodse jongeren met het land IsraŽl kennis te laten maken.
 

Israel is het enige veilige land voor het volk IsraŽl. Er is geen veiliger plaats voor hen. In 1991, tijdens de eerste Golfoorlog, toen de Scud raketten door Irak op IsraŽl werden afgevuurd zei, de Lubavitcher Rebbe Rav. Menachem Schneerson "Eretz IsraŽl is de meest veilige plaats voor een Jood om te wonen.

 

Er is een geschiedenis bekend van een Joodse familie die in de jaren 30 naar Israel aliyah maakte vanuit Polen. Toen in het jaar 1938 zijn vrouw zwanger was besloot ze naar Polen te gaan om daar bij haar moeder thuis te bevallen. Haar man bleef in IsaŽl. Hij had geen werk en zocht naar een baan maar kon deze niet vinden. Hij ging naar zijn rabbijn om zijn zegen te vragen om ook weer naar Polen te gaan. Daar zou het ook makkelijker voor hem zijn om werk te vinden. De rabbijn gaf hem echter niet zijn zegen. Het advies van zijn rabbijn opvolgend schreef hij naar zijn vrouw dat hij niet kwam en als ze bij hem wilde zijn, moest ze ook weer naar Eretz Israel komen. Dat deed ze. Kort daarop kwam Hitler (yimach shemo) in Polen. De gehele familie van de vrouw in Polen is uitgemoord maar zij en haar familie waren 'veilig' in Eretz Israel.

 

In 1933, toen Hitler (yimach shemo) aan de macht kwam, leerde Rabbijn Moshe D. Lichtman in een siur, kwam een van de leiders van de Radin Yeshiva naar de Chafetz Chaim om hem te vragen over het lot van de Joden daar hij zijn doel duidelijk te kennen had gegeven namelijk het Joodse volk (G'd verhoedde het) geheel te vernietigen.. De Chafetz Chaim gaf als antwoord aan de leiders. "Het zal hem niet gelukken. Niemand is het gelukt ons volk in de verstrooing te vernietigen. Er staat namelijk geschreven 'Indien Esau op de ene groep afkomt en die verslaat, dan kan de groep die overblijft, ontkomen. (Gen 32:9)". De vraagsteller begreep dat het gevaar wezenlijk was en vroeg verder. Als de onderdrukker er (G'd verhoedde het) er in slaagt een gedeelte van het Joodse volk te vernietigen wie is dan 'de rest van de groep' die ontkomt?. De Chofetz Chaim antwoordde: 'Ook dit staat staat duidelijk in de Geschriften 'Op de berg Sion zal er ontkoming zijn (zullen ontkomers zijn), en dat zal een heilig zijn (Ob 1:17)'. De vraagsteller verliet toen zeer geschokt de Chofetz Chaim. Voor hem het duidelijk dat het Heilige Land gespaard zou blijven van het plan Hitler (yimach shemo). Dit, zo leerde Rabbijn Lichtman verder, verklaard wellicht waarom Ya'akov, nadat hij, ongedeerd uit Esav 'klauwen' was gekomen, een stuk land kocht in Eretz Israel "Ya'akov kwam op zijn tocht uit Paddan-aram geheel aan bij de stad Sichem, in het land Kanaan en sloeg zijn legerplaats ten oosten van de stad op; hij kocht voor honderd geldstukken het stuk land waarop hij zijn tent gespannen had, van de zonen van Hemor, de vader van Schem.' (Gen. 33:18,19). Ya'akov, begreep, zo zei de rabbijn verder, dat de beste manier voor de Joden was om te overleven is het opbouwen van de enige echt veilige 'haven' die het Joodse volk heeft: Eretz Israel. Maar dat niet alleen. Ibn Ezra geeft het volgende commentaar op dit gedeelte. "Deze geschiedenis staat in de Thora om te laten zien dat het land Israel iets groots heeft en dat het deel er in hebben wordt beschouwd als een deel in de toekomstige wereld.Hij ontvluchte niet alleen onderdrukking maar ging vooruit naar een hoger spiritueel plan, zo leerde Rabbijn Lichtman.
 

God heeft het land IsraŽl passend geschapen voor het volk IsraŽl. De atmosfeer is passend voor het volk IsraŽl. Het is goed voor hun gezondheid. Het volk IsraŽl hoort bij het land IsraŽl. IsraŽl is als volk en als land uitgekozen door de Eeuwige (Ps 132:13, 135:4). Het land is de woonplaats van de Eeuwige.

