Chanukah

  UP-DATE'S -- Hier vindt U de recente wijzigingen, toevoegingen en actuele publicaties

 

 

 

 

 

Start
Omhoog
Wie zijn wij?
English
Beth Midrash
Nadenkertjes
Joods?
Joods denken
Emuna
Mitswot
Beth HaMikdash
Messias
Thora leesrooster
Tenach
Gebeden
Zmirot
Kabbalah
Citaten
ISRAEL
Israel Photo's
Zionisme
Aliyah
Links
Artikelen
Noachidisch
Lectuur

 

 

 

Over Chanukkah (de geschiedenis)

Gebruiken en gewoonten bij Chanukkah

Activiteiten in uw buurt

 

 

 

Chanukkah

 

Wat is Chanukkah

 

Het Chanukkah feest wordt gevierd in de maand Kislev (25ste), dat valt in onze maand december en duurt 8 dagen. Chanukkah is het  inwijdingsfeest van de tempel. .

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er werd geprobeerd ons, het volk Israël te vernietigen. De vijand slaagde er niet in. Met G'ds hulp hebben we overwonnen. We kijken met dankbaarheid terug en gaan met vertrouwen in de toekomst in.

 

In 1 Kronieken 16:12-26 wordt het zo verwoord:  "12 Gedenkt aan de wonderen die Hij heeft gedaan, zijn tekenen en de oordelen van zijn mond, 13  gij nakroost van Israël, zijn knecht, gij kinderen van Ya'akov, zijn uitverkorenen.  14  Hij, de Eeuwige, is onze G'd, zijn oordelen gaan over de ganse aarde;  15  Gedenkt voor immer aan zijn verbond,  (het woord, dat Hij gebood aan duizend geslachten)  16  dat Hij met Abraham sloot, en aan zijn eed aan Isaak;  17  ook stelde Hij het voor Yaákov tot een inzetting, voor Israël tot een eeuwig verbond,  18  toen Hij zeide: U zal Ik het land Kanaan geven als het u toegemeten erfdeel.  19  Toen zij weinige mensen in getal waren,  een kleine schare en vreemdelingen daarin,  20  en van volk tot volk trokken,  van het ene koninkrijk tot de andere natie,  21  gedoogde Hij niet, dat enig mens hen verdrukte, en bestrafte Hij koningen om hunnentwil:  22  Raakt mijn gezalfden niet aan, en doet mijn profeten geen kwaad.  23  Zingt de Eeuwige, gij ganse aarde,  boodschapt zijn heil van dag tot dag.  24  Vertelt onder de volken zijn heerlijkheid , onder alle natien zijn wonderen.  25  Want de Eeuwige is groot en zeer te prijzen, geducht is Hij boven alle goden;  26  want alle goden der volken zijn afgoden , maar de Eeuwige heeft de hemel gemaakt; "  

 

 

       

  

Geschiedenis Chanukkah:

 

Rond 170 v. GJ werd Antiochus IV Epifanes van het Seleucidische rijk heerser over Israël. Hij kon het goed vinden met joden die assimileerde. Daarentegen had hij een gruwelijke hekel aan de joden die hun geloof en tradities niet wilde opgeven.

 

In 167 v G.J. liet Antiochus IV Epifanes van het Seleucidische rijk de tempel in Jerusalem ombouwen tot een Hellinistiche tempel. Hij zette er een beeld van Zeus neer (15e Kislev 168 BCE) en liet er varkens offeren (25e Kislev). Verder verbood hij het bestuderen van de Thora, het vieren van de shabbat en het houden van de spijswetten, uitvoeren van de besnijdenis en alle andere joodse voorschriften ofwel het onderhouden van de Thora. Ieder die werd betrapt werd gedood. Daardoor kwamen duizenden joden om.

 

1 Makk. 1: 56  Alle wetboeken, die men kon opsporen, werden in stukken gescheurd en verbrand; 57  en iedereen, bij wien een boek van het verbond werd ontdekt, of die aan de wet vasthield, werd volgens koninklijk besluit ter dood gebracht. 58  Met dergelijke geweldmaatregelen gingen zij maandenlang tegen iederen Israëliet te keer, die zij in een of andere stad konden betrappen. 59  De vijf en twintigste van de maand offerden zij op het altaar, dat op het brandofferaltaar was geplaatst. 60  Volgens voorschrift vermoordden zij de vrouwen, die haar kinderen hadden laten besnijden, 61  hingen haar de kinderen aan de hals, en plunderden haar huizen; en men doodde hen, die de besnijdenis hadden voltrokken. 62  Toch waren er veel Israëten, die standvastig waren en vastbesloten bleven, geen onreine spijzen te eten. 63  Zij wilden liever sterven, dan zich aan spijzen verontreinigen en het heilig verbond verbreken. Zij stierven dan ook.