 

De intentie van de vijand van IsraŽl is om zelf hier in het land te heersen. De Thora verbied Zijn volk om dat toe te staan omdat zij tegen de instructies van de Eeuwige ingaan. Het volk IsraŽl moet op de belofte van HaShem aan Avraham vertrouwen. Niet de VN of de VS of welke andere mogendheid zijn d gever van het land aan het volk IsraŽl maar HaShem zelf.

De Eeuwige komt weer in Zijn tempel wonen, temidden van Zijn volk, als voorheen: Zach. 2:10-12 ďJubel en verheug u, gij dochter van Sion! want zie, Ik kom in uw midden wonen, luidt het woord van de Eeuwige, en vele volken zullen te dien dage gemeenschap zoeken met de Eeuwige en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal in uw midden wonen. Dan zult gij weten, dat de Eeuwige der heerscharen mij tot u gezonden heeft. En de Eeuwige zal Yehuda op de heilige bodem als zijn erfdeel in bezit nemen en Hij zal Yerushalayim nog verkiezen.Ē
 

 

 

 

16. Geloof en vertrouwen

Om op te trekken naar Eretz IsraŽl is inzicht nodig op de noodzaak om als Jood in Eretz IsraŽl te wonen. Dan is er verder ook Emuna (geloof en vertrouwen in HaShem) voor nodig om te geloven in de beloften die de Eeuwige heeft gegeven met betrekking tot het gaan wonen in Eretz IsraŽl. Over het gevaar van het ontbreken van geloof brengt Rabbijn Tzvi Yehuda, bij monde van Rabbijn David Samson, de situatie van het volk IsraŽl in herinnering, toen de twaalf verspieders terug kwamen en het volk het slechte bericht van de tien verspieders geloofden en het land IsraŽl niet durfden in te gaan in plaats dat zij in geloof, vetrouwend op de beloften van de Eeuwige het land binnen zouden trekken. De neiging om opnieuw in deze zonde te vallen bestaat nog steeds in het volk zo leert hij en zelfs grote 'Talmidei Chachamim' kunnen hierdoor beÔnvloedt worden. Ook in de wereld van Thora heeft ieder nog steeds een vrije keus en ieder kan daarom ook in die fout vallen.

Ook is er Emuna nodig om in het land IsraŽl te wonen. Het wonen in het land IsraŽl is niet altijd gemakkelijk voor het Joodse volk. Vaak lijkt het moeilijker om als Jood in Eretz IsraŽl te wonen dan er buiten. Het is de bedoeling dat het Joodse volk altijd en in alles hun vertrouwen op de Eeuwige stelt 'Wiens ogen voortdurend op hen zijn gericht'. (Deut. 11:12). Het land IsraŽl geen natuurlijke waterbronnen van HaShem gekregen. De bronnen die er zijn zijn evenals de rest van het land afhankelijk van de regen die de Eeuwige geeft. Dit heeft de Eeuwige zo gedaan opdat het volk Hem 'ten alle tijde zal zoeken en hun vertrouwen op de Eeuwige zal stellen'. Dan zal het goed met hen gaan in Eretz IsraŽl.

Met betrekking tot de komende verlossing zijn de huidige tegenstanders van het Zionisme (onder de Orthodoxe Joden) degenen die een verlossing verwachten die op een miraculeuze manier plaats vindt. Maar, zo leert Rabbijn Kook, kan de verlossing ook plaats vinden in de vorm van een geleidelijk proces zoals nu ook de Joden geleidelijk terug komen en gebracht worden naar Eretz IsraŽl.

HaRav David Samson haalt HaRav Tzvi Yehuda HaCohen Kook aan als hij zegt dat de aanwezigheid in IsraŽl van een soevereine Joodse regering, een IsraŽlisch leger en een nationale kalender die gebaseerd is op het Joodse jaar manifestaties van de Shechina in fysieke vorm. We kunnen het huidige terugkeren van het volk IsraŽl en het tot ontwikkeling komen van deze dingen zien als God die de gevangenen van Zion aan het terugbrengen is. Ps. 126:1-3 "Toen de Eeuwige de gevangenen van Sion deed wederkeren, waren wij als degenen die dromen. Toen werd onze mond vervuld met lachen, onze tong met gejuich. Toen zeide men onder de heidenen: De Eeuwige heeft grote dingen bij hen gedaan! De Eeuwige heeft grote dingen bij ons gedaan, wij waren verheugd."

 

Alleen als het volk IsraŽl weer in het land IsraŽl woont zal de Tempel weer herbouwd worden ja pas kunnen worden. De Tempel kan er alleen staan als het land IsraŽl door het volk IsraŽl bewoont wordt. Lev. 26:11,12: "En Ik zal mijn tabernakel in uw midden zetten, en Ik zal geen afkeer van u hebben, maar Ik zal in uw midden wandelen en u tot een God zijn en gij zult Mij tot een volk zijn.". In  Talmoed Yerushalmi Yoma 1:1[4b]staat, zo schrijft Rabbijn Teichtal "Elke generatie die niet getuige is van de herbouw van de Beit HaMikdash wordt beschouwd als zijnde dat ze hem vernietigd heeft.". Dat leert ons de verantwoordelijkheid om er alles aan te doen om de Tempel te (helpen/doen) herbouwen. Dat is in de eerste plaats om als Jood in Eretz Israel te komen wonen.

 

Als de Tempel er weer zal staan kan de Thora pas weer in zijn geheel onderhouden worden.
 

 

 

 

Zionisme, gebaseerd op het dienen van de Eeuwige, is een basis Thoraprincipe.

Deut 11:31b en 32 "en gij zult het in bezit nemen en daarin wonen; dan zult gij naarstig onderhouden al de inzettingen en de verordeningen, die ik u heden voorhoud"

 

 

Joden, IsraŽlieten, waar je ook bent,

kom naar huis, naar

Eretz Israel !!!

 

 

 

 

 

 

 

 

Op! terug naar ons volk en ons geboorteland

Jer. 46:16

 

 

Een bedevaartslied. Toen de Eeuwige de gevangenen van Sion deed wederkeren, waren wij als degenen die dromen. Toen werd onze mond vervuld met lachen, onze tong met gejuich. Toen zeide men onder de heidenen: De Eeuwige heeft grote dingen bij hen gedaan! De Eeuwige heeft grote dingen bij ons gedaan, wij waren verheugd. Eeuwige, wend ons lot als beken in het Zuiderland. Wie met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien. Hij gaat al wenende voort, die de zaadbuidel draagt; voorzeker zal hij komen met gejuich, dragende zijn schoven. Ps. 126

 

 

 

Bronnen:

 

*  Tenach

*  Kuzari, geschreven door Rabbijn Jehuda HaLevi

*  Orot by Rabbi Abraham Isaac Kook

*  Torat Eretz Yisrael, The Teachings of HaRav Tzvi Yehuda HaCohen Kook, geschreven door HaRav David Samson

*  Ein Habanim Semeichah, on Eretz Yisrael, Redemption, and Unity, geschreven door HaRav Yisachar Shlomo Teichtal

Lights on Orot Eretz Yisrael The Teachings of HaRav Avraham Yitzhak HaCohen Kook geschreven door HaRav David Samson

*  War and Peace, The Teachings of HaRav Avraham Yitzhak HaCohen Kook geschreven door HaRav David Samson

*  Jerusalem, The eye of the Universe, geschreven door Rabbijn Aryeh Kaplan

http://www.yeshiva.org.il

*  Eretz Israel in the Parashah geschreven door Rabbijn Moshe D. Lichtman

* Thish'a b'Av - The Hidden festival? geschreven door Rabbijn Ephraim Sprecher

 

 

 

 

 

Zie voor verdere informatie over zionisme pagina Aliyah

 

 

 

 

 

To Jewish People Come On Home

 

Rabbijn Avraham Yitschak HaKohen Kook

 

 

 

Rav Avraham Kook Film

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rabbi Avraham Jitschak Kook
הרב אברהם יצחק הכהן קוק

(1865 Ė 1935)
Essay geschreven door Rabbijn Ahron Daum uit Antwerpen en in het Nederlands vertaald door Petra Van Hamme
 

 

 

 

 

Biografie

Rav Kook werd geboren in Griva, Letland in 1865. Zijn vader was een leerling van de Volozhin Yeshiva, het centrum van 'Mitnagdut' (de oppositie en tegenstander van het Chassidisme), de moeder van de Lithuaanse Yeshiva's. Maar zijn grootvader was lid van het  Chassidisme. Rav Kook was de oudste van 8 kinderen. Hij is gekend onder de naam ''Harav Avraham Jitschak Hakohen Kook of ook kortweg ĎHaraví. Hij was een van de meest geliefde Rabbijnen van de 20ste eeuw.

 

Als kind had hij de reputatie van 'Ilui' (Talmoedgenie). In 1884 kwam hij, op 18-jarige leeftijd, in de Volozhin Yeshiva, waar hij ook goed bevriend kwam met Rabbi Naftali Zvi Yehuda Berlin (de Netziv - rector) van de Rosh Yeshiva. Hoewel hij slechts anderhalf jaar op de Yeshiva verbleef, studeerde hij tijdens deze tijd ongeveer 18 uur per dag.