 

Mattithjahoe, een bejaarde priester uit Modi’in kon het niet aanzien en kwam in opstand.

 

1 Mak. 2: 12  Ziet eens, hoe ons heiligdom, ons juweel, Hoe onze trots is verwoest, En hoe de heidenen het hebben onteerd!  13  Waartoe leven wij nog? 14 Mattatias en zijn zonen scheurden hun klederen, hulden zich in boetezakken en waren diep bedroefd. 15  Op zekere dag verschenen er ook koninklijke beambten in Modin, om de stad tot afval en tot offeren te dwingen. 16  Vele Israëlieten liepen naar hen over, maar Mattatias en zijn zonen bleven standvastig. 17  Daarom spraken de koninklijke beambten Mattatias hierover aan, en zeiden tot hem: In deze stad zijt gij een der leiders; ge staat hoog in aanzien en hebt grote invloed; bovendien staan uw zonen en uw familie achter u. 18  Treed gij dus het eerst naar voren, en doe wat de koning beveelt; alle volken hebben het reeds gedaan, en de mannen uit Juda met die in Jerusalem zijn achtergebleven, eveneens. Dan zult gij en uw zonen tot de vrienden van den koning worden gerekend, en goud, zilver en veel andere eregeschenken ontvangen. 19  Maar Mattatias antwoordde met luider stem: Al gehoorzamen hem alle volken in het rijksgebied van den koning, al valt iedereen van de godsdienst zijner vaderen af en voegt zich naar het bevel van den koning, 20  ik, mijn zonen en mijn familie blijven trouw aan het verbond onzer vaderen! 21  Wij denken er niet aan, de thora te verzaken en haar geboden. 22  Nooit gehoorzamen wij aan het bevel van den koning; van onze godsdienst wijken we niet af, niet rechts en niet links! 23  Maar nauwelijks had hij uitgesproken, of er trad een jood voor aller ogen naar voren, om volgens het bevel van den koning een offer te brengen op het altaar van Modin. 24  Toen Mattatias dit zag, ontstak hij in heilige woede, en heel zijn wezen kwam in opstand. Hij gaf de vrije loop aan zijn rechtmatige toorn, sprong vooruit, en sloeg hem neer bij het altaar. 25  Tegelijkertijd doodde hij den koninklijken beambte, die het offer had doorgedreven, en vernielde het altaar. 26  Zo kwam hij op voor de wet, evenals Pinechas tegen Zimri, den zoon van Sjalloem. 27  Nu liet Mattatias met luider stem in de stad afkondigen: Iedereen die het opneemt voor de thora en trouw blijft aan het verbond, volge mij! 28  Daarop vluchtte hij met zijn zonen naar het gebergte, en ze lieten have en goed in de stad.

 

Met zijn 5 zonen vluchtte hij de bergen in en begon een guerilla tegen de Syrieërs.  Nadat Juda één van de zonen met zijn leger bij Beth Soer de Syriërs o.l.v. hun generaal Lysias hadden verslagen verlieten deze het land. Men trok nu naar Jerusalem waar men de tempel reinigde van de afgoderij en werd de tempel gereinigd en opnieuw ingewijd. Het feest heet daarom Chanukah wat inwijding / vernieuwing betekend.