 

In 1886 trouwde hij met Batsheva, de dochter van Rabbijn Eliyahu David Rabinovitz-Teomim. Hij was Rabbijn van de beroemde Lithouwse stad ĎPonovitchí. Deze Rabbijn werd later Opperrabbijn van Jeruzalem. Op de leeftijd van 23 kreeg hij zijn eerste Rabbinale positie als Rabbi van Zaumel, Lithuania. In 1888 stierf zijn vrouw en zijn schoonvader overtuigde hem te hertrouwen met zijn vrouws nicht Raize-Rivka. Tussen 1901 en 1904 publiceerde hij drie artikelen die anticiperen op de filosofie die hij ontwikkelde over ĎErets Israelí. Tijdens deze periode schreef hij een aantal werken, waarvan een commentaar op de Talmoedische tractaten ĎBerachotí en ĎShabbatí, getitteld 'Eyn Ayah'. Verder schreef hij een belangrijk boek over de moraal en spiritualiteit met als titel 'Mussar Avikhah'.

 

In 1903, toen Rav Kook naar Erets Israel op bezoek ging, waren de Joodse kolonieŽn verdeeld en gescheiden in sektes of groepen. Iedere groep wilde datgene behouden dat het van zijn geboorteland had meegenomen. Rav Kook was het in die dagen niet eens met deze sfeer van verdeeldheid onder de Joodse pionieren en nam de bijna onmogelijke taak op zich: het verenigen van de Joodse idealisten onder een richtlijn.

 

Zijn hoge spirituele staat toonde hem dat met de terugkeer van de Joden naar het land IsraŽl wellicht zijn fysieke exil beŽindigd is maar dat dit niets betekende voor de spirituele uittocht - de verdeeldheid onder de Joden, dit is de wortel van alle problemen. Hij probeerde ons te wekken om terug te keren naar de spirituele staat die we vůůr de vernietiging van de tempel hadden, een staat die zijn uitdrukking vond in liefde en eenheid.

 

In 1904 maakte Rav Kook Aliya naar IsraŽl waar hij een Rabbinale functie vervulde in de stad Jaffa, deze functie hield ook de verantwoordelijkheid in voor de seculiere zionistische agrarische kolonies vlakbij. Zijn invloed op de mensen in de verschillende geledingen van de samenleving was reeds merkbaar, als hij probeerde de Torah en Halacha in te voeren in het leven van de stad en de kolonies.

 

Rav Kook was net op reis in Europa toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Omdat het op dat moment onmogelijk was om terug te keren naar het land IsraŽl, bleef hij noodgedwongen een paar jaar in Engeland, waar hij werd benoemd tot Rabbijn van Whitechapel, Londen.

 

In 1916 werd hij Rabbijn van de Spitalfields grote synagoge, een gemeenschap van geÔmmigreerde Oost-europese orthodoxe Joden in Brick Lane. Daar werd hij betrokken bij de activiteiten die hebben geleid tot de Balfour verklaring. (1917)

 

Na zijn terugkeer werd hij benoemd tot Rav van Jeruzalem, en kort erna, tot Asjkenazische Opperrabbijn van het land ĎPalestinaí in 1921. Hij stichtte een Yeshiva met de naam ĎMercazí in Jeruzalem in 1924. Toen Rav Kook als eerste opperrabbijn werd benoemd, kreeg hij veel kritiek te verduren en veel mensen waren tegen zijn aanstelling. Rav Kook reageerde door tegen zijn critici te zeggen dat ze gelijk hadden. Hij zei dat er veel mensen in de wereld waren en ook veel geleerden in de heilige stad Jeruzalem die groter waren dan hij. Hij zei dat de schoenen van de positie van Opperrabbijn te groot voor hem waren en dat hij ze daarom moest opvullen met stro. Maar, legde hij uit, de stro in opgevulde schoenen heeft harde en scherpe randjes die de voeten vaak irriteren. Rav Kook meende dat de critici die zijn kwalificaties als opperrabbijn in twijfel trokken te vergelijken waren met het stro in te grote schoenen; net als het echte stro irriteerde, irriteerden ook zijn critici hem. Maar hij had ze nodig om de schoenen die men hem had gegeven te kunnen dragen. Rav Kook keek met andere woorden naar de situatie en zag iets positiefs en goeds in zijn felle criticasters. Hij plaatste de situatie in een ander kader, zodat hij de positieve kant liet zien van iets wat anders negatief was.

 

Rav Kook had een uitgesproken mening over de migratie naar IsraŽl. Volgens hem had de joodse migratie een religieuze betekenis. Rav Kook zag deze migratie als het einde van de lange galut, ballingschap. Ook de niet-religieuze migranten vervulden volgens hem een religieuze rol door het joodse land op te bouwen. Het feit dat de Engelsen een Opperrabbijn hadden aangesteld over hun mandaatgebied zag hij als voorteken van het herstel van het Ďsanhedriní (hooggerecht tijdens de periode van de tweede tempel).

 

Rav Kook was een man van de Halacha in de strikte zin van het woord, terwijl hij tegelijkertijd open stond voor nieuwe ideeŽn. Dit leidde wel eens tot enorme wereldverbreide misverstanden met veel religieuze en niet-religieuze mensen.

 

Rav Kook bouwde bruggen van communicatie tussen de verschillende Joodse sectoren, inclusief de seculiere Joodse Zionistische leiders, de Religieuze Zionisten en de meer traditionele niet-Zionistische orthodoxe Joden. Hij geloofde dat de moderne beweging om een Joodse staat te stichten in het land IsraŽl theologische betekenis had en dat de Zionisten pionieren waren in het hemels plan om de messiaanse tijd te brengen. Hij becommentarieerde eens dat de oprichting van het Opperrabbinaat de eerste stap was naar de wederoprichting van het sanhedrin. Herhaaldelijk verklaarde hij dat de verlossing alleen bewerkstelligd kan worden door onszelf te verbinden en dat alleen door toepassing van de wijsheid zo'n daad mogelijk zou zijn. In die context schreef hij: 'De geheimen van de Torah brengen verlossing en brengen het volk IsraŽl terug naar hun land'.

 

Hij schreef vele boeken over zowel de Halacha als Joods denken. Deze boeken alsook zijn persoonlijkheid blijven veel invloed hebben tot de dag van vandaag. Orot (lichten) is het meest bekende werk van zijn vele hooggewaardeerde boeken.

 

Hij was vader van drie kinderen met zijn twee vrouwen. Twee dochters en een zoon, Rabbi Zvi Yehuda Kook. Zijn neefje was Hillel Kook.

Hij stierf in 1935.

 

Rav Kook is een van de meest prominente Rabbi's in de geschiedenis van het Joodse volk. Hij was een opmerkelijk spiritueel leider, een briljant geleerde, een rechter in joodse zaken, een mysticus, een filosoof en een heilige Ďtsaddiekí (heilig man).

 

Boven alles was Rav Kook een groot Luriaans kabbalist die zijn leven wijdde aan het overbrengen van de boodschap over eenheid van het volk. Vanuit het hoog niveau van zijn spirituele staat, riep hij het gehele Joodse volk op zich te verenigen en de spirituele band onder de mensen te vernieuwen.

 

De spirituele bevrijding van het volk van IsraŽl, de natuurlijke binding tussen de grote Joodse groeperingen was voor Rav Kook een randvoorwaarde voor de oprichting van de moderne staat IsraŽl. Herhaaldelijk verklaarde hij dat de verlossing van het volk IsraŽl alleen bewerkstelligd kon worden door onszelf te verbinden en dat alleen door toepassing van de wijsheid van Kabbala en een authentisch Jodendom zoín daad mogelijk zou kunnen zijn. In die context schreef hij, ďDe geheimen van de Torah brengen verlossing en brengt het volk van IsraŽl terug naar hun landĒ (Orot, p. 95) Hij vermelde daarbij vaak dat het geheim van de kracht van het land Israel lag in de verbinding tussen zijn leden en dat eenheid en spiritualiteit werkelijk een en hetzelfde waren. Hij schreef dat als wij onszelf verenigden, we allen zouden terugkeren naar onze spirituele staat, terug naar de wortel van ons wezen opdat we vredig en rustig in ons land konden leven.

 

 

Relatie met het Zionisme

Rav Kook zag zichzelf niet als zionist. Hij had veel kritiek op het zionisme, vooral omdat het over het algemeen een niet-religieuze (en soms zelfs anti-religieuze) beweging was. Zijn zoon, Rav Zvi Yehuda, volgde zijn vader op als rector van ĎMerkaz haRaví. Hij wordt gezien als grondlegger van het religieuze zionisme.