 

1 Makkabeën 4:1  Intussen had Górgias vijfduizend man voetvolk en duizend uitstekende ruiters uitgekozen, en was in de nacht uit de legerplaats opgetrokken, 2  om het kamp der Joden te overrompelen en hen onverwacht neer te slaan; soldaten uit de burcht zouden hem de weg wijzen. 3  Zodra Judas dit vernam, rukte ook hij met zijn troepen op; hij wilde de koninklijke weermacht, die bij Emmaus lag, een slag toebrengen, 4  terwijl de andere troep nog ver van de legerplaats was verspreid. 5  Toen Górgias dus in de nacht bij het legerkamp van Judas kwam, trof hij er niemand meer aan. Hij ging ze nu in de bergen zoeken; want hij dacht bij zichzelf: Die zijn voor ons op de vlucht! 6  In alle vroegte verscheen Judas in de vlakte met drieduizend man. Ze beschikten echter niet over pantsers en zwaarden, zoals ze zo gaarne hadden gehad, 7  nu ze de zware verschansingen van het heidenkamp zagen, met ruiterij in de flank, en met geschoolde soldaten. 8  Maar Judas sprak tot zijn mannen: Weest niet bang voor hun overmacht en laat de moed niet zinken, als zij aan komen stormen. 9  Denkt er aan, hoe onze vaderen in de Rode Zee werden gered, toen Farao hen met zijn leger achtervolgde. 10  Roepen wij thans de Hemel aan, dat Hij Zich onzer ontfermt, het verbond onzer vaderen gedenkt, en dit leger vandaag nog voor onze ogen vernietigt. 11  Dan zal de hele wereld weten, dat er Iemand is, die voor Israël opkomt, en het redding brengt! 12  Toen nu de heidenen opkeken en hen zagen aanrukken,13  verlieten zij het kamp, om de strijd aan te binden. En terwijl de mannen van Judas op de trompetten bliezen, 14  stormde men op elkander in. De heidenen werden verslagen, en namen de vlucht naar de vlakte. 15  Die achteraan kwamen werden over de kling gejaagd; de anderen werden vervolgd tot aan Gézer en het laagland van Judea en tot Asjdod en Jámnia. Er sneuvelden van hen ongeveer drieduizend man. 16  Nadat Judas met zijn leger van de achtervolging was teruggekeerd, 17  sprak hij tot het volk: Begeert thans geen buit; er staat ons nog een veldslag te wachten. 18  Want Górgias staat vlak bij ons met zijn leger in de bergen. Stelt u dus tegen onze vijanden op, en slaat ze neer; dan kunt gij buit maken, zolang als gij wilt. 19  Terwijl Judas nog sprak, zag men een legerafdeling omzichtig uit het gebergte te voorschijn komen. 20  Maar die begrepen terstond, dat zij de nederlaag hadden geleden, en dat het kamp stond te branden; want uit de rook, die zichtbaar was, bleek duidelijk, wat er gebeurd was. 21  Bij deze ontdekking schrokken ze hevig, en daar ze zagen, dat het leger van Judas in de vlakte voor de aanval gereed stond, 22  sloegen ze allen op de vlucht naar het land der Filistijnen. 23  Nu eerst trok Judas op de legerplaats af, om ze te plunderen; zij maakten veel goud en zilver buit, met violetten en echt purperen stoffen en allerlei kostbaarheden. 24  En op de terugtocht zongen ze de Hemel lof- en dankliederen toe: "Hij is goed, en eeuwig duurt zijn barmhartigheid!" 25  Want die dag was Israël een grote redding geschonken. 26  De heidenen, die ontkomen waren, gingen allen naar Lúsias en deelden hem alles mee, wat er gebeurd was. 27  Deze berichten brachten hem geheel en al van zijn stuk, omdat het met Israël niet gegaan was, zoals hij zich had voorgesteld, en er niets was terechtgekomen van wat de koning hem had opgedragen. 28  Daarom wierf hij het volgende jaar een leger aan van zestigduizend uitstekende soldaten en vijfduizend ruiters, om voor goed met hen af te rekenen. 29  Zij rukten Idumea binnen, en sloegen hun kamp op in Bet-Soer. Maar Judas trok hun met tienduizend man tegemoet. 30  Bij het zien van het geweldige leger begon hij te bidden, en sprak: Geprezen zijt Gij, Redder van Israël, die de aanval van den reus door de hand van uw dienaar David gebroken, en die het legerkamp der Filistijnen hebt overgeleverd in de handen van Jonatan, den zoon van Saul, en van diens wapendrager. 