 

Terwijl Rabbi Kook gekend is als een van een belangrijke denkers van het religieus Zionisme, stond hij ook heel dicht bij wat gekend is als ĎHardalí (Orthodox Haredisch nationaal religieus Jodendom). Er zijn inderdaad verschillende belangrijke aanwijzingen waarin Rav Kook zeer kritisch is tegenover de meer modern-orthodoxe religieuze Zionisten (Mizrachi) die hij als naÔef zag. Rav Kook was altijd kritisch tegenover zij die in het heilig land leefden. Hij karakteriseerde hun manier van leven als beÔnvloed door de negatieve en abnormale condities van de Joodse exil en hierdoor als niet authentisch. Rav Kook was geÔnteresseerd in het uitbreiden en verenigen van de verschillende groeperingen binnen het jodendom en zag bij elke groepering zowel de goede als de slechte kanten.

 

Het zou daarom niet juist zijn Rav Kook te zien als een Zionist die geloofde in de wederoprichting van het Joodse volk in een nieuwe moderne staat in IsraŽl. Rav Kooks motivatie was uitsluitend gebaseerd op de Joodse wet ĎHalachaí en bijbelse profetiŽn. Zijn sympathie tegenover de Zionistische beweging kan gezien worden als een stapsteen naar de religieuze Zionistische beweging na zijn dood.

 

De IsraŽllische moshav ĎKfar HaroŽí (de eerste nationaal religieuze Yeshiva Bnť Akiva-Yeshiva), gesticht in 1934 werd naar Rav Kook genoemd. HaroŽ naar Harav Avraham Kohen.

 

Zijn zoon Zvi Yehuda Kook was zijn belangrijkste student en hij nam na de dood van zijn vader docerende taken over aan de Merkaz Harav. Hij wijdde zijn leven aan het verder zetten van de filosofie van zijn vader.

 

Rav Kooks geschriften en filosofie deden de Hardal religieuze Zionistische beweging ontstaan die vandaag de dag geleid wordt door Rabbijnen die studeerden onder Rav Kook en zijn zoon.

 

Hoewel Rav Avraham Yitzchak Kook geen aanhanger van het zionisme in de letterlijke zin genoemd kan worden, zijn veel van zijn geschriften sterk zionistisch getint, maar altijd binnen een religieuze context:

ďBij alle andere volkeren en naties is de wens om te leven in een maatschappij gebaseerd op een economische structuur. De belangrijkste factor is de zorg van de mens om zijn levensomstandigheden te verbeteren. Deze levenskracht (de drijfveer van deze wens) kan gezien worden als de bron van orde en schoonheid die het hart van de mens verblijdt. Hierdoor wordt het nationale zijn gecreŽerd. In IsraŽl daarentegen, rust een Gíddelijke kwaliteit in de ziel van het volk, een dorst naar kennis en naar het ervaren van de aanwezigheid van Gíd. Dit is de essentie waarop het leven gebaseerd is. De wens om dichter bij Gíd te komen (Ö)

Het heilige verbond tussen IsraŽl en Het Heilige Land kan niet vergeleken worden met enige andere band tussen de volkeren en hun land. De natuurlijke band tussen een volk en een land ontstaat over een lange periode, door vele gebeurtenissen en door de vele mensen die in een bepaald land leven. Zo ontwikkelt zich een historische band door gewoonte, die voor de toekomstige generaties het volk en het land aan elkaar bindt. Dit idee vind je niet terug in de Gíddelijke werkelijkheid, waarin het volk IsraŽl door de Gíddelijke bron aan dit heilige en mooie land wordt gebonden.

Onze band met Eretz Israel is niet toevallig. Het is een natuurlijke, en Gíddelijke band. Ons hele bestaan, ons hele zijn, is gebonden aan dit mooie land, en de lange tijd gedurende welke wij vanwege onze zonden verbannen waren uit ons land, Ďexilí,  heeft niets aan onze fundamentele waarden veranderd. We hebben ons altijd met ons hele hart en onze hele ziel verbonden gevoeld met Erets IsraŽlĒ.

 

 

ĎTesjoevaí los van de zonde

Rav Kook schreef onder meer een verhandeling over Ďtesjoevaí en gaf het de titel Ďlichten van bekeringí mee, waarmee hij duidelijk aansluit bij de mystieke Joodse traditie, de Kabbala, maar ook zijn eigen, originele interpretatie komt boven. De kern van zijn opvatting is, dat de wereld alleen tot aanzijn kon komen doordat de oneindige Gídheid zich voor een deel terugtrok en er een leegte ontstond. Toen daarin een Gíddelijke vonk licht kwam barstte de wereld uit elkaar in allerlei stukken. Overal in onze werkelijkheid zijn daardoor lichten van Gods aanwezigheid te vinden en het is de opdracht van de mens deze te zoeken en te verzamelen. De noodzaak en de mogelijkheid van Ďtesjoevaí, omkering is dus al gegeven met de schepping en staat eigenlijk los van de mens die zondigt. Het begrip bekering, omkeer krijgt een geheel nieuwe betekenis! De mens wordt niet negatief gezien als zondaar, maar positief als iemand die kan bijdragen aan het herstel van de wereld. Hoe? Door de geboden te houden. Volgens de gewone argumentatie is Ďtesjoevaí de schuldgevoelens die een rol spelen. Ze zijn de signalen die me zeggen dat ik me moet omkeren en naar de geboden moet leven, zoals pijn me zegt dat mijn lichaam ziek is. Bij Rav Kook is Ďtesjoevaí echter niet alleen een individueel proces, maar heeft het een kosmische dimensie. Ieder mens kan bijdragen aan het herstel. Jesaja maakt ons duidelijk dat niet alleen Joden, maar ook de volken daarin betrokken zijn, als hij zegt dat zij naar Jeruzalem zullen komen om Tora te leren. (Jes 2:3)

 

 

Kabbala

Rav Kook was een van de grote kabbalisten van de 20ste eeuw. Hij waarschuwde dat er twee manieren zijn waarop mensen zich omhoog kunnen werken: door hard te werken (de enige manier) of door anderen om zich heen te kleineren (de laakbare manier). ďPas op voor leraren die denken dat ze het monopolie op de wijsheid bezittenĒ.

 

ďHoor mij, mijn volk, ik spreek naar jullie vanuit mijn zielÖ..vanuit dat gevoel dat dieper ervaar dan alle sensaties in mijn leven, dat jij en alleen jij de inhoud van mijn leven bentÖĒ(De Rav Kook, Zijn Kamers, p. 181).

 

Ontwaken en verbinden

ďOns gehele werk bestaat alleen uit het verbinden van alle verschillende Joodse stromingen en de breuken te herstellen die onder ons aanwezig zijn,Ē (Igrot, Part 4, p. 104).

 

 

De Advocaat van Liefde en Vrede

"Ik zou wensen dat de gehele mensheid in ťťn enkel lichaam zou passen, zodat ik hen allen kon omhelsen,Ē (uit een gesprek tussen de Rav Kook met de seculiere schrijver Alexander Ziskind Rabinowitz)

 

De Rav Kook liep over van liefde voor Erets Israel en de gehele wereld. Zijn liefde was waarachtig en onvoorwaardelijk als de Moederliefde voor haar kind. Zijn volle verlangen was ons allen in zijn liefde te verbinden, hij wist dat alleen zijn liefde ons het echte geluk en harmonie zou kunnen brengen.

Rav Kook verklaarde dat de kwaliteit van liefde een spirituele kwaliteit is en dat de wijsheid van Kabbala de enige methode is om dit toe te eigenen: ďDe wijsheid van de Waarheid leert ons de globale eenheidÖÖen hoe het licht te volgen zonder te falen,Ē(de Rav Kook, Orot Kodesh, Part 2. P. 393).

 

De Studie van Kabbala Is de Sleutel

ďNu komen de dagen nader dat een ieder zal zien en weten dat de verlossing van Israel en de verlossing van de gehele wereld volledig afhangt van de verschijning van de verborgen wijsheid van het licht (de Kabbala) van de eeuwigheid van de geheimen van de Tora in een heldere taal, ď(the Rav Kook, Igrot, Part 1, p. 92).

Rav Kook zei vaak dat het zijn werkelijke wens was te graven in de wijsheid van het verborgene, want dit was het meest belangrijke voor hem. ďWat ik voel, de bevrediging en plezier in de studie van het verborgeneÖ.is mijn enige doelĒ. Alle taken van andere vaardigheden zijn ondergeschikt aan mijn wezen,Ē (Mist of Purity, p. 31).

 

Hij moedigde ons te verbinden met de geheimen van de wijsheid van Kabbala en vaak bekritiseerde hij hen die zich publiekelijk tegen zijn verspreiding uitspraken. Hij wist dat alleen door het bestuderen van de kabbalistische geheimen, we geluk en eenheid zouden vinden. ďIn onze levens, is het nodig dat de verborgen geheimen geopenbaard en toegankelijk worden. Door het openbaren van deze geheimen zullen we onszelf ontdekken en weten wat er in ons verborgen isĒ(the Rav Kook, Maamarei Raiah, p. 153).

 

Vandaag, vele jaren nadat spirituele grootheden als Rav Kook de wijsheid van Kabbala in onze wereld brachten is zijn advies meer dringend dan ooit. Zijn geschriften tonen de enige manier onszelf te veranderen voor een betere toekomst. Het enige dat ons te doen staat is er onze harten en gedachten open te voor stellen.