31  Breng nu ook dit leger in de hand van uw volk, zodat ze voor schande komen te staan met hun legermacht en hun ruiterij.32  Jaag ze de schrik op het lijf, verlam hun brutaal geweld, verbijster hen om hun nederlaag, 33  en sla ze neer met het zwaard van hen, die U liefhebben. Dan zullen allen, die uw Naam kennen, U met lofzangen prijzen! 34  Daarna stormden zij op elkander in; het werd een strijd van man tegen man, en van Lúsias’ leger sneuvelden ongeveer vijfduizend soldaten. 35  Toen Lúsias de nederlaag van zijn eigen leger moest aanzien, en de moed zag stijgen van Judas’ troepen, die vast besloten waren te leven of eervol te sterven, trok hij naar Antiochië terug. Daar wierf hij huurtroepen aan, om opnieuw Judea binnen te rukken, als het leger weer voltallig zou zijn. 36  Nu spraken Judas en zijn broers: Ziet, onze vijanden zijn verslagen! Laat ons nu optrekken, om het heiligdom te reinigen en het wederom in te wijden. 37  En het gehele leger kwam weer bijeen, en rukte op naar de Sionsberg. 38  Maar toen ze het heiligdom verwoest zagen liggen, het altaar ontwijd, de poorten verbrand, de voorhoven vol onkruid, opgeschoten als in een bos of op een van de bergen, en de zijvertrekken vernield:39  scheurden zij hun klederen, hieven een luide jammerklacht aan, bestrooiden zich met as, 40  wierpen zich plat ter aarde, bliezen op de alarmbazuinen en schreiden ten hemel. 41  Daarop wees Judas een groep soldaten aan, die de burchtbezetting in bedwang moesten houden, totdat hij de tempel had gereinigd. 42  Vervolgens koos hij enige priesters uit van onbesproken gedrag en trouw aan de wet; 43  en dezen reinigden het heiligdom, en smeten de stenen van het afgodsaltaar op een onreine plaats. 44  Daarna beraadslaagden zij, wat ze met het ontheiligde brandofferaltaar zouden doen; 45  en ze kwamen op de goede gedachte, het maar af te breken, om er later niet mee te worden bespot, omdat het door de heidenen was ontreinigd. Zij braken dus het altaar af, 46  maar legden de stenen op een passende plaats van de tempelberg, totdat een profeet zou opstaan, die beslissen kon, wat er mee moest gebeuren. 47  Nu namen zij, zoals het was voorgeschreven, ongehouwen stenen en bouwden een nieuw altaar, gelijk aan het vorige. 48  Daarna herstelden ze het heiligdom, en wijdden het inwendige van de tempel en de voorhoven in. 49  Ze lieten nieuwe heilige vaten vervaardigen, brachten de kandelaar, het reukofferaltaar en de tafel in de tempel, 50  lieten wierook branden op het reukofferaltaar, staken de lampen op de kandelaar aan, zodat ze de tempel weer verlichtten, 51  legden de broden op de tafel en hingen de voorhangsels op. Toen ze alles, wat ze hadden ondernomen, gelukkig hadden voltooid, 52  brachten ze in de vroege morgen van de vijf en twintigste der negende maand, dus in de maand Kislew van het jaar 148, 53  een offer volgens de wet op het nieuw gebouwde brandofferaltaar. 54  Het was juist op hetzelfde uur en op dezelfde dag waarop de heidenen het hadden ontheiligd, dat het weer werd ingewijd onder lofgezang, begeleid met citers, harpen en cymbalen. 55  En heel het volk viel in aanbidding neer, en loofde de Hemel, die hun zoveel voorspoed had geschonken. 56  Acht dagen lang vierden zij het feest van de altaarwijding, waarbij ze vol blijdschap brandoffers opdroegen, en dank- en lofoffers brachten. 57  Ze versierden de tempelgevel met gouden kransen en schilden, herstelden de poorten en zijvertrekken, en zetten de deuren erin. 58  En er heerste een grote vreugde onder het volk, omdat de ontering der heidenen was weggenomen. 59  Daarom nam Judas met zijn broers en heel het volk van Israël het besluit, om zolang zij leefden, elk jaar de dagen van de altaarwijding in vreugde en blijdschap te vieren, en wel acht dagen lang, te beginnen met de vijf en twintigste dag van de maand Kislew.