 

 

VegetariŽr

Luisterend naar de opvatting van iemand als Rav Kook bevinden we ons wel in een geheel andere wereld dan die van de Bijbel, waarin zonde, offer en schuld-belijdenis nauw samenhangen. Na de verwoesting van de tempel in het jaar 70 stonden de toenmalige Rabbijnen voor de vraag hoe het Jodendom kon voortbestaan zonder tempel en offers. In de Talmoed komen we verschillende antwoorden tegen. Zo wordt gezegd dat geen enkel offer meer nodig is, maar dat in de toekomst nog wel het offer zal worden gebracht dat mincha heet en een meeloffer is. Offers waren nodig vanwege de verzoening, maar ook als middel om de relatie tussen God en mens te bevestigen. De verwoesting van de tempel heeft het positieve gevolg gehad dat mensen nu veel meer betrokken zijn bij die relatie. Ze zijn nu zelf verantwoordelijk voor wat in hun vermogen ligt. Voor Rav Kook betekent dit ook dat we zijn opgeklommen tot een hoger niveau van leven. Dat er geen offers meer zullen zijn in de toekomstige wereld laat zien dat het leven ethisch gezien hoogstaander wordt. Net als voor de zondvloed, zal de mens weer leven als vegetariŽr en alleen planten en vruchten eten. Er hoeven geen dieren meer te worden gedood; het enige offer dat nog gebracht zal worden is een meeloffer.

 

Het hogere doen en denken

Met de verwoesting van de tempel zijn de offers niet geheel uit het oog verdwenen. In plaats van het offer is er nu het gebed. Een belangrijke tekst die in dit verband vaak terugkeert is de tekst Ďwij zullen betalen de stieren van onze lippení uit Hosea 14:3. Het gebed betrekt ons heel direct bij het proces van verzoening. Hoewel ook toen er nog offers waren de mens schuld moest belijden, valt op dat laatste nu veel meer de nadruk omdat er geen offers meer zijn. Wij zijn het die op Jom Kippoer schuld belijden met de tekst uit het speciale gebedenboek voor deze dag en ons daarbij op de borst slaan als teken van berouw: ĎVerschaf ons verzoening (...) voor de zonde tegenover U begaan, gedwongen of uit vrije wil, voor de zonde tegenover U begaan uit onwetendheid, voor de zonde tegenover U begaan door ...í Dit helpt ons te richten op het hogere en datzelfde geldt voor andere gebruiken en rituelen van het Jodendom, zoals het vasten van Jom Kippoer of het dagelijks ombinden van gebedsriemen. Uiteindelijk is het doel van dergelijke voorschriften dat wij leren om het hogere te doen en te denken.

Gods eerste spijswet was strikt vegetarisch en de beroemde Joodse commentator Rashi zegt daarover: ĎDe Eeuwige stond Adam en zijn vrouw niet toe een schepsel te doden en zijn vlees te eten. Alleen groene kruiden mogen zij samen etení. Vele andere commentatoren zijn het daarmee eens. Een van de belangrijkste voorvechters van een Joodse strikt-vegetarische levensstijl was Rabbi Kook. Rav Kook zei dat de toestemming om vlees te eten slechts een tijdelijke concessie was. De Eeuwige, die barmhartig is, zou immers geen eeuwige wet instellen die het doden van dieren voor voedsel toestond. Volgens Rav Kook waren mensen tot zo'n laag niveau van spiritualiteit gezonken dat het gevaar bestond dat zij elkaar zouden gaan eten. Om hen nu in staat te stellen hun relaties onderling te verbeteren en zich spiritueel te ontwikkelen, kregen ze een tijdelijke dispensatie tot de tijd bereikt zou zijn dat mensen terugkeren naar een strikt-vegetarisch dieet. De vele regels en voorschriften dienden volgens Rav Kook om een gevoel voor de heiligheid van het leven te behouden en ervoor te zorgen dat het doden van dieren niet als vanzelfsprekend zou worden beschouwd. Bovendien zou een ingewikkelde procedure mensen kunnen doen afzien van hun behoefte vlees te eten. Rav Kook was ervan overtuigd dat in de dagen van de Messias mensen weer strikt-vegetarisch zullen leven. Deze gedachte vinden we ook in een midrash (korte uitleg of commentaar op een tekst uit de Torah) die zegt: ĎIn de tijd van de Messias zullen alle offers ophouden behalve de dankzegging, die eeuwig zal doorgaan.í

 

 

 

 

 

 

 

 

Start ] [ Inhoud ]

Voor vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
webmaster@shalom-center.org
Laatst bijgewerkt: 13 augustus 2013