 

Als eerste vierde men toen het Loofhuttenfeest, 8 dagen lag omdat men, vanwege de strijd, het niet in de eigenlijke maans Tishri had gevierd.

 

2 Makkabeën 10:1  Daarop namen de Makkabeër en zijn aanhang met de hulp des Heren de tempel en de stad weer in bezit. 2  Zij vernielden de altaren, die de heidenen op de markt hadden opgericht, en hun gewijde plaatsen eveneens. 3  Daarna reinigden zij de tempel, en bouwden een nieuw brandofferaltaar. Uit stenen sloegen zij vonken, ontstaken het vuur, en droegen weer offers op, na een onderbreking van twee jaar. Ook zorgden zij voor het reukwerk en de lampen, en legden de toonbroden neer. 4  Toen dit alles verricht was, wierpen zij zich op de grond, en smeekten den Heer, dat Hij hen niet meer tot zulk een ellende zou laten vervallen, maar hen, zo ze andermaal mochten zondigen, met mildheid zou straffen en hen nooit meer aan de godslasterlijke en barbaarse heidenen zou overleveren. 5  En het was heel merkwaardig, dat de tempelreiniging op dezelfde dag plaats had, waarop de tempel door de heidenen was onteerd: namelijk op de vijf en twintigste van de maand Kislew. 6  Vol vreugde vierden zij acht dagen feest, zoals op het loofhuttenfeest. En zij dachten er aan, hoe zij dit laatste feest nog kort geleden hadden moeten vieren, toen zij als wilde dieren op de bergen en in spelonken hadden gehuisd. 7  Daarom zwaaiden ze thans met klimop, groene takken en palmen, en hieven een danklied aan ter ere van Hem, die hun het geluk van de tempelreiniging had geschonken. 8  En zij bepaalden door een algemeen bevel en besluit, dat het gehele joodse volk deze dagen jaarlijks zou vieren.

 

De overleveringen vermelden verder dat er toen een tekort was aan zuivere olie om de Menorah te laten branden. Er zou maar olie voor één dag zijn. Op deze olie voor één dag bleef de Menorah echter acht dagen branden, de tijd die nodig was om nieuwe olie te maken. Daarnaar verwijzend wordt er tijdens het Chanukah feest iedere avond een Chanukkia aangestoken en wel te beginnen bij één kaars en zo oplopend naar acht kaarsen (iedere

 

 

 

Thema van het feest:

 

opsommingsteken God is een God van wonderen
opsommingsteken Overwinning van de Thora (schriftelijke en mondelinge), het Woord van God op het Hellenisme, het Griekse denken en de Griekse filosofie. 1 Mak.2:27b “Iedereen die het opneemt voor de wet en trouw blijft aan het verbond, volge mij!”
opsommingsteken Heiliging, toewijding aan God om weer de Thora te onderhouden.

 

 

 

 

 

 

 

Gebruiken en gewoonten bij Chanukah;

 

-Iedere avond worden er kaarsjes aangestoken op de speciale kandelaar, de chanoekia, de 9-armige kandelaar. Op de eerste dag 1 kaars, op de tweede dag 2 kaarsen, etc. totdat op de 8ste dag alle kaarsen branden.

 

-De kaarsen worden aangestoken met een aparte kaars, de 'sjammasj' (=de dienaar), deze kaars staat meestal apart of boven de andere kaarsen.

 

 

-De kandelaar wordt meestal voor het raam geplaatst, zodat iedereen buiten het licht kan zien.

 

-We eten speciale gerechten die met olie zijn klaargemaakt (oliebollen, donuts etc).

 

-Men geeft elkaar cadeautjes.

 

-Het spelletje met de 'dreidel' wordt veel gespeeld tijdens dit feest. Het is een soort tolletje met 4 zijden. Op elke zijde is een hebreeuwse letter; de Nun, Gimel, Hee en de Shin. Ze staan voor; Nes Gadol Hayah Sham= een groot wonder gebeurde daar.

 

-Tijdens het ochtendgebed in de synagoge wordt  gedurende de 8 dagen van Chanoeka extra het Hallel (psalm 115 t/m 118) gelezen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer info over Chanukkah kan je vinden op:

http://www.chabad.nl/feestdagen/index.htm

http://www.hoor-israel.org/Feestdagen/Chanoeka/Chanoeka-index.htm

 

 

Zoek activiteiten in uw buurt:

http://www.chabad.org/centers/events/default_cdo/jewish/Event-Directory.htm

 

 

 

 

 

 

 

Start ] Omhoog ] [ Inhoud ]

Voor vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan
webmaster@shalom-center.org
Laatst bijgewerkt: 26 mei 